VVD vraagt uitleg over campagne voor Braks

DEN HAAG/BRUSSEL, 9 NOV. De VVD wil van de regering weten welke strategie zij hanteert om Nederland internationale functies en organisaties te bezorgen. Dit naar aanleiding van de mislukte pogingen van de regering om oud-landbouwminister G. Braks directeur-generaal van de FAO, de wereldvoedselorganisatie van de VN, te maken. Zijn kandidatuur werd gisteren ingetrokken toen Braks in de tweede ronde slechts één stem kreeg, die van Nederland.

Tevens vraagt de VVD zich af hoe het komt Nederland zich soms sterk verkijkt op de steun die ze van andere landen denkt te hebben voor kandidaten of voorstellen. Tweede Kamerlid F. Weisglas (VVD) heeft over deze zaken vanmiddag een brief van het kabinet gevraagd.

“Hebben we hier te maken met een nieuwe Black Monday?”, vroeg Weisglas zich vanmorgen af. Hij refereerde daarmee aan het ontbreken van Europese steun, twee jaar geleden, voor Nederlandse plannen voor het ontwerpverdrag voor een Europese Unie. Toen dacht Nederland aanvankelijk ook veel steun te hebben van de andere EG-lidstaten. De VVD wil, net als de PvdA, een evaluatie van de mislukte campagne voor Braks.

PvdA-woordvoerder J. van Zijl die in 1990 de stoot gaf tot het aftreden van Braks als minister van Landbouw, zei vanmorgen dat “de evaluatie duidelijk moet maken of eerder viel in te zien dat het zo mis zou gaan. Als dat was gelukt had Nederland en de man iets bespaard kunnen zijn gebleven.”

Van Zijl constateerde verder dat “de Nederlandse regering enig prestigeverlies heeft geleden.” Hij zei: “Het verlies aan inzet en prestige van de regering voor de kandidatuur-Braks is groter dan het verlies aan geld dat aan de campagne is besteed”. Over de kosten van de campagne, drie ton, valt Van Zijl niet. “Dat is een symbolisch bedrag vergeleken met het prestige dat aan de zaak is verbonden”, aldus Van Zijl.

Braks en minister Bukman weten gisteren de mislukking aan het ontbreken van een Europese kandidaat. Terwijl Europa het niet eens kon worden, opereerden volgens hen de Afrikaanse landen wel als één blok. Daardoor trok de Senegalees J. Diouf aan het langste eind. Hij volgt de Libanees E. Saouma op als directeur-generaal.

Staatssecretaris P. Dankert (Europese zaken) zei gisteren in Brussel dat duidelijk was dat “de grote meerderheid van de FAO-lidstaten geen Europese kandidaat wilde”. Hij wees erop dat ook de Duitse kandidaat, Christian Bonte-Friedheim, nauwelijks stemmen heeft behaald.

Dankert stelde verder, in navolging van Braks en Bukman, vast dat de verdeeldheid binnen de Europese Gemeenschap over een gezamenlijke kandidaat “niet heeft meegewerkt”. De staatssecretaris herinnerde eraan dat Nederland in Brussel vorig jaar heeft voorgesteld het comité van EG-ambassadeurs te laten stemmen over een EG-kandidaat. Nederland was bereid zich bij die uitkomst neer te leggen en eventueel de kandidatuur van Braks in te trekken. “Maar Duitsland wilde vasthouden aan de kandidatuur van Bonte-Friedheim ”.

Volgens Dankert heeft uiteindelijk ook meegespeeld dat Nederland eerder een FAO-directeur heeft geleverd, dr. A.H. Boerma die van 1968 tot 1975 in functie was. “Dat hebben we wellicht wat onderschat”. Dankert vond niet dat Nederland met een FAO-directeur 'beloond' had moeten worden voor de bijdragen aan de ontwikkelingssamenwerking. “Dat hoeft zo niet te worden vertaald”, aldus de staatssecretaris.