Voetbalethiek

Met Feyenoord internationaal voor dit seizoen uit de running en Ajax' volgende tegenstander vier maanden in de ijskast, is er een Europese pauze in het clubvoetbal ingetreden. Volgens oud gebruik mag je als geïnteresseerd beschouwer dan achterover leunen in je stoel en een voorlopige balans opmaken. Nu met de winter voor de deur alleen Ajax nog verder bekert, is er dus weinig reden tot klaroengeschal. En te vrezen valt dat de Amsterdammers overhellen naar de riskante tactiek zichzelf uit de markt te prijzen door tegenstander Parma zo verschrikkelijk goed te vinden. De kunst is, de kracht van die andere te roemen zonder aan zelfvertrouwen ook maar een lire in te boeten. Maar het is nog geen maart '94. Hopelijk vindt Ajax alsnog de juiste balans tussen respect en eigendunk.

Intussen las ik een ontstellend verhaal van Theodoor Holman over voetbalethiek - of eigenlijk het ontbreken daarvan. Hij gaat er van uit dat alles mag zolang de scheidsrechter het niet ziet. “Een handig gegeven karatestootje, een elleboogstootje, een kopstootje, een hieltrapje, een leverperforatietje, een knieschijfstootje, een zakbalschopje, een plastic ooghakje, een neusbeentikje, kortom: al die onbeschaafde overtredingen moeten mogen, mits handig, slim en intelligent verpakt”. Holman probeert zijn lelijke overtredingen te verzachten door overal een verkleinwoordje aan te plakken - tot aan de leverperforatie aan toe. Zo zijn vroege termen als 'gentlemaninbreker' in de mode gekomen. Wie zo iemand een ordinaire dief noemde kon op een terechtwijzing rekenen.

Ik weet best dat er altijd ruwe trekjes in de voetballerij hebben gezeten. In mijn tijd heb ik ook wel eens een doorbrekende, oersnelle rechtsbuiten laten struikelen, uit chagrijn dat ik hem niet houden kon - en dan ging het nog niet om een enkel dubbeltje - maar tegenwoordig lijken alle remmen los. Als voetballer schat ik Ton Lokhoff hoog in, maar als ik zijn interview in Voetbal International lees, gaan mijn grijze haren recht overeind staan. In principe mag van hem alles, op voorwaarde dat het in het voordeel van zijn werkgever uitpakt. De interviewer ruikt dan zijn kans schoon en informeert of zo'n elleboogstoot als van Jan Wouters tegen Paul Gascoigne ook door de beugel kan? Nu blijkt de beugel van Lokhoff zo groot te zijn als het uitspansel, dus hij zegt: “Dat was in een duel en dan mag het. Je kunt niet eens zeggen dat het bewust gebeurde en Wouters moest zichzelf ook beschermen. Daarbij: het gaat om winst”. Dit is barre taal, vrinden. Natuurlijk gebeurde het doelbewust en Wouters heeft dat ook toegegeven en later zijn excuses aangeboden. Misschien een goedkoop gebaar achteraf, maar stukken beter dan het primitief geneuzel van Lokhoff.

Intussen vraag je je af en toe af waar het heen gaat? Spelers in harnassen? Vier scheidsrechters bij een wedstrijd? Shoot-outs tussen trainers? Ik garandeer u, dat de Europese Voetbalunie op de verkeerde weg is door zulke gigantische bedragen te koppelen aan het bereiken van en het ver komen in the Champions League. Is er dan geen mens bij de UEFA, die gevreesd heeft voor ontsporingen nu het resultaat van een enkele pot voetbal beslissend zou zijn voor miljoenen incasseren of de lege zak? Wie beïnvloedt de koers welke het topvoetbal volgt? Wie houdt noodlottige ontwikkelingen tegen, wie stuurt bij, wie controleert? Het lijkt er op, dat de sport wordt voortgestuwd op de top van een grote golf, niet wetend waar die zal eindigen.

    • Herman Kuiphof