Taal op zichzelf is niets

“Velen zijn het met J.L. Heldring eens dat de logica een geschikte maatstaf is om te beoordelen of een zin goed dan wel fout Nederlands is. Deze opinie berust op de vooronderstelling dat taal logisch is. Het is nog maar de vraag of die vooronderstelling klopt”, schrijft F. Jansen, redacteur van Onze Taal, in het oktobernummer van dit tijdschrift.

Nu, het kan zijn dat “velen” uitgaan van die vooronderstelling, en ik sluit niet uit dat ik dat in een ver verleden ook wel heb gedaan. Sinds lang echter ben ik van mening dat taal op zichzelf niet logisch of onlogisch is. Het is de gedachte, die in de taal tot uitdrukking wordt gebracht, die logisch of onlogisch is. “Taal op zichzelf is niets”, schreef Carry van Bruggen in haar Hedendaags taalfetisjisme.

We gaan door met taal. Onlangs stond er op deze plaats deze zin: “Onbekend met Goethes Farbenlehre en trouwens met iedere kleurentheorie heeft het enige tijd geduurd voor ik begreep wat met de term 'paarse coalitie' bedoeld wordt.”

Zo stond het in de krant, maar in zijn kopij had de schrijver tussen geduurd en voor deze zin tussen gedachtenstreepjes gezet: “wij lezen over enige tijd wel op deze plaats of deze constructie goed is”. Dat was een duidelijke knipoog naar mijn taalrubriek.

Maar het vervelende is dat die tussenzin bij de bewerking van de kopij eruit gevallen of geschrapt is, dus niet in de krant is komen te staan. Gevolg: de schrijver staat voor gek of althans voor een slordige formuleerder, want die constructie is niet goed. Wèl goed is: “Het heeft enige tijd geduurd voor ik, onbekend met Goethes Farbenlehre (...), begreep ...”

Andere taaleigenaardigheden die mij in de afgelopen vier weken zijn opgevallen:

“Gesteld voor de keuze tussen Leiden, Utrecht en Groningen, kon de keuze niet moeilijk zijn.” Was de keuze gesteld voor de keuze?

“Java, en vooral de koffie van Java, overtrof alle andere Oostindische bezittingen verre in belang en winstgevendheid.” Overtrof ook de Javaanse koffie die bezittingen in belang?

“Alle opgeschroefde verwachtingen over een Indische loopbaan werden met één klap de bodem ingeslagen.” Werden die verwachtingen ingeslagen of werd hun (aan hen) de bodem ingeslagen?

“Begonnen met 22 studenten, nam al spoedig een dertigtal aan deze opleiding deel.” Begonnen die dertig met 22? Of begon de opleiding daarmee?

“Eenmaal overtuigd dat een academische opleiding de middelbare moest verdringen, waren er twee wegen om dit doel te bereiken.” Waren die wegen daarvan overtuigd?

“De meer dan vierhonderd stoffelijke overschotten van Sovjethelden die een laatste rustplaats zijn gegeven...” Wie zijn gegeven: die overschotten?

“De premie van internationals die minder wedstrijden hebben gespeeld, wordt naar ratio vastgesteld.” Dat hopen we, maar ook naar rato (wat overigens volgens Van Dale een “verkeerde latinisering” is)?

“Het Europa, Europa! zit beide auteurs van jongs af aan in de genen.” Ik dacht dat we onze genen al vóór onze geboorte hadden.

“Hij erkent dat zijn optreden politiek en staatsrechterlijk wellicht niet door de beugel kon.” Bestaan er ook staatsrechters?

“Die heeft ze ooit cadeau gekregen van Soekarno en werden na diens dood door het leger in beslag genomen.” “De behoefte in Groningen het woord te voeren ben ik al jaren geleden kwijt geraakt en is nooit weergekeerd.” Dit is dezelfde constructie als: Jan groet ik en loopt weg.

“Natuurlijk is Short niet beter dan Timman of mij.” Is Short niet beter dan mij is? (Met dank aan Jan Boon, dertien jaar oud).

“Opgetrokken uit dezelfde bourgondische steen kan de Louvreganger hier uren lang flaneren door hoge winkelstraten.” Is die Louvreganger opgetrokken uit bourgondische steen?

“Eduard Flipse werd aanvankelijk een dirigeerverbod opgelegd, maar werd uiteindelijk gerehabiliteert.”. Als er had gestaan - en het staat er eigenlijk -: “Aan Flipse werd een verbod opgelegd, maar werd gerehabiliteerd”, zou iedereen de fout dadelijk opmerken.

“Een van de dingen die mij werd gezegd was dat elk leegstaand gebouw in de fik zou gaan.” Waar slaat die op? Op dingen. Maar waarom staat er dan niet: zouden gaan? Of slaat het op een van de dingen? Maar dan had er dat in plaats van die moeten staan.

“Hij blijft in onze gedachten een onvergetelijke collega.” Dubbelop.

“De mogelijkheid zijn dromen te realiseren was hem niet gegund.” Die mogelijkheid was hem waarschijnlijk wel gegund, maar het realiseren niet.

“Het zal zeker nog tot de tweede helft van 1994 duren eer de economie uit het dal is. Het Duitse disconto zal tegen die tijd gedaald zijn van 5,75 procent nu tot vier à vijf procent volgend jaar.” Eén tijdsaanduiding te veel.

“Albert I vertrouwde zijn geheim dagboek de haatgevoelens toe die het democratisch bewind in Frankrijk en Groot-Brittannië bij hem opwekten.” Wekten die haatgevoelens het democratisch bewind op?

“Ook was hij verbitterd over de waardering voor zijn werk, die, zoals hij gehoopt had, niet van blijvende aard bleek te zijn.” Het is niet waarschijnlijk dat hij gehoopt had dat die waardering niet van blijvende aard zou zijn. Als dit vermoeden juist is, dan had er horen te staan: ... die niet, zoals hij gehoopt had, van blijvende aard bleek te zijn.

“Thans bestaat de aarde uit twee soorten mensen, zij die alles hebben en zij die niets hebben.” Eigenlijk zou er, volgens mij, moeten staan:

    • J.L. Heldring