Swingende ketelmuziek van Chinese monniken

Concert: Boeddhistische monniken uit de Chinese stad Tianjin met blaasinstrumenten, slagwerk en zang. Gehoord: 5/11 Tropeninstituut, Amsterdam.

Dat een bejaarde Chinese monnik een kus krijgt van een jonge Nederlandse vrouw, gebeurt vast niet dagelijks. Maar het misstond niet zaterdag in het Tropeninstituut want ook de opmaat tot deze tederheid was zeer on-alledaags geweest. Niet alleen omdat nooit eerder een Chinees boeddhistisch gezelschap in Nederland had geconcerteerd maar ook door de muziek zelf die ondanks zijn leeftijd, zeker zo'n 600 jaar, verrassend fris klonk. De guanzi, een hobo-achtig dubbelriet-instrument verwant aan de Indiase shenai, het mondharmonica-achtige geluid van de merkwaardige gebouwde shengs, de bamboe tizi-fluit en het simpele maar uiterst effectieve slagwerk vormden een uniek geheel dat slechts bij vlagen aan iets bekends deed denken. Aan de 'screams' van free-jazz saxofonist Albert Ayler bijvoorbeeld wanneer de guanzi vrijelijk de stratosfeer indook en soms zelfs aan de orkestraties op sommige platen van popzangeres Kate Bush.

De spontane ovatie aan het eind stond in groot contrast met het begin dat vooral werd gekenmerkt door 'koudwatervrees'. Het inwijden van een altaar, mocht je daar eigenlijk wel bij klappen? En de 'ketelmuziek' van die kletterende bekkens, kon je die nu wel heilig noemen? De laconieke toelichtingen van sinoloog Frank Kouwenhoven hielpen het publiek echter door de branding en het meeslepende Xing Dao zhang (Muziek voor het oefenen van de Weg) deed de rest. Die zes in bruine pijen gehulde en met gebreide mutsjes getooide monniken waren o.k., sterker nog, ze 'swingden' op een bepaalde manier zelfs 'als een gek'.

Gevoel voor theater bleek hen ook niet vreemd; veel stukken hebben een dubbel of zelfs driedubbel eind, net als vertrouwde 'krakers' uit de klassieke- of popsfeer. Zo vreemd is dit alles ook niet als men van de speelpraktijk van de monniken verneemt. Muziek maken in hun tempel in Tianjin doen zij maar een paar dagen per jaar, 'on the road' oneindig veel vaker. Zo spelen ze vaak op begrafenissen, volgens Kouwenhoven hun voornaamste bron van inkomsten.

Misschien een idee voor Westerlingen die tot hun laatste zucht een open oor houden: met de muziek van deze monniken de grond ingaan. Het is in elk geval weer eens iets anders dan Bach, Beethoven of Dolly Parton. Voor zielen die het spoedig hogerop denken te gaan zoeken: de cassettes van het ensemble waren in de pauze al uitverkocht maar de China-vorsers van de Stichting Chime, Postbus 11092 in Leiden, weten er waarschijnlijk nog wel aan te komen.

    • Frans van Leeuwen