Raad v. State laakt fiscale steun R&D

DEN HAAG, 9 NOV. De Raad van State heeft “aanmerkelijke bezwaren” over de effectiviteit van het kabinetsvoorstel om het onderzoeks- en ontwikkelingswerk bij bedrijven fiscaal te stimuleren. Volgens de Raad leidt het voorstel tot administratieve rompslomp bij bedrijven en overheid.

Dat schrijft de Raad van State, het verplichte adviesorgaan bij alle wetsvoorstellen, in een reactie op het voorstel van minister Andriessen (economische zaken) en minister Kok (financiën) om met ingang van volgend jaar extra geld uit te trekken voor een zogeheten Research & Development-faciliteit (R&D). Hiervoor is een bedrag van 210 miljoen gulden uitgetrokken in 1994 en 350 miljoen gulden structureel.

Bedrijven hoeven 12,5 procent minder loonbelasting te betalen voor medewerkers die werkzaam zijn in de sfeer van onderzoek en ontwikkeling. De fiscale aftrek is beperkt tot tien miljoen gulden per jaar per onderneming.

Het percentage van 12,5 kan door de minister van economische zaken worden verlaagd of verhoogd. Volgens de Raad van State kleven aan deze flexibiliteit de nodige bezwaren, want het leidt tot onzekerheid bij ondernemers en tast daardoor de werking van de regeling aan.

De Raad vindt dat de faciliteit te weinig is ingebed in het fiscale systeem en wijst op de “vergaande bemoeienis” van het ministerie van economische zaken. Hierdoor wordt de regeling nodeloos ingewikkeld. In een reactie op de kritiek van de Raad van State schrijft staatssecretaris Van Amelsvoort (financiën) dat het niet ongebruikelijk is dat Financiën betrokken is bij de uitvoering van regeling “waarvan de beleidsdoelstellingen primair liggen op het terrein van een ander departement”.

De faciliteit is volgens het kabinet met name gericht op het midden- en kleinbedrijf. Een verhoging van de uitgaven voor onderzoek- en ontwikkeling met tien procent leiden op termijn tot een verhoging van de produktie met twee procent. In 1991 werd volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek ongeveer 5,5 miljard gulden besteed aan onderzoek en ontwikkeling; de helft van dit bedrag bestaat uit personeelskosten.

Op het najaarscongres van het Koninklijk Nederlands Ondernemersverbond zei minister Kok (financiën) gisteren dat voor de “fiscale vormgeving” is gekozen omdat daarmee het structurele vestigingsklimaat beter kan concurre-ren met in omringende landen reeds bestaande soortgelijke regelingen.

Kok onderstreepte dat in “hoofdzaak” wordt beoogd aan technisch-wetenschappelijk onderzoek, productontwikkeling en haalbaarheidsonderzoek extra ruimte te geven binnen het ondernemingsbudget. Kok: “Het staat voor mij buiten kijf dat deze regeling een behoorlijk aantal jaren haar kans moet krijgen. Juist in de continuïteit van R&D-investeringen ligt een potentieel concur-rentieversterkend effect.”