Parijs en Bonn willen nieuw Bosnië-initiatief

BRUSSEL, 9 NOV. Frankrijk en Duitsland willen de Serviërs tot verdere concessies in Bosnië dwingen door in ruil opheffing van de VN-sancties tegen Joegoslavië (Servië en Montenegro) te garanderen.

Bovendien willen ze de Bosnische moslims wijzen op de mogelijkheid dat ze alle internationale steun verliezen als ze niet meewerken aan een vredesregeling.

Dit blijkt uit een vertrouwelijke brief van de Duitse en de Franse minister van buitenlandse zaken, Kinkel en Juppé, aan minister Claes, de Belgische voorzitter van de Europese ministerraad.

Frankrijk en Duitsland vinden dat de Europese Unie (de twaalf landen van de Europese Gemeenschap) de Bosnische moslims moet waarschuwen tegen “het risico zich te vervreemden van de steun van de internationale gemeenschap”. Dat gevaar dreigt als de moslims volharden in hun weigering een vredesakkoord te tekenen, terwijl de Serviërs zich juist flexibel opstellen, aldus de ministers.

Het Frans-Duitse initiatief is bedoeld als een poging de vredesonderhandelingen en de humanitaire hulp weer op gang te helpen. “We moeten al het mogelijke doen om de catastrofe te vermijden die deze winter dreigt”, aldus Juppé en Kinkel in hun brief.

De Europese ministers namen gisteren in Brussel alleen uitvoeringsmaatregelen voor een nieuwe humanitaire hulpactie. Voor het politieke debat over een oplossing voor ex-Joegoslavië is een aparte bijeenkomst op 22 november vastgesteld.

Frankrijk en Duitsland willen volgend voorjaar een tweede vredesconferentie op wereldniveau houden, waar een 'algemene oplossing' voor alle problemen in ex-Joegoslavië moet worden bereikt. Daarvoor gelden twee voorwaarden. Voor die tijd moet er in Bosnië-Herzegovina vrede zijn. Ook moet de situatie in de Kroatische gebieden die door Serviërs zijn veroverd zijn gestabiliseerd.

Uit de brief blijkt dat de belangrijkste twee lidstaten de VN-sancties willen opheffen om zo Servië tot inschikkelijkheid te bewegen. “We moeten garanderen dat de VN-sancties worden opgeheven in het geval de Serviërs een vredesvoorstel voor Bosnië uitvoeren en akkoord gaan met een modus vivendi in de Kroatische gebieden.”

Pag.5: Druk op moslims Bosnië

Op basis van het Owen-Stoltenbergplan moet verder worden onderhandeld. Juppé en Kinkel wijzen erop dat de Servische leider Milosevic daartoe “geneigd” lijkt te zijn. De moslims kunnen er wellicht toe gebracht worden om te profiteren van een “genereus aanbod” voor herstel en economische samenwerking met de EG. Met zo'n aanbod kan het de moslims gemakkelijker worden gemaakt een vredesvoorstel te tekenen.

Frankrijk en Duitsland wijzen er op dat de moslims slechts 3 tot 4 procent méér grondgebied eisten dan de Serviërs bereid waren af te staan. In hun brief zetten zij de moslims onder zware druk. “Als daaraan wordt voldaan zonder dat de moslims het vredesakkoord tekenen, dan is het zonder twijfel passend om de leiders in Sarajevo te wijzen op de totale uitzichtloosheid van iedere militaire optie en de risico's die zij nemen door zich van de steun van de internationale gemeenschap te vervreemden.” Tegelijk kan van de Serviërs niet verwacht worden dat zij meewerken als ze niet zeker weten dat de VN-sancties geleidelijk worden opgeheven in ruil voor 'echte vooruitgang' bij de uitvoering van een vredesakkoord.

De twee landen wijzen er ook op dat de EG een wijziging van de grenzen van Bosnië-Herzegovina moet zien te voorkomen. In een eventueel grondwettelijk akkoord moet bij voorkeur niet de mogelijkheid worden geschapen dat één van de partijen zich uit het staatsverband kan terugtrekken. “Dat mag niet worden aangemoedigd.”

Voor Kroatische gebieden waar de Serviërs de macht hebben, moet een tussenoplossing worden verzonnen, zo menen Frankrijk en Duitsland. Deze gebieden staan nu onder toezicht van de VN. Er dient een staakt-het-vuren te worden afgesproken, waarna 'vertrouwenwekkende maatregelen' genomen kunnen worden. Frankrijk en Duitsland menen dat eventuele autonomie voor deze gebieden moet worden bepaald aan de hand van “het relatieve belang van de Servische gemeenschap aldaar, vóór de oorlog van 1991”. Bonn en Parijs menen dat Kosovo “een grote mate van autonomie” moet krijgen. “De Serviers kunnen de Albanezen van Kosovo niet weigeren wat ze zelf eisen voor de Servische gemeenschappen in Bosnië en Kroatië. Voor Sandzak en Vojvodina moeten specifieke minderheidsrechten worden gegarandeerd.” Volgens beide ministers is er voor deze drie gebieden een internationale troepenmacht nodig om toe te zien op de rechten van etnische groepen en minderheden.