Olifanten

Wat doe je met een beschermde diersoort wanneer je er last van hebt? De oplossing voor dit probleem is gevonden door het bestuur van de provincie Atjeh, in Noord-Sumatra.

De Aziatische olifant loopt daar op zijn laatste benen. Deze teruggetrokken levende bosbewoner ziet zijn woongebied inkrimpen, en de mensen met hun plantages oprukken. Voor die plantages, vindt men, leggen de dieren niet voldoende eerbied aan de dag. Ze betreden ze niet alleen, maar richten er ook schade aan, en soms bejegenen ze de nieuwe bewoners van hun terrein onheus. Men heeft er ernstig over gedacht ze af te schieten - maar omdat de soort internationaal te boek staat als Ernstig Bedreigd en Beschermd is men daar maar niet aan begonnen.

Nee, men besloot een trainingscentrum voor olifanten op te richten, het eerste van Sumatra. Een deel van de querulante dieren bij Lhokseumawe is gevangen. In het centrum leren ze aardig te zijn voor mensen, en uit dankbaarheid voor verstrekt voedsel kundige dingen te doen met boomstammen. Ook worden ze bekwaamd in het voetbalspel.

Het park belooft een trekpleister te worden. Wie wil er nu niet een foto maken van een wilde olifant? Het streven is de dieren te laten wennen aan toeristen, zodat die gezeten op de brede rug van een olifant diens voormalige woongebied kunnen doorkruisen. Een overbodige rustverstoorder is een inkomstenbron geworden, een nutteloos natuurgebied een attractiepark met landbouwgrond. Het bestuur van Atjeh is dan ook trots op zijn oplossing: de boze olifanten zijn door de mens tot vriend gemaakt.

Inmiddels is er een tweede trainingscentrum op Sumatra. Of toch niet? Gids Ichar, die ons rond zal leiden door het regenwoud bij Kerinçi staat erop dat we het bezoeken. We zullen enthousiast zijn. Na veel heen en weer gecross in busjes en een lange voettocht zijn we in het dorp waar het moet zijn. Een oude man wordt uit zijn slaap gehaald, hij is leider van het centrum.

Jazeker, natuurlijk kunnen we het trainingscentrum bekijken, en hij wijst op het erf van zijn huis, aan de rand van een rijstveld. Maar er zijn nu geen olifanten. Ze zijn weg.

Onze in gebrekkig Indonesisch gestelde vraag wanneer ze weer te zien zijn, komt niet over. Ook alle andere vragen over zijn trainingscentrum missen doel. Ja, hij is directeur van het centrum. Er waren olifanten, maar nu even niet. Maar hij heeft wel foto's.

De rest van de middag zitten we, genoeglijk thee drinkend, sterk vergeelde foto's te bekijken van een jong olifantje, met een aanmerkelijk jongere directeur van het centrum er beurtelings op, naast of onder. Het olifantje zelf doet niet veel.

Elke keer wanneer we afscheid hebben genomen worden we opnieuw tot zitten gemaand en worden weer andere foto's opgediept. Sommige nu ook met een zoon van de directeur. Ichar drinkt tevreden nog een kop thee - we slikken onze spijt over een verloren dag weg, en tonen ons inderdaad enthousiast. Het scheelt hem weer een dag lopen in die vochtige bossen, waar alle toeristen zo'n onverklaarbare belangstelling voor hebben. Als hij ze eenmaal naar de man met de foto's gebracht heeft, zijn ze toch ook gelukkig. Ze blijven tenminste urenlang zitten.