Noord-Korea is een onberekenbare partij

Dit weekeinde sprak de Amerikaanse president Clinton zijn bezorgdheid uit over de versterking van de Noordkoreaanse troepenmacht aan de grens met Zuid-Korea. Hoewel een grootscheepse invasie niet waarschijnlijk is, beschikt Noord-Korea over de mogelijkheden èn de reputatie om militaire experimenten te beginnen.

Het Amerikaanse ministerie van defensie drukt militaire machtsverhoudingen tussen twee partijen bij voorkeur uit met de zogeheten bean count: het turven van de wederzijdse aantallen zware wapens. Deze manier van schatten is onvolkomen; de ene tank is immers de andere niet, het ene stuk geschut draagt verder dan het andere en ook met moreel, training en de capaciteit van de inlichtingendiensten wordt geen rekening gehouden. Nergens treedt de subjectiviteit van het 'bonen tellen' zo duidelijk aan de dag als bij het opmaken van de militaire balans tussen Noord- en Zuid-Korea.

Noord-Korea heeft in alle categorieën een numeriek overwicht op Zuid-Korea, zelfs als de eenheden van het Amerikaanse 8ste Leger dat daar is gestationeerd, worden meegerekend. Noord-Korea beschikt over grofweg twee keer zoveel tanks en artillerie en over anderhalf keer zoveel personeel, zelfs als de 'arbeidersmilitie' van zo'n twee miljoen man buiten beschouwing blijft. In de lucht bestaat nagenoeg numerieke pariteit. De marines van de twee landen laten zich moeilijk vergelijken. Bij de Noordkoreaanse zeestrijdkrachten zijn tientallen vaartuigen voor de kustverdediging ingedeeld, de Zuidkoreaanse marine is eerder toegerust voor de verdediging van aanvoerroutes over zee. Alle Noordkoreaanse legeronderdelen zijn echter kwalitatief de mindere van de strijdkrachten op de zuidelijke helft van het Koreaanse schiereiland.

Het Noordkoreaanse leger is wat betreft doctrine en uitrusting blijven steken in de jaren zestig; de meer dan 3.000 tanks zijn van het type T-54/55 en T-62, die zoals de Golfoorlog heeft aangetoond, geen kans maken tegen moderne pantsereenheden. Die heeft Zuid-Korea: het heeft een eigen versie van de Amerikaanse M-1 'Abrams', de K-1. Maar ook de oudere Zuidkoreaanse tanks zijn onlangs nog aangepast volgens de huidige militaire inzichten.

Ook de ouderwetse MiG-21's en Iljoesjin-28's van de Noordkoreaanse luchtmacht zijn geen partij voor de Zuikoreaanse F-16's en Phantoms, en voor de gevechtsvliegtuigen van de twee Amerikaanse fighter wings die in Zuid-Korea hun thuisbasis hebben. Weliswaar zijn enige jaren geleden door de toenmalige Sovjet-Unie 48 moderne MiG-29's geleverd, maar volgens sommige bronnen maken de piloten slechts zes vlieguren per jaar, omdat de huidige economische crisis (door het wegvallen van de handelsrelatie met de Sovjet-Unie) onder meer heeft geleid tot brandstofschaarste.

De dienstplicht in de Noordkoreaanse luchtmacht is drie jaar, in het leger vijf jaar en in de marine, afhankelijk van rang, zelfs tot tien jaar. De gemiddelde dienstplichtige heeft nauwelijks een taak in de landsverdediging. Soldaten worden vooral ingezet voor civiele taken, zoals het binnenhalen van de oogst of voor de aanleg van wegen. Volgens de schaars naar buiten sijpelende berichten eten zij slechts rats; de kuch en bonen zijn een luxe geworden.

Waarom sprak de Amerikaanse president Clinton dit weekeinde dan zijn bezorgdheid uit over de Noordkoreaanse troepenconcentraties ten noorden van de gedemilitairiseerde zone (DMZ) op de 38ste breedtegraad?

Ondanks de zwakte van zijn strijdkrachten heeft Noord-Korea met enige regelmaat agressiviteit aan de dag gelegd. In augustus 1976 deed zich bij het plaatsje Panmunjon een incident voor waarbij Noorkoreaanse soldaten met bijlen insloegen op Amerikaanse GI's. Ook werden bij herhaling vanuit het noorden tunnels onder de DMZ gegraven. De onderaardse gangen waren breed genoeg om er jeeps doorheen te laten rijden. Algemeen wordt aangenomen dat de tunnels bedoeld waren voor verrassingsaanvallen van Noordkoreaanse commando's. Noord-Korea beschikt over 70.000 van deze speciale troepen.

Op de internationale wapenmarkt heeft Noord-Korea de hand weten te leggen op meer dan tachtig Amerikaanse MDH-500 helikopters, een type waarmee Zuid-Korea ook is uitgerust. Om verwarring te voorkomen kijkt Zuid-Korea nu uit naar vervanging van haar eigen MDH-500's.

Recent nog kwam vast te staan dat Noord-Korea aan het begin van de jaren tachtig SAM-2 raketten afvuurde op hoogvliegende SR-71 verkenningsvliegtuigen op hun traject boven de gedemilitairiseerde zone. De raketten misten hun doel.

Ook de proef met de Rodong-I raket afgelopen zomer werd in de regio als een gevaarlijke ontwikkeling gezien. Hoewel deze ballistische raket slechts een 'opgewaardeerde Scud' is, heeft deze een bereik van duizend kilometer, genoeg om een groot deel van Japan te bestrijken. Niet alleen kan de Rodong-I een nucleaire lading vervoeren, volgens westerse inlichtingendiensten beschikt Noord-Korea ook over chemische wapens. De proef met de raket deed Japan en Zuid-Korea overwegen om een nog in ontwikkeling zijnd Amerikaans anti-raket-systeem aan te schaffen. De ontwikkeling van de nucleaire capaciteit en de weigering van Noord-Korea om IAEA-inspecteurs toe te laten in het Yongbyon-complex is niet los te zien van deze eerdere incidenten.

De Amerikaanse strijdkrachten in het gebied hebben mogelijkheden te over om de Noordkoreaanse nucleaire onderzoekscentra uit te schakelen. De schepen van de Zevende Vloot beschikken over kruisraketten, waarmee ook doelen in Irak werde aangevallen. Dit voorjaar oefenden Amerikaanse F-117 'Stealth' bommenwerpers vanaf Zuidkoreaanse vliegvelden.

Anders dan Irak is Noord-Korea wel degelijk in staat om eventuele aanvallen op Yongbyon te beantwoorden. Seoul ligt enige tientallen kilometers van de DMZ en daarmee ruim binnen het bereik van de Noordkoreaanse Scud- en FROG grond-grond-raketten. En er is nog een scenario: het drukke burgervliegveld van Seoul wordt bedreigd door SAM-5 lange afstands luchtdoelraketten. Bij toename van de spanning zal het vliegverkeer moeten worden stilgelegd. Zuid-Korea is daarmee op zijn minst economisch kwetsbaar.