Nobelprijs

Een vriend van mij was stom geweest. Zijn vrouw was ongelukkig en zijn dochters waren kwaad. Hijzelf zat eenzaam in een oud hotel aan zee. “Die straf heb ik verdiend”, zei hij. “Het ergste is niet erg genoeg voor mij.”

Hij had iets dergelijks al vaker uitgehaald. Dat vond hij minderwaardig van zichzelf. En toen een twintigjarig meisje op zijn weg. Heel mooi en heel bijzonder, dat begreep ik wel. Een ander leven, kans op ware liefde en geluk, op eerlijkheid, iets puurs, iets vrij van schuld. Want háár zou hij nooit bedriegen, natuurlijk niet, nou ja, dat was nou juist wat hij proberen wou.

“Ach Jezus”, zei mijn vriend, “die helse hang naar zuiverheid; de slechte dingen die je doet om af te komen van het idee dat je een slecht mens bent.”

Hij zweeg, dacht na. Hij zuchtte diep en zei: “Iemand op deze wereld, iemand, zou erin moeten slagen zich te verzoenen met zichzelf.” En zo iemand zouden ze de Nobelprijs voor de vrede moeten geven.

Hier dacht ik aan door een opmerking van Max Pam over de slordigheden van Adriaan Venema: “Hij hield van schrijven, maar hij hield niet van zichzelf.”

Zo'n observatie heeft het effect van een vuurtorenflits. Zij heldert even alles op. Het is ook zo - de mensen met een hekel aan zichzelf, die zijn de helft van alle narigheid.

    • Koos van Zomeren