Nobel-topman: 'Dit was geen gedwongen huwelijk'

STOCKHOLM, 9 NOV. Ove Mattsson buigt voorover, gooit zijn halve brilletje op de houten conferentietafel en vouwt zijn handen ineen. 'Zijn' Nobel Industrier en het Nederlandse chemieconcern Akzo passen uitstekend bij elkaar: voor iedere vinger is er in de gevouwen handen een holte, voor iedere holte een vinger. “Akzo Nobel is een unieke en perfecte industriële combinatie.”

De president-directeur van Nobel is in een opgewekte stemming. Het huwelijk tussen het kleine en financieel aangeslagen Nobel en het grote, gezonde Akzo is rond. Maanden heeft Mattsson met Akzo-bestuursvoorzitter jhr.mr. Aarnout Loudon van gedachten gewisseld over de industriële basis voor een versmelting van de twee bedrijven. Daarna bracht hij Akzo in kontakt met Securum, de staatsholding die na een bijna fataal financieel debâcle in 1991 ruim zeventig procent van de aandelen Nobel in handen heeft. In de slotfase van de besprekingen bleef Mattsson op de achtergrond. “Ik regisseerde de ontmoetingen”, omschrijft hij zijn eigen rol, “daarna moesten Securum en Akzo nog hun dansje doen”.

De hoofdzetel van Nobel is vanaf de straat nauwelijks als zodanig herkenbaar. Slechts een klein koperen naambordje aan de Gustav Adolfs Torg verraadt dat op nummer 18 het zenuwcentrum van de onderneming met de beroemde naam huist. Na het Bofors-schandaal in de jaren tachtig - toenmalig Nobel-dochter Bofors zou wapens aan India hebben geleverd na betaling van steekpenningen en bemiddeling door premier en vredesactivist Olof Palme - trok Nobel zich uit veiligheidsoverwegingen terug in een klassiek bankgebouw. 'Handelsbanken' staat er in grote letters op het Nobel-hoofdkantoor.

Toen gistermiddag om vier uur de duisternis over het historische stadscentrum viel, was het akkoord tussen Alex (codenaam voor Akzo), Normann (Nobel) en Svenn (Securum) pas tien uur oud. Binnen, in het koncernkonteret, werden de eerste reacties verzameld op de grootste buitenlandse overname die Zweden ooit gezien heeft. Op de beurs van Stockholm waren 15 miljoen aandelen Nobel verhandeld: bijna dertig keer zoveel als op een gewone dag. Nobel-medewerkers vermoedden dat beleggers probeerden om via Nobel een belang te verwerven in de nieuwe combinatie. De meeste Zweedse beleggingsanalisten hebben positief op de transactie gereageerd, wist men inmiddels. Het bod, gemiddeld 5 kronen boven de slotkoers van vorige week, typeerden analisten als zeer royaal. De afdeling public relations meldde verheugd dat ook de meeste Zweedse journalisten onder de indruk waren van het fusiebericht. Zweedse verslaggevers zouden zich geconcentreerd hebben op Nobels nieuwe mogelijkheden voor internationale expansie. Alleen de Zweedse bonden zorgden voor een kleine smet op de feestvreugde. Zij gaven geen positef oordeel, maar onthielden zich vooralsnog van commentaar.

Mattssons dag kon al met al niet stuk. Hij had zich vooral over de Zweedse verslaggevers nogal zorgen gemaakt. Het verzet van Zweedse institutionele beleggers tegen de fusie tussen autofabrikanten Volvo en Renault, breed uitgemeten in de pers, heeft in Zweden een fel debat losgemaakt over de toekomst van het nationale industriële erfgoed. Na Volvo is Nobel de bekendste industriële onderneming van Zweden. De geboorte van Akzo Nobel zou in een dergelijk klimaat wel eens helemaal verkeerd kunnen vallen. “Maar”, constateerde Mattsson gisteren optimistisch, “Zweden begint te leren dat nationaal eigendom niet altijd mogelijk of noodzakelijk is. Soms kan het prettig zijn om je nationalistische gevoel een beetje te laten gaan. Maar het zakenleven is nu eenmaal geen voetbalwedstrijd.”

Hoewel Akzo een bod uitbrengt op de aandelen Nobel en het Nederlandse bedrijf veel groter is dan het Zweedse, spreekt Mattsson consequent over een fusie en niet over een overname. “Het is essentieel, ook voor het personeel van Nobel, dat we deze transactie voelen als een fusie. Nobel hoeft zich nergens voor te schamen, Nobel hoeft nergens bang voor te zijn.” Met pretoogjes: “Onze operationele winsten zijn verhoudingsgewijs zelfs een beetje beter dan die van Akzo.”

De vrolijkheid waarmee Mattsson personeel en bezoeker bejegent is begrijpelijk. Voordat Akzo aan de horizon verscheen, zat het bedrijf eigenlijk muurvast. Er was geld genoeg om de zaak draaiende te houden, maar over vergaande expansiehoefde de Nobel-top niet te dromen. Speculatie in onroerend goed bracht het concern in 1991 bijna aan de bedelstaf en alleen een reddingsoperatie van de Zweedse overheid kon erger voorkomen. De redding in de vorm van Securum was in eerste instantie een zegen, maar bood op lange termijn geen zekerheid. Het doel van Securum is om zoveel mogelijk overheidsgeld terug te verdienen. Vroeg of laat moest er dus iets gebeuren.

Mattsson is van mening dat hij het Zweedse erfgoed niet onder druk van de slechte financiën aan een buitenlands concern heeft verpatst. “Dit was geen gedwongen huwelijk, absoluut niet.” Zou de fusie dan ook tot stand gekomen zijn als er geen financiële problemen waren geweest? Mattsson grijnst. “Als we een rijke oom hadden gehad, dan hadden wij mischien wel Akzo overgenomen.”

Mattsson onderstreept dat de bedrijven goed bijelkaar passen en dat Zweden een belangrijke basis wordt voor het nieuwe Akzo Nobel. Zelf zal Mattsson, deels vanuit Stockholm, deels vanuit Arnhem, leiding geven aan de Europese tak van de nieuwe gezamenlijke coatings-groep. Bovendien blijft het bestuur van twee business units, EKA Nobel en Berol Nobel, in Zweden. Ook onderzoek en ontwikkeling blijven voor Zweden behouden, oordeelt hij. “Onderzoek gebeurt nu decentraal, ik zie niet in waarom dat zou moeten veranderen.”

Mattsson krijgt een zetel in het bestuur van Akzo Nobel, in de raad van toezicht krijgen twee Zweden zitting. Daarmee vormen de Nobel-mensen in de bestuursorganen kleine minderheden. De raad van bestuur bestaat uit zeven personen en de raad van toezicht uit tien. Mattsson vindt dat geen probleem: “In een concern als Akzo Nobel telt nationaliteit eigenlijk niet. Het rendement telt, niet de geografische herkomst. Het zou niet goed zijn als de Zweedse managers een speciale bescherming van God zouden genieten.”

Hoewel Nobel en Akzo herhaaldelijk hebben beloofd dat het samengaan geen omvangrijke gevolgen voor de werkgelegenheid zal hebben, erkent Mattsson dat wie van synergie en schaalvoordelen wil profiteren moet snoeien. Ook al is de combinatie nog zo perfect en is de overlapping gering. “Fusies zijn zaken die behoedzame behandeling vereisen”, zegt Mattsson diplomatiek. “Zeker in Midden-Europa zullen enkele onderdelen het moeten ontgelden, maar voor concrete uitspraken is het nog veel te vroeg.”

Ook al zullen de details over de samensmelting van de twee concerns nog even op zich laten wachten, de cultuur van de nieuwe onderneming werd gisteren al duidelijk. Na een nacht onderhandelen in Londen, afgerond met een lange persconferentie in Stockholm, en nog voordat aandeelhouders en EG de zaak formeel hebben goedgekeurd, belegden de nieuwe partners gistermiddag al een gezamenlijke vergadering. Ze waren nu toch bij elkaar. “We hadden een lange en zeer zakelijke agenda”, zegt Mattsson over die eerste bijeenkomst. Of het nu een fusie is of een overname, de stijl van de nieuwe combinatie is onmiskenbaar Noord-Europees: sober en zakelijk.

    • Michel Kerres