Nederland boos over talen EG-bureau

BRUSSEL, 9 NOV. De talenruzie over het Europese merkenbureau duurt onverminderd voort, maar nu met het Nederlands als inzet. De Nederlandse regering heeft zich gisteren in Brussel tijdens de Europese ministerraad verzet tegen dreigende 'discriminatie' van ondernemers uit kleine lidstaten. Het Europese merkenbureau, dat in het Spaanse Alicante zal worden gevestigd, zal namelijk alleen de talen van de vijf grote lidstaten hanteren.

Tien dagen geleden besloten de regeringsleiders tijdens een bijzondere top in Brussel het Europese bureau dat merken, modellen en ontwerpen zal registreren in Spanje te vestigen. Daarbij is, zo blijkt nu, tegelijk een poging gedaan de al jaren durende impasse rond het talenregime van de EG te doorbreken. Afgesproken werd alleen aanvragen in het Frans, Duits, Engels, Spaans of Italiaans te accepteren.

Dat was op zichzelf al een compromis. Een deel van de lidstaten wilde aanvankelijk dat alle aanvragen zouden kunnen worden ingediend in alle negen officiële EG-talen. Alle merk- en modelbeschrijvingen zouden dan ook in die negen talen moeten worden vertaald. Andere lidstaten vreesden weer dat dit enorme kosten zou veroorzaken en stelden een keuzesysteem voor. Iedere EG-ondernemer kon een aanvraag in de eigen taal indienen en mocht één extra taal kiezen waarin de merkbeschrijving ook zou worden geregistreerd. Dat leverde echter weerstand op bij de zuidelijke lidstaten die vreesden dat daarmee definitief de dominantie van het Engels in de EG zou worden gevestigd.

In Brussel werd tenslotte gepoogd een talenregime af te spreken dat het praktische met het politieke verenigt. De Spaanse premier Gonzalez had immers een voorkeur voor het Medicijnenbureau en moest door het Belgische voorzitterschap van de ministerraad over de streep worden getrokken. Dat gebeurde door het Spaans als officiële merkentaal binnen te halen. Daarbij kon de andere grote zuidelijke taal, het Italiaans, niet achterblijven. Zo werden de drie zakelijk belangrijkste talen, Frans, Duits en Engels, met de twee politiek belangrijkste talen, Spaans en Italiaans, samen de vijf EG-merkentalen.

De kleinere lidstaten gingen daarmee akkoord op voorwaarde dat aanvragen in één van de kleine talen op één of andere manier zouden worden gecompenseerd. Maar gisteren bleek in Brussel tijdens een bijeenkomst van ministers van buitenlandse zaken dat daarbij geen voortgang was gemaakt.

Volgens staatssecretaris Dankert ziet het er dus naar uit dat ondernemers uit Nederland, Vlaanderen, Griekenland, Portugal en Denemarken op eigen kosten hun aanvraag zullen moeten laten vertalen. “Daarmee worden die aanvragen veel te duur”, meent Dankert. Ondernemers uit kleinere lidstaten zullen vermoedelijk hun toevlucht blijven zoeken tot nationale merkenbureaus. “Het is dus ook in het belang van Spanje dat hier een oplossing voor komt”. Nederland wil, daarin gesteund door Griekenland en Portugal, een financiële tegemoetkoming voor de vertaalkosten.

    • Folkert Jensma