Moeders moeten schrijven

NWT 1993/6, Vrouwen. Via Betapress, 80 blz.ƒ13,25

Kunnen moeders denken? De schrijfster Jane Smiley stelde zichzelf in alle ernst deze vraag toen ze zeven maanden zwanger was en colleges over Kafka gaf. “Het plotse besef dat ik een levende paradox was, tegelijk hoop en wanhoop dragend en verkondigend, in mijn hoofd een toegewijd modernist, in mijn lichaam een traditionalist van de meest fundamentele soort.” Doordat relatief zo weinig literatuur is voortgebracht door moeders is volgens Smiley het moederschap in de romanliteratuur weinig realistisch verbeeld, moeders in boeken zijn projecties van fantasieën, verlangens en angsten van niet-moeders. “Zij die een passioneel, seksueel, kinddragend en moederlijk leven heeft geleid, is, wat de literaire cultuur aangaat, stom.” Smiley is van mening dat de literatuur op dit moment een grote vernieuwing beleeft, doordat er meer moeders schrijven dan ooit tevoren.

Het Nieuw Wereldtijdschrift heeft er tien jaar opzitten. Tien mooie jaren: gefeliciteerd. Ter afsluiting van dit eerste decennium een speciaal vrouwennummer, met John Berger als de enige uitzondering, maar hij schrijft over zijn moeder. De Canadese Margaret Atwood opent stralend met invallen omtrent het Vrouwelijk Lichaam, en het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke hersenen. De linker- en rechterhelft zijn bij de vrouw verbonden door een gonzende dikke snaar, bij de man door 'een dun verbindingsdraadje slechts. Ruimte hier, tijd daar, muziek en wiskunde in hun eigen gesloten compartimenten. De rechterhelft weet niet wat de linkerhelft doet. Niettemin goed om te richten, om doel te treffen als je de trekker overhaalt. (-) Dat zijn nou de mannelijke hersenen. Objectief.''

Jenny Diski geeft in 'Badtijd' aan de hand van sanitaire gewoontes een perfect beeld van de jaren vijftig tot en met tachtig, en van pathologisch wordende onvervulde wensen.

Zeer de moeite waard zijn ook Edna O'Briens gedachten over schrijfster zijn in Ierland (haar Country Girls werd in 1960 nog ritueel verbrand); tien nieuwe gedichten van Eva Gerlach en tien van Anna Enquist; een karakteristiek aards verhaal van Kristien Hemmerechts - begeerte, vrouwebloed, ge- en verboden, misverstanden, en nog eens begeerte.

Enquist: “Beleefdheid bruist haar de / bek uit; opgelaten en verpletterd door / geluk, die molensteen, beaamt zij alles.”

    • Margot Engelen