Levering wapens door Vredeling grondwettig

DEN HAAG, 9 NOV. Toenmalig minister Vredeling van defensie heeft niet ongrondwettig gehandeld toen hij in 1973 buiten de ministerraad om wapens en munitie leverde aan Israel. Dat schrijft minister-president Lubbers in antwoord op vragen van de fractie van GroenLinks.

Als reactie op de Nederlandse wapenleverantie aan Israel, dat met zijn buren in de Grote-Verzoendagoorlog (Yom-Kippuroorlog) verwikkeld was, besloot Saoedi-Arabië tot een olieboycot van Nederland, aldus een recente verklaring van de voormalige minister van oliezaken van Saoedi-Arabië, Yamani. Vredeling, minister van defensie in het kabinet-Den Uyl (1973-1977), is ervan overtuigd dat de Arabieren niets wisten van de wapenleverantie en dat eerder de duidelijke Nederlandse politieke steun aan Israel landen als Saoedi-Arabië deed besluiten tot een strafmaatregel.

Vredelings handelwijze was wellicht niet in overeenstemming met het Reglement van Orde voor de Ministerraad. Maar dat doet volgens Lubbers “niet af aan de rechtsgeldigheid, inclusief de grondwettigheid, van het besluit”.

Lubbers was ten tijde van het kabinet-Den Uyl in 1973 minister van economische zaken. Hij zegt dat over wapenleveranties aan Israel niet in de ministerraad is gesproken of besloten. Vredeling heeft ook niet met Lubbers contact opgenomen voor het afgeven van een exportvergunning voor de levering.

Vredeling beweerde onlangs dat het voor Israel tijdens de week van de oorlog met Egypte en Syrië bij wijze van spreken een kwestie van vierentwintig uur was en dat het land dreigde ten onder te gaan. Hij wilde er absoluut zeker van zijn dat Israel geholpen zou worden. Hij erkende dat het wellicht staatsrechtelijk niet juist en niet te verdedigen was dat hij Den Uyl en minister van buitenlandse zaken Van der Stoel niet had geconsulteerd. Bij hem speelden ook emotionele redenen een rol: “Ik had de joden één keer zien afdrijven, toen kon ik het niet voorkomen. Ik dacht, dat zal mij geen tweede keer gebeuren. Daarom heb ik gebruikgemaakt van mijn bevoegdheid.”