Kunstdieven zaagden gat in het dak

STOCKHOLM, 9 NOV. De schilderijenroof uit het Museum voor moderne kunst in Stockholm zondagnacht, waarbij vijf schilderijen en een bronzen beeld van Picasso en twee schilderijen van Braque met een totale waarde van circa zestig miljoen gulden verdwenen, is op professionele wijze uitgevoerd.

De dieven, volgens de politie ten minste twee, hebben zorgvuldig een gat in het twintig centimeter dikke dak gezaagd en lieten zich vier meter lager in de centrale expositieruimte zakken. Het alarm is tijdens de diefstal niet afgegaan en bewakers met honden hebben evenmin iets gemerkt. Maandagochtend pas sloeg een werkster alarm toen zij voetafdrukken op de muur zag.

De werken zijn eigendom van de staat en waren niet verzekerd. Museumdirecteur Bjorn Springfeldt noemde de inbraak “een klassieke Rififi-coup”, een verwijzing naar een Franse film waarin dieven op dezelfde wijze een opzienbarende juwelenroof pleegden.

De gestolen werken horen tot de belangrijkste van het museum. De gestolen Picasso's waren De Lente (1921), een schilderij van een op haar zij liggende vrouw uit 1929, toen Picasso begon met zijn kubistische periode, De Schilder, een olieverfschilderij op hout uit 1930; Vrouw met zwarte ogen (ook bekend als Dora Maar) en Vrouw met blauwe kraag uit 1941. De veertig centimeter hoge bronzen sculptuur Vrouw dateert uit 1931. De gestolen schilderijen van Braque waren Kasteel La Roche-Guyon uit 1909 en Stilleven uit 1928. Enkele schilderijen waren een schenking van de inmiddels overleden uitgever Gerard Bonnier. De schilderijen zijn in de lijst meegenomen. Ze zaten tegen de muur geschroefd en enkele zijn door de dieven waarschijnlijk losgewrikt.

De museumdirecteur kritiseerde de regering die de musea de laatste jaren had verplicht te bezuinigen op beveiliging, omdat zij hun budget hadden overschreden. (AP)