Hoe bereik je de canon

Bzzlletin 209, De doorbraak. Bzztôh, 80 blz.ƒ12,50

We hadden de moed al bijna opgegeven, maar opeens is Bzzlletin daar met een origineel thema. Nummer 209 gaat over 'De doorbraak' van zes Europese auteurs. Lorca, Proust, Heinrich Mann, Brecht, Lawrence en, als vrouw van rond de eeuwwisseling, Virginia Woolf. Zelfs in een inleidend woord van de makers van dit nummer, Henk Harbers en Edmund Licher, is anders dan gewoonlijk nu eens voorzien. Beiden verlangen duidelijk naar een groots opgezet onderzoek naar de literaire doorbraak van vernieuwende auteurs. Vreemd genoeg wordt in geen van de bibliografietjes bij de artikelen melding gemaakt van al (lang) bestaande literairtheoretische werken over het onderwerp.

Een tiental vragen, variërend van 'In hoeverre is deze auteur vernieuwend?' tot 'Wat zeggen oplagecijfers?' en 'Hoe belangrijk is de persoonlijkheid van de schrijver, zijn politieke optreden enz', vormde de basis voor de artikelen. Of de schrijvers ervan zich even bewust waren als de redacteuren van terloops vermelde oplopende succesgradaties - aandacht bekendheid succes aanzien beroemdheid canonisatie - is zeer de vraag; tenslotte zijn dit geen algemeen aanvaarde begrippen op de 'schaal van doorbraak'.

Het trouwst aan de bedoelingen van de redactie lijkt R. T. Segers te zijn in zijn stuk over de doorbraak van Virginia Woolf. Hij betrekt buiten-literaire aantrekkelijkheden bij Woolfs populariteit - feminisme, excentriciteit, al dan niet geconsumeerde homoseksualiteit, haar Bloomsbury-kring - en zet de reputatie af tegen verkoopcijfers. Tussen debuut en zelfmoord (1915-1941) blijkt Flush Woolfs meest gewilde boek te zijn geweest, hoewel de lezers haar meer waardeerden als schrijfster van non-fictie. Bewondering voor de vernieuwster kwam pas in de jaren zestig of nog later.

Ook de andere vijf artikelen, op verzoek geschreven vanuit het bijzondere perspectief van 'doorbraak' en haar oorzaken, zijn lezenswaardig en goed geschreven.