GRIEKENLAND

In haar column 'Akropolis van wrok' (NRC Handelsblad, 2 november) beledigt An Salomonson de Grieken en maakt fouten over hun geschiedenis. Pas een onafhankelijk Griekenland in 1863? In 1833 al werd een Beierse prins uitgeroepen tot koning en na de zeeslag bij Navarino (1828) was er reeds sprake van zoiets als een onafhankelijk Griekenland. Dat het land voortdurend had te dansen naar het pijpen van de grootmachten doet hieraan niets af, maar verklaart wel gedeeltelijk het wantrouwen van veel Grieken jegens het buitenland.

Grieken die werden onderdrukt in de Byzantijnse tijd? Na de verovering door de Romeinen kan men wellicht enige tijd spreken van onderdrukking. Het latere Byzantijnse rijk was echter een door Grieken gedomineerde veelvolkerenstaat. Griekenland vormt wel degelijk een geografische eenheid. Aanvankelijk was het veel kleiner dan nu. Langzamerhand is er een aantal gebieden, waar vrijwel altijd overwegend Grieken woonden, bijgekomen, waardoor de tegenwoordige grenzen ontstonden.

Salomonson meent dat de Grieken in grote onzekerheid verkeren over hun nationale identiteit. Juist door een krachtig nationaal zelfbewustzijn heeft Griekenland zich in die roerige hoek van Europa kunnen handhaven. Daardoor ontwikkelde zich een tamelijk fel nationalisme, maar dat is in het algemeen niet meer op expansie gericht. Als zodanig vormt Griekenland een gunstige uitzondering op de Balkan.

Dat de democratie het vaak moeilijk had is bekend, maar beweren dat Griekenland op zijn best aan het prille begin staat van een democratische ontwikkeling, gaat te ver. Sinds de val van het kolonelsregiem staat de democratie heel wat steviger in haar schoenen dan Salomonson beweert.

Dat het economisch slecht gaat en dat de Griekse regeringen daar een grote verantwoordelijkheid voor dragen ontkent niemand, maar toch zijn er op het gebied van medische zorg, sociale voorzieningen en infrastructuur, met gelden van de EG, behoorlijke vorderingen gemaakt.