EG, EU, Unie of maar gewoon Europa?

BRUSSEL, 9 NOV. De Europese Raad van Ministers is er uit, nu de rest van de wereld nog. Gisteren besloten de twaalf bewindslieden van buitenlandse zaken in Europa tot een nieuwe naam: Raad van Ministers van de Europese Unie. Dat was vroeger: Raad van Ministers van de Europese Gemeenschap. Daarmee is officieel het mes gezet in de vertrouwde afkorting EG.

Op 1 november trad het Verdrag van Maastricht in werking dat hardnekkig spreekt van een 'Europese Unie', de EU. Deze Unie omvat meer beleidsterreinen dan de Europese Gemeenschap: justitie, binnenlandse zaken, buitenlands- en veiligheidsbeleid. Het hoogste orgaan in deze Unie is de Raad van ministers. Het ligt dus voor de hand om voortaan te spreken van de Raad van de Unie. Maar dan beginnen de problemen pas. Moet voortaan ook de Commissie van de Europese Gemeenschap aangeduid worden als de Commissie van de Unie? En wat te doen met het Parlement van de Gemeenschap - het Parlement van de Unie?

Voorzitter Delors maakte er gisteren korte metten mee. Hij stelde voor 'tout court' de Europese Commissie voortaan Europese Commissie te noemen. Iedere aanduiding van de 'hoedanigheid' waarin de Commissie optreedt (EG of EU) kan worden weggelaten, meende hij. Dit voorstel werd gisteren met algemene opluchting begroet. Simpel en helder, vooral voor wie zich voorneemt er niet over na te denken. De EG blijft namelijk wel bestaan, mèt haar totaal andere bevoegdheden, maar dan nu verscholen onder de rokken van de EU.

De Europese Unie kan het best worden gezien als een holding-maatschappij met drie dochters. De aloude EG hield zich alleen met economie bezig: handel, financiën, industrie en dergelijke. De EU zette daar twee dochtermaatschappijen naast. Een voor buitenlands- en veiligheidsbeleid en één voor justitie- en binnenlandse zaken beleid. In alle drie is de Raad van Ministers het hoogste orgaan; maar in de 'EG-dochter' heeft de Raad veel verdergaande bevoegdheden dan bij de twee nieuwkomers. In EG-zaken kunnen de ministers elkaar wegstemmen; in buitenlands- of justitiebeleid geldt unanimiteit. Voor de Commissie is het verschil nog duidelijker. In de EG kan zij gelden als het 'dagelijks bestuur', met een eigen initiatiefrecht en relatief veel macht. In het buitenlandse- of justitiebeleid is dat lang niet het geval. Daar is de Commissie niet meer dan coördinator. Iets dergelijks geldt voor het Parlement; binnen de EG heeft het formele beslissingsbevoegdheid, maar bij justitie of buitenlands beleid is zij slechts adviseur.

Dat zal in de praktijk tot een Babylonische spraakverwarring kunnen leiden. Commissaris van den Broek (buitenlandse zaken) is bijvoorbeeld een typische Unie-commissaris, die nooit EG-besluiten zal voorbereiden. Voor zijn collega Steichen (landbouw), een echte EG-commissaris, geldt het omgekeerde. In de Raad van ministers wordt het straks opletten. Per agendapunt zullen de ministers moeten beoordelen met welke 'dochter' zij zich bezighouden. Is het één van de nieuwe Unie-terreinen, dan kunnen zij zich ongestoord als Raad van de Unie presenteren. Gaat het echter om een klassiek EG-onderwerp, dan moet er een juridische toverformule worden gehanteerd. “Ik kan mij voorstellen dat die zo luidt”, aldus minister Kooijmans gisteren: “De Raad van Ministers van de Europese Unie heeft, in haar hoedanigheid van Raad van Ministers van de Europese Gemeenschap, het volgende besloten”. Uiteindelijk, zo verzuchtte een diplomaat gisteren, moeten de media zelf maar verzinnen hoe Europa in de wandeling zal heten. Unie, EG of EU. Het zal vermoedelijk wel 'Europa' worden; de 'hoedanigheid' doen we de lezer dan gaarne cadeau, tenzij het ècht niet anders kan.

    • Folkert Jensma