China: houdt dialoog met N-Korea gaande

PEKING, 9 NOV. China heeft de Verenigde Staten en een aantal internationale organisaties opgeroepen geen sancties tegen Noord-Korea te treffen, wanneer het blijft weigeren inspectie van zijn nucleaire installaties toe te laten. In plaats daarvan wil China in een “geduldige dialoog” een oplossing zoeken.

Minister van buitenlandse zaken Qian Qichen zei dit vandaag in een vraaggesprek met Amerikaanse journalisten. “Wij geloven dat de methode van druk uitoefenen niet noodzakelijk nuttig is, terwijl dialoog misschien tot gunstige resultaten leidt”, aldus Qian.

President Clinton waarschuwde zondag dat Noord-Korea onder geen beding een atoombom mag ontwikkelen en dat elke mogelijke Noord-Koreaanse aanval op Zuid-Korea als een aanval op de VS zelf beschouwd zal worden. Clinton erkende dat China ondanks alle Chinees-Amerikaanse verschillen in het verleden behulpzaam is geweest in het overreden van Noord-Korea.

Volgens diplomaten in Peking impliceert Qians woordkeuze dat China's invloed op het geïsoleerde, onvoorspelbare regime in Pyongyang beperkt is. De betrekkingen tussen Peking en Pyongyang waren in socialistisch jargon voorheen “zo nauw als tussen lippen en tanden”, maar ze zijn sterk bekoeld sinds China vorig jaar Zuid-Korea diplomatiek erkende. De Zuidkoreaanse minister van buitenlandse zaken Han Sung-joo was eind oktober in Peking en bereikte overeenstemming om nog dit jaar militaire attachés uit te wisselen. China was daar in een eerder stadium huiverig voor uit vrees Kim Il Sung & Zoon te krenken.

China verzocht de Zuidkoreanen echter de kwestie van de Noordkoreaanse weigering om met het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) in Wenen samen te werken, niet voor de Veiligheidsraad van de VN te brengen. China zou dan voor het probleem worden geplaatst zijn veto te moeten uitspreken. China ziet als de beste oplossing een hervatting van de rechtstreekse dialoog tussen Pyongyang en Washington, die enige keren door Amerikaanse en Noordkoreaanse diplomaten in Peking is gevoerd. In de jaren tachtig bestond een heren-akkoord dat 'kruislingse erkenning' van Zuid- en Noord-Korea een oplossing voor de Koreaanse kwestie moest bieden, dat wil zeggen erkenning van Zuid-Korea door de Sovjet-Unie en China, en van Noord-Korea door de VS en Japan. Het eerste is gebeurd, het tweede niet. Washington wees demarches van Pyongyang midden jaren tachtig af met het argument dat “de tijden veranderd waren”, dat wil zeggen een nieuwe periode van Amerikaans-Russische dooi, waarin Amerikaanse tegenprestaties minder nodig waren.

William Clark, de Amerikaanse onderminister van buitenlandse zaken voor Oostaziatische zaken onder president Reagan, zei hierover kortgeleden dat Pyongyang wellicht reden had te geloven dat Washington de doelpalen verzet had. De relatieve (economische) macht van Zuid-Korea is sindsdien steeds groter geworden en het Noordkoreaanse regime steeds minder aanspreekbaar. China meent echter dat dialoog met Pyongyang de voorkeur heeft boven het alternatief: een gevaarlijke confrontatie.