Caritas bedreigt wederopbouw economische stabiliteit Roemenië

In het Roemeense Cluj dreigt de Caritas-bank aan zijn eigen kolossale oplichterstruc te bezwijken. Daarmee zullen ook de spaargelden van miljoenen Roemenen en het prestige van de economische hervormingsgedachte in de golven verdwijnen. Russisch roulette in voormalig Joegoslavië, en een tot loterij ontaarde staatshuishouding in Roemenië: het wezen van de democratie op de Balkan.

Vier jaar na de gewelddadigste anticommunistische revolutie die Europa heeft gekend, wankelt Roemenië thans op de rand van een nieuwe catastrofe. In de Transsylvaanse stad Cluj dreigt een kolossaal financieel avontuur, waarbij een op de zes Roemenen betrokken is, op een fiasco uit te lopen. Als dat gebeurt, komt de toekomst van 's lands economische wederopbouw en politieke stabiliteit op het spel te staan.

Het betreft een voor de Balkan typerende mengeling van intrige en kolder. In de loop van ruim anderhalf jaar heeft Ioan Stoica, een voorheen onbekende grootheid, in totaal vier miljoen mensen ertoe gebracht te investeren in zijn Caritas-bank, met de 'garantie' dat hun geld in slechts drie maanden een achtvoudig rendement zou opleveren. Het is geen nieuw procédé. Het Caritas-plan lijkt identiek aan een klassieke oplichterstruc geïntroduceerd door ene Charles Ponzi, Italiaans immigrant in de VS, die eerder deze eeuw meer dan 15 miljoen dollar opstreek van 40.000 beleggers die hij een verdubbeling van hun deposito per drie maanden had beloofd.

De opzet is vrij eenvoudig: het spaargeld van nieuwe deelnemers wordt niet belegd, maar gebruikt voor uitbetaling aan eerdere deelnemers. Zolang de inleg van nieuwe deelnemers sterker groeit dan het totaal uit te betalen bedrag, kan de zaak blijven draaien, en wie er het eerst bij was, profiteert maximaal. Maar zodra de stroom nieuwe beleggingen opdroogt, verspelen de meeste eerdere investeerders niet alleen de hun beloofde winst, maar vaak ook hun inleg. Om haar belofte van verachtvoudiging per drie maanden gestand te doen, moet de Roemeense Caritas-bank de hoeveelheid ingelegd geld die ze aantrekt letterlijk iedere maand verdubbelen. Dan was Charles Ponzi's oorspronkelijke zwendelplan nog bescheidener, maar ook dat faalde en de Italiaanse immigrant eindigde zijn leven zoals hij het begonnen was: in bittere armoe. De Roemeense zeepbel lijkt een zelfde toekomst tegemoet te gaan.

In een land met meer dan 10 procent werkloosheid en een inflatie van 300 procent per jaar leek het Caritas-plan op onvervalste liefdadigheid. Keuterboeren namen een hypotheek op hun grond om geld te kunnen beleggen; voor de deur van Caritas' hoofdkantoor in Cluj stonden elegante dames ongegeneerd met rondtrekkende zigeuners in de rij om hun geld af te geven, in de overtuiging dat ze allemaal miljonair zouden worden. Stoica deed er nog een schepje bovenop door te beloven al zijn winst te investeren in 'humanitaire projecten'. Tot op heden is er echter niet veel van die projecten vernomen, behalve het feit dat Stoica alleen al tussen april en augustus van dit jaar 30 miljoen dollar belasting heeft betaald, een voor Roemeense begrippen fabelachtig bedrag.

De Caritas-kermis lijkt bekoeld: de bank kon haar beleggers gedurende enkele dagen in oktober niet betalen (officieel door een 'computerstoring'), en bleef begin november opnieuw in gebreke. Functionarissen van de Nationale Bank van Roemenië schatten inmiddels onofficieel dat de Caritas-bank in feite niet meer dan 11 procent bezit van het geld dat ze haar beleggers heeft beloofd. In menig opzicht weerspiegelt het Caritas-verhaal de toestand in Roemenië als geheel: verbroddelde economische hervormingen en een democratie die enkel in naam bestaat.

De anticommunistische opstand in 1989 kwam niet voort uit een jarenlang gegroeide dissidente beweging, maar was een rebellie uit wanhoop. President Ion Iliescu kon sedertdien uitsluitend aan de macht blijven omdat hij de revolutie naar zijn hand heeft weten te zetten. De politiek van gedwongen industrialisatie had een traditionele samenleving ontwricht en een nieuwe klasse van 'stadsboeren' geschapen, mensen die hun bindingen met het land zijn kwijtgeraakt, maar nog geen nieuwe binding met het stadsleven hebben. Zo, hutje-mutje in afgrijselijke torenflats bijeengepakt en voor al hun behoeften aangewezen op de staat, vormen ze nog heden de wrange erfenis van het communisme, en de stoottroepen van om het even welke doortrapte politicus. Drie keer hebben, in de twee jaar na de val van het communisme in Roemenië, mijnwerkers betogingen uiteen geslagen en de bureaus van politieke partijen bestormd, vaak met openlijke bijval van president Iliescu.

Toch is Roemenië niet meer de dictatuur van voorheen: er is vrijheid van drukpers, de Roemeen is vrij om te reizen naar de paar landen die hem nog een visum verlenen. De strijdkrachten hebben zich eigener beweging hervormd en generaals weigeren pertinent zich met de politiek in te laten. Maar van veel belang is dat alles niet, want het regime van Iliescu oefent haar politieke controle met subtieler middelen uit.

De belangrijkste factor daarin is angst: angst voor het verleden, voor de dossiers van de oude veiligheidsdiensten met behulp waarvan iedereen te chanteren is, en angst voor een onvoorspelbare toekomst. De oppositiepartijen hebben een radicale economische hervorming beloofd; Iliescu heeft de kiezers er fijntjes op gewezen waartoe dit in de praktijk kan leiden. De slecht geschoolde, door het beloofde hervormingstempo opgeschrikte Roemeense arbeiders en boeren, die vreesden dat er voor hen weldra geen werk meer zou zijn, verkozen de oude zekerheden boven het nieuwe experiment. De straf gebreidelde televisieomroep zorgde ervoor dat Iliescu's partij zowel in 1990 als in 1992 de verkiezingen won. Bij de eerste post-communistische verkiezingen overtrof het totaal aantal uitgebrachte stemmen het aantal geregistreerde kiezers met een miljoen; in 1992 werd niet minder dan 13 procent van de stemmen ongeldig verklaard. Democratie op zijn Roemeens.

De Roemeense regering, die de bevolking tragere economische hervormingen heeft beloofd, is tussen wal en schip terechtgekomen: het land mist de voordelen van een markteconomie maar heeft wel alle nadelen daarvan. 's Lands inkomsten zijn in drie jaar met een derde gedaald, maar het overgrote merendeel van de industrie staat nog altijd onder strenge overheidscontrole. En ondanks al zijn machinaties heeft Iliescu zijn land op een reis zonder reisdoel gestuurd.

De Caritas-zwendel is begonnen in Cluj, een stad bestuurd door een extreem-nationalistische partij waarvan Iliescu's regering de steun in het parlement niet kan missen. Voornamelijk om die steun niet in gevaar te brengen lieten de autoriteiten Caritas aanvankelijk ongemoeid. De afgelopen weken heeft Iliescu geprobeerd zich van de 'bank' te distantiëren, maar dat zal hem weinig baten: wanneer Caritas straks schipbreuk lijdt, verdwijnt ook het spaargeld van miljoenen Roemeense burgers in de golven, evenals waarschijnlijk het prestige van de economische hervormingsgedachte.

In de ogen van de andere regeringsleiders in Oost-Europa blijft het huidige Roemenië een uitzondering op de regel, een boze droom die onherroepelijk zal vervluchtigen tijdens de ogenschijnlijk onstuitbare opmars naar de democratie. Een troostrijke, maar daarom nog niet juiste gedachte. Roemenië vormt het beste bewijs dat in de overgang van communisme naar democratie niets onvermijdelijk is. De nabije toekomst van het land ziet er meer dan somber uit, en het ergste moet nog komen: op regeringsniveau wordt al weer gesproken over de herinvoering van prijscontrole en tal van andere instellingen uit de oude communistische economie.

De intellectuelen in Oost-Europa die meenden dat democratie iets is wat je mensen van bovenaf kunt aanleren, zouden het Roemeense voorbeeld ter harte moeten nemen. Democratie, tolerantie en terughoudendheid moeten van onderaf worden opgebouwd en zeker niet zonder de massa's arbeiders en boeren daarbij te betrekken die part noch deel hebben gehad aan een economische hervorming waarvan zij het slachtoffer bij uitstek zijn.

De Roemeense leiders hebben zich daaraan niet gehouden, en voor de grote massa van hun bevolking is het kapitalisme gereduceerd tot een gigantisch en gevaarlijk kansspel onder auspiciën van Caritas. Russisch roulette in het voormalige Joegoslavië en een loterij in Roemenië. Ziedaar het wezen van de democratie op de Balkan.

    • Jonathan Eyal