CALVINISME

In zijn column 'De ontvoering van Europa' (NRC Handelsblad, 18 oktober), schrijft Paul Scheffer: “Wat Mulisch en Nooteboom hun publiek voorhouden zijn rimpelloze mengsels van eigen levensgeschiedenis, het tolerante land van herkomst en een onthecht levensgevoel.

Er is geen sprake van wrijving, contrast of enige spanning met het gangbare zelfbeeld van Nederland”. Scheffer noemt dat ergerlijk, een inderdaad zeer Nederlandse categorie. Misschien heeft hij de volgende passage, zowel in deze krant als in het boek, over het hoofd gezien: “In mijn ernstige vaderland, waar men, voordat men zichzelf tot het geweten van de wereld benoemd had, op volmaakte wijze het zingen van psalmen kon combineren met het verkopen van slaven, is nog zoveel calvinisme op de bodem van de zielen achtergebleven dat men wil dat de schrijvers zich met het rumoer van de wereld bezighouden, en daarmee bedoelt men dan helaas niet het hogere zoemen van de transcedentie, maar die vormen van psychisch realisme waarin men de maatschappij een spiegel voorhoudt.”

    • Cees Nooteboom