Asielzoekers en werklozen test voor peil democratie

In het jaar 1989 werd de overwinning van de democratie gevierd, maar inmiddels lijkt het alsof dezelfde democratie door haar victorie een probleem is geworden. Paul Scheffer overdreef toen hij in zijn rubriek van 1 november schreef dat 'de' ondernemende en denkende bovenlaag in ons land met minachting naar het parlement kijkt. Maar zijn waarneming dat vooral in academische kring de gewoonte in opmars is om op het democratische bestel af te geven, klopt wel degelijk.

De triomf van de democratie bevestigde het einde van het ideologische tijdperk, dat al sinds de jaren vijftig bij herhaling was afgekondigd. Voor zover dat nog nodig was bracht de ondergang van het communisme de nekslag toe aan het idee dat politiek de taak kan hebben om volgens een ideologisch concept de maatschappij dusdanig te ordenen dat de menselijke onvolkomenheden overwonnen kunnen worden.

Daarmee heeft de pessimistische overtuiging gezegevierd die zegt dat de ideale samenleving onmogelijk is. De taak van de politiek kan niet meer dan bescheiden zijn en de partijen strijden nog slechts over de beste oplossing van concrete maatschappelijke problemen.

Het zakelijke pluralisme heeft dus getriomfeerd, maar de deconstructie van alle politieke idealen betekent ook dat belangrijke oriëntatiepunten zijn weggeslagen. In academische kring heeft deze ontwikkeling inmiddels geleid tot een groeiende aanhang voor een postmodern waardenrelativisme dat ook de democratie tot doelwit heeft gekozen. Dit relativisme wil de democratie deconstrueren, dat wil zeggen aantonen dat het bestaande stelsel helemaal geen democratie is.

Een niet door Scheffer aangehaald maar wel heel bekend geworden voorbeeld is de aanval die de historicus prof. J. Oerlemans enkele jaren geleden in deze kolommen ondernam op de 'éénpartijstaat Nederland', die naar zijn indruk verstikt was geraakt door de ijzeren greep van een gesloten kaste van politici die vooral hun eigen belangen behartigden. In zijn uitvoerige uiteenzetting vergat hij overigens te vertellen hoe inhoud kon worden gegeven aan de 'drastische vrijheidszin' waarmee we ons uit deze kerker konden bevrijden.

In dat opzicht gaat de socioloog D. Pels in zijn recent verschenen Het democratisch verschil consequenter te werk. Zijn kruistocht tegen elk 'primaatsdenken' leidt tot de conclusie dat de liberale democratie in haar beroep op het beginsel van de volkssoevereiniteit een belangrijke overeenkomst vertoont met het linkse en rechtse totalitarisme. Dit 'totalitaire risico' moet bestreden worden door de introductie van een 'rommelige maatschappij', waarin de 'creatieve chaos' gestimuleerd dient te worden door een elite van oorspronkelijke geesten een bevoorrechte positie te geven die constitutioneel verankerd moet worden.

Heeft Scheffer gelijk met zijn opwekking dit soort kritiek uit de denkende bovenlaag serieus te nemen? Het verschijnsel dat in intellectuele kring de liberale democratie wordt geminacht, is zo oud als de democratie zelf. De laatste keer dat het zich op grote schaal voordeed, was in de jaren zestig. Niet alleen de hier aangehaalde voorbeelden verspreiden de penetrante geur van het radicaal-anarchisme dat in die periode de parlementaire democratie ontmaskerde als niet meer dan een 'formele' democratie.

De vraag waar het om gaat luidt hoe groot de aanhang zal worden voor politieke verlangens die in hun consequenties leiden tot een onttakeling van de huidige democratie. Het antwoord op die vraag is nauw verbonden met de ernst van een crisis die het bestaande politieke systeem werkelijk zou kunnen gaan bedreigen. Die crisis wordt echter niet veroorzaakt door het voor een aantal intellectuelen smartelijke verlies van grootse idealen of de vermeende geslotenheid van een politieke bovenlaag - klachten van die laatste strekking zijn al gemeengoed sinds Robert Michels in 1911 zijn Zur Soziologie des Parteiwesens in der modernen Demokratie publiceerde.

Het huidige democratische systeem heeft in de loop van deze eeuw zijn effectiviteit bewezen in het externe verzet tegen rechts en links extremisme en in een interne welvaartsgroei die samengaat met politieke vrijheid. Daarmee is echter het toekomstige succes van dit stelsel allerminst verzekerd, want dat blijft afhankelijk van de slagvaardigheid waarmee nijpende problemen worden bestreden.

De ineenstorting van de laatste externe vijand in 1989 blijkt behalve voordelen ook een groot nadeel te hebben: de bindende kracht van de gemeenschappelijke afweer tegen het communisme is weggevallen en de democratie wordt teruggeworpen op haar eigen versplinterde zelf. Problemen als werkloosheid, criminaliteit en de integratie van migranten worden alleen al hierdoor als urgenter ervaren dan voorheen, terwijl ze bovendien vaak in feitelijke omvang snel toenemen.

De werkelijke crisis van de democratie bestaat uit het gevaar dat deze problemen onbeheersbaar worden. De opinie-onderzoeken die in Duitsland na de in september in Hamburg gehouden en voor de grote partijen desastreus verlopen verkiezingen zijn gehouden bevestigen dat vooral het gebrek aan daadkracht in de bestrijding van die problemen velen aanleiding heeft gegeven hun toevlucht te zoeken in een of andere vorm van georganiseerd politiek avonturisme.

In Nederland zijn de moeilijkheden oneindig veel kleiner en de historische wortels van de democratie veel langer dan bij de oosterburen. Niettemin dreigt ook hier vooral de opvang van asielzoekers tot misstanden te leiden die de vraag oproepen in hoeverre de democratische politici tegen hun taak zijn opgewassen. Vluchtelingen voorlopig toelaten en vervolgens niet in staat zijn hen een behoorlijke huisvesting te geven - dat is het ideale recept om het vertrouwen in de Haagse bovenlaag snel af te breken.

Overigens is het duidelijk dat de dwarsliggende gemeentebesturen met hun houding het standpunt vertolken van een snel groeiend deel van de bevolking. Dat feit is te betreuren, maar in een democratie moet men er wel rekening mee houden. In dat opzicht verdienen de verguisde opmerkingen van burgemeester Gruijters over de noodzaak van een strenger toelatingsbeleid een serieuzer reactie dan de obligate verontwaardiging die ze tot nu toe hebben opgeroepen.

    • Ronald Havenaar