Zestien miljard voor betere infrastructuur

DEN HAAG, 8 NOV. In deze tijden van bezuinigingen prijst minister Maij-Weggen zich gelukkig, want haar ministerie mag juist extra geld uitgeven. Op de begroting voor de komende vijf jaar is vijf miljard gulden extra voor investeringen in de infrastructuur uitgetrokken. Deze week wordt de begroting van verkeer en waterstaat in de Tweede Kamer behandeld.

De totale uitgaven voor infrastructuur bedragen nu jaarlijks ruim acht miljard gulden, inclusief de extra investeringsimpuls van vijf miljard. De komende vijf jaar wordt er dus in totaal veertig miljard gulden voor uitgetrokken. De helft hiervan is bestemd voor het openbaar vervoer. Minister Maij-Weggen wordt menigmaal door milieubewegingen beschuldigd dat ze het openbaar vervoer “afbreekt”. De Vereniging Milieudefensie zal vandaag bij de Tweede Kamer aandringen om het meerjarenplan voor de infrastructuur af te keuren omdat te veel geld naar de aanleg van autowegen zou gaan.

Ruim de helft van die veertig miljard gaat op aan onderhoud en exploitatie van bestaande infrastructuur. De rest - zestien miljard gulden - wordt de komende vijf jaar daadwerkelijk gebruikt voor de aanleg en verbetering van nieuwe infrastructuur. Van deze zestien miljard gaat negen miljard gulden naar het openbaar vervoer, de helft daarvan naar rail-infrastructuur. Een groot bedrag is gereserveerd voor de Betuwelijn, de goederenspoorlijn van Rotterdam naar de Duitse grens. Ruim 1,2 miljard gulden van de totale kosten van de aanleg van de spoorlijn zijn de komende jaren voor rekening van Verkeer en Waterstaat.

De totale kosten van de Betuwelijn zijn geraamd op 6,4 miljard gulden. Vierhonderd miljoen gulden betaalt het Rijk na 1998, de rest moet worden betaald uit het Aardgasbatenfonds (geld dat vrijkomt uit de verkoop van extra aardgas), met een EG-bijdrage en met geld uit particuliere fondsen.

Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft al te kennen gegeven dat de Betuwelijn twee miljard duurder zal worden omdat voor enkele knelpunten in het tracé extra voorzieningen moeten worden getroffen. Wat dit voor gevolgen heeft voor de begroting moet deze week duidelijk worden.

Ook de aanleg van de Hoge Snelheidslijn (HSL), een snelle treinverbinding naar en Duitsland en Frankrijk, slokt een groot gedeelte van de totale investeringen van het openbaar vervoer op. Het merendeel van de kosten van de HSL komt echter voor rekening voor het kabinet dat na 1998 regeert. In de komende jaren wordt 668 miljoen gulden uitgegeven terwijl voor de jaren na 1998 nog 2,1 miljard gulden aan kosten overblijft. Ook de HSL moet gedeeltelijk 'privaat' worden gefinancierd. De ING-bank heeft onlangs aangegeven hiertoe onder voorwaarden bereid te zijn.

Een derde groot project dat het spoor moet verbeteren is de verbinding tussen Rotterdam-Zuid en Dordrecht. Het aantal sporen moet in 1996 van vier naar zes zijn uitgebreid. Een gedeelte van de totale investering van 868 miljoen gulden viel ten laste van de vorige begroting, zodat voor de komende vijf jaar nog 653 miljoen gulden over is.

Nadat in 1990 nog voor zes miljard gulden aan wegen is geschrapt, wordt er de komende vijf jaar voor 7,3 miljard gulden geïnvesteerd in nieuwe wegen en tunnels. Een kleine 900 miljoen gulden gaat naar het stedelijk wegverkeer, de rest van het bedrag moet het hoofdwegennet versterken.

Veel geld gaat er naar tunnels zoals de Wijkertunnel en de tweede Calandtunnel. Voor de Wijkertunnel is 581 miljoen gulden gereserveerd inclusief de aanleg van een autosnelweg die op de tunnel moet aansluiten. Van de Wijkertunnel wordt 480 miljoen gulden gefinancieerd door de ING-bank. Wel moet het Rijk aan de bank een bedrag betalen waarvan de hoogte wordt bepaald door het aantal auto's dat van de tunnel gebruik maakt. Hoe meer auto's de tunnel passeren, de groter de kosten voor het Rijk.

De tweede Calandtunnel moet in het jaar 2000 klaar zijn en gaat volgens de begroting 800 miljoen gulden kosten, waarvan 275 miljoen gulden na 1998 wordt betaald. Er wordt wel bij vermeld dat de kosten afhankelijk zijn van de uitkomst van de milieu-effectrapportage. Dit rapport geeft de gevolgen van de bouw voor het milieu aan en leidt vaak tot duurdere aanpassingen.

Hetzelfde geldt voor de aanleg van een snelweg van Venlo naar Maasbracht die in het jaar 2002 klaar moet zijn en waarvoor 750 miljoen gulden is begroot zonder dat de effecten van de MER bekend zijn. De nieuwe snelweg moet voor een gedeelte worden gefinancieerd door het Eurovignet dat per 1 januari 1995 wordt ingevoerd in de Benelux, Duitsland en Denemarken. Vrachtwagens met een gewicht van 12 ton en meer moeten dit vignet kopen. Ook de kosten van de aan te leggen snelweg van Eindhoven naar Oss (kosten 500 miljoen gulden) moeten gedeeltelijk worden terugverdiend door het Eurovignet.