Rotterdams orkest geeft de jeugd een uur concert-show

ROTTERDAM, 8 NOV. Boven de hoofden van de orkestleden in de Rotterdamse concertzaal De Doelen gloeien rode en blauwe lampen. Niet al te opzichtig, want het moet ook weer geen disco lijken. Op het podium staat naast de dirigent een presentator die een metronoom omhoog houdt. “Kijk eens kinderen, dit is een metronoom. Weten jullie waarvoor die dient?” Kinderstemmetje uit de zaal: “Ja, voor op de piano!”. Uitleg volgt, en dan heft dirigent Roland Kieft zijn stok en barst het Rotterdams Philharmonisch Orkest los in de polka Perpetuum Mobile van Johann Strauss. Drie minuten lang, de kinderen luisteren ademloos.

Het RPhO bestaat 75 jaar en tracteert 10.000 Rotterdamse schoolkinderen tot en met vrijdag op een orkestraal evenement, de 'RPhO-show'. Vrijdagavond was de try-out voor volwassenenen een klein aantal kinderen, voor een deel kroost van orkestleden dat wel wat gewend is op muzikaal gebied en zich dan ook voorbeeldig gedroeg. Morgenochtend is de echte vuurproef, dan dirigeert Kieft met achter zijn rug een menigte van 1200 tien- tot dertienjarigen, van wie de meesten nog nooit een concertzaal van binnen hebben gezien. Woensdagavond kunnen ook ouderen van de show genieten - en na de pauze van de documentaire Portret van een orkest die vrijdagavond 12 november op de televisie komt.

De RPhO-show is een educatief project dat ruim een uur duurt. In dat uur maakt het orkest een reis door de muziekgeschiedenis, van de barok tot en met de eigen tijd. Daarbij is niets nagelaten om de aandacht van de jeugd anno 1993 gevangen te houden. Geen ellenlange symfonieën die alleen maar tot landerigheid leiden, maar fragmenten van ten hoogste tien minuten die elkaar in hoog tempo opvolgen.

“Klassieke muziek wordt door kinderen vaak geassocieerd met stil zitten en je kapot vervelen. Daarom moet je ze bij zo'n eerste kennismaking niet meteen een Bruckner-symfonie voorzetten, want dan zie je ze nooit meer terug”, zegt Roland Kieft. “De tijd van Peter en de Wolf hebben we ook wel achter de rug. Daarbij letten kinderen er trouwens vaak meer op hoe het verhaaltje afloopt dan dat ze naar de muziek luisteren. Deze show valt of staat met de vaart. Kinderen moeten van het ene muziekje in het andere tuimelen. Er zijn geen stiltes, er wordt niet tussendoor gestemd en er zijn geen changementen.”

De RPhO-show is ontwikkeld in samenwerking met de Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam (SKVR). De scholieren en hun docenten zijn voorbereid met hulp van een lesbrief. De show wordt gepresenteerd door Freek van Diest, vroeger violist bij het orkest, nu werkzaam bij door de SKVR georganiseerde schoolconcerten. Hij geeft de toehoorders bij ieder stuk een bepaalde fantasie mee, zoals een storm, of bezige miertjes die over de grond krioelen. Vrijdag had hij weinig moeite zijn jonge publiek te boeien: het hing aan zijn lippen en klapte ijverig mee in een spelletje met pianissimo's, fortes en tremolo's.

Artistiek leider Kees Hillen van het orkest stelde het programma samen. Dat begint met Richard Strauss' Also sprach Zarathustra - waarschijnlijk bij veel kinderen bekend van de tv-reclame voor een wasmiddel - en eindigt met Moessorgsky (De heks Baba Yaga en De grote poort van Kiev uit de Schilderijententoonstelling). Gekozen is voor muziek met veel sfeer, waarbij vaak ook iets te zien is. Tijdens Schnittke's Symfonie nr. 1, die begint als een net stukje barok maar al snel ontaardt in een kakofonie van geluiden, rollen mannen in RPhO-T-shirts een vleugel binnen, waarop pianist Gerard Houtman vervolgens een improvisatie laat horen. Sommige muziekfragmenten laten zien welke gevoelens - verliefdheid, weemoed, schrik - muziek kan overbrengen, andere geven een beeld van de verschillende groepen in een symfonie-orkest. Zo spelen de bassen een fuga van Bach en de fluiten een stukje Notenkrakersuite van Tsjaikovski. Een van de hoogtepunten is het optreden van de koperblazers die vanaf drie balkons de Canzone a 12 van Gabrieli spelen. Het geweld van de trompetten gaat na drie minuten abrupt over in het superromantische Nimrod uit de Enigma Variaties van Elgar. Het kind dat dan nog niet met sprakeloos is, kan beter meteen naar huis.

Onderdeel van het programma is ook een optreden van een jonge solist, zodat de kinderen kunnen zien dat klassieke muziek niet alleen iets is voor vergrijsde dames en heren, maar dat ook leeftijdsgenoten er kennelijk plezier aan beleven. Vrijdag was dat de saxofoniste Corinne Ewijk met een concert van Jacques Ibert.

Overigens heeft men niet de illussie dat de Rotterdamse schoolkinderen nu en masse op de concertzaal zullen afkomen. “Ze snuffelen er even aan”, zegt Van Diest. Ze krijgen in ieder geval een beeld van een orkest en wellicht blijft iets hangen.

Kieft: “Het orkest neemt dit programma net zo serieus als andere om jonge mensen te laten zien dat muziek niet saai is, maar mooi, spannend, ontroerend en avontuurlijk kan zijn. Als je kinderen kunstzinnig wilt vormen moet je ze deelgenoot maken van je eigen passie. Het is net als de kookrubriek op de tv. De kok moet de indruk wekken dat hij zelf meteen wil aanvallen op wat hij maakt, anders begin je er zelf ook niet aan. Zo moet het ook met muziek. Het moet smaken naar meer.”