Ouders eisen school voor hoogbegaafden

STEIN, 8 NOV. Onderwijsdeskundigen en ouders van hoogbegaafde kinderen zullen de Raad van Europa verzoeken om aanbevelingen te doen over gesubsidieerd onderwijs voor hoogbegaafden.

Ruim 2 procent van de schoolgaande jeugd in Europa is hoogbegaafd, maar wordt door het ontbreken van aangepast onderwijs door leeftijdgenoten vaak buitengesloten. Tot deze conclusie kwamen vijftig onderwijsdeskundigen en ouders van hoogbegaafde kinderen uit Frankrijk, Duitsland, België, Roemenië, Schotland en Nederland tijdens een tweedaags congres afgelopen weekeinde in het Limburgse Stein.

Zij zijn van oordeel dat aan deze onrechtvaardige behandeling spoedig een eind gemaakt dient te worden. Daarom namen zij zondagavond het besluit om zich te wenden tot de Raad van Europa. Deze instantie moet aan de regeringen van de diverse landen aanbevelingen doen om te komen tot specifieke door de overheid gesubsidieerde onderwijsinstellingen voor hoogbegaafden.

In enkele landen bestaan wel scholen voor hoogbegaafden, maar dit zijn privé-instellingen. Directeur Robert Mulvey van de Cademuir International School in het Schotse Peebles, waar hoogbegaafde leerlingen uit Nederland, Spanje en Duitsland aangepast onderwijs volgen, zei in aparte scholen voor de betrokken leerlingen tevens een goed middel te zien om de criminaliteit onder de jeugd tegen te gaan.

Volgens hem hebben wetenschappelijke onderzoeken uitgewezen dat meer dan de helft van de hoogbegaafden terecht komt in de criminele sfeer omdat zij zich op de reguliere scholen gauw buitengesloten voelen.

Mevrouw E. van Schaik, voorzitter van het Nationaal Instituut voor Meer- en hoogbegaafden en hun Problematiek, dat het congres georganiseerd had, kondigde een procedure tegen de Nederlandse staat aan, wanneer overheidssubsidie nog langer uitblijft.

Haar instituut voert onderhandelingen met twee gemeentebesturen in de Euregio Maas-Rijn over het huren van leegstaande lokalen van openbare scholen om daar te starten met een onderwijsintelling voor hoogbegaafden van tien tot achttien jaar.

Tijdens het congres werden Rusland en andere landen van Oost-Europa ten voorbeeld gesteld aan het Westen aangezien daar wel scholen voor hoogbegaafden bestaan. Een goede kant van de vroegere communistische regeringen, zo merkten leden van de Roemeense delegatie op.