Nobelprijswinnares over Sarajevo en het schrijversparlement; Toni Morrison schrikt terug voor gemakkelijk engagement

STRAATSBURG, 8 NOV. Bescherm de schrijvers tegen de Nobelprijs. Dat zou één van de aanbevelingen kunnen zijn van de conferentie die zich de afgelopen dagen in Straatsburg heeft gebogen over 'het recht van de literatuur', in het kader van de manifestatie Carrefour des Littératures. Wat ooit een eerbewijs was voor schrijvers die zich zeer verdienstelijk hadden gemaakt, lijkt inmiddels te zijn uitgegroeid tot de grootste ramp die een auteur kan overkomen. Zichtbaar uitgeput verscheen de winnares van dit jaar, de zwarte Amerikaanse schrijfster Toni Morrison zaterdag in een zaaltje aan de Place Kleber om, een dag later dan aangekondigd, toch nog een openingstoespraak te houden. Susan Sontag, de voorzitter van de middagzitting, had net het laatste nieuws over Sarajevo doorgegeven en een per satelliet doorgezonden fax voorgelezen van schrijvers die niet naar Straatsburg mochten - 'de terreur in Sarajevo is begonnen' - of het publiek zag welke gevolgen de Nobelprijs kan hebben. Cameraploegen stonden met felle lampen klaar om de winnares overal te volgen, alles wat ze zei werd door microfoons vastgelegd en ononderbroken flitsten fotografen haar van één meter afstand in haar gezicht.

Toni Morrison ('ik kan nog lezen zonder bril, maar hier heb ik een zonnebril nodig') begon haar toespraak met verontschuldigingen. “Ik kan niet goed met de ruimte omgaan tussen de persoon die je wordt als je de Nobelprijs wint, en de schrijfster die ik altijd ben geweest.' Niet alleen was ze veel later op de conferentie aangekomen dan ze had toegezegd, en had ze het publiek een uur laten wachten, haar toespraak en haar bijdrage aan de debatten zouden noodgedwongen ook een geïmproviseerd karakter hebben. “Ik ben niet voorbereid op de serieuze vragen die mij hier worden gesteld.”

Wat die serieuze vragen waren had Morrison 's morgens al mogen ervaren toen ze tegenover tientallen journalisten een persconferentie gaf op vliegveld Entzheim. Ze kon haar weerzin tegen het media-circus nauwelijks verbergen. “Is het afgelopen? Gelukkig!” liet ze zich na afloop hoorbaar voor de microfoons ontvallen. Nauwelijks iemand van de vragenstellers had haar boeken gelezen. Iedereen wilde uitspraken over onderwerpen waar ze weinig over te zeggen had. En door de aanwezigheid van een tolk was er geen mogelijkheid voor ook maar een begin van een gesprek.

Voorzover er toch vragen over haar werk werden gesteld, bevielen die haar maar matig. Wat een blank Europees publiek aan haar boeken kan hebben? “Dat kunt u alleen beantwoorden. Ik ben niet de dokter, ik ben de patiënt.” En of ze ooit een roman zou schrijven met blanke hoofdpersonen? “Zou u zo'n vraag ook aan een blanke schrijver stellen?”

Zo diplomatiek mogelijk zeilde Morrison tussen de klippen door. Over de verhouding literatuur en politiek: “Ik heb mijn halve leven gedacht dat er een verband moet zijn tussen literatuur en de echte gebeurtenissen daarbuiten, maar de andere helft van mijn leven dacht ik dat het er niet toe deed.” Over de (door haar niet getekende) oproep om een schrijversparlement op te richten: “Ik verwacht van een dergelijk parlement dat dit het debat zal stimuleren en een platform biedt voor opinies.” Over de acties voor Sarajevo, die onder anderen Susan Sontag voert, zei ze, zonder namen te noemen: “Dergelijke initiatieven komen soms voort uit de behoefte je beter te voelen of invloed te hebben.” Ze herinnerde eraan dat er in het verleden heel wat acties zijn ondernomen die weinig effect hadden en dat het doorgaans heel veel tijd kost om resultaat te behalen.

Zelf zou ze nu beslist niet naar Sarajevo gaan als haar dat werd gevraagd. “Oorlog is een serieuze zaak, het gaat daar om leven en dood. Dat heeft een serieus antwoord nodig. Met hoofdartikelen en gedichten kom je niet ver - hoewel die een inspiratiebron kunnen zijn voor de strijders. Schrijvers kunnen uniformen aantrekken en de wapens opnemen, of naar staatshoofden gaan. Ik weet het niet.”

Morrison vond de acties een persoonlijke aangelegenheid. “Ik gebruik mijn intelligentie liever voor andere dingen. Ik kan zo'n engagement niet waarmaken. Ik wil geen gebaar maken alleen maar om het gebaar. Ik ben te gevoelig voor de vergeefsheid van dit dit soort acties. Ik besef te goed mijn eigen kwetsbaarheid. Anderen doen dat beter. Die weten wat ze willen en wat hun verantwoordelijkheid is.”

Het was duidelijk dat de publieke rol die aan een Nobelprijswinnaar wordt toebedacht Toni Morrison niet ligt. “Je kunt beter zelf verbeelden dan te worden verbeeld” is haar standpunt. “Ik probeer een intellectueel leven te leiden, als vrouw en als zwarte, en alles wat ik heb, geef ik in mijn werk. De enige manier waarop ik iets coherent kan overbrengen is in een roman. Mijn boeken hebben geen boodschap, maar ik probeer wel duidelijk te maken dat je je niet moeten vervelen, dat je niet met je moeten laten spelen, je moet je niet laten vangen.”

Over de invloed die haar bekroning zou kunnen hebben op de kansen van andere Afro-Amerikaanse schrijvers zei Morrison dat de verkoop van boeken er niet zo veel toe deed. “Er zijn zwarte schrijvers die al zeer succesvol zijn, en die vijftig keer hogere oplagen hebben dan ik.” Belangrijker vindt ze dat zwarte schrijvers nu meer geaccepteerd zullen worden op de universiteiten. “Er zullen meer beurzen komen, studenten zullen zich meer met zwarte literatuur bezig houden en er zal onderzoek naar worden gedaan.” Morrison hoopt dat de Afro-Amerikaanse literatuur door haar bekroning zal worden gezien als 'de beste literatuur ter wereld'.

Voor de Franse socioloog Pierre Bourdieu, een van de initiatiefnemers van het schrijversparlement, moeten de woorden van Toni Morrison als muziek in de oren hebben geklonken. Ook hij heeft de laatste tijd nogal wat kritiek gehad op 'schrijvers die zich laten verleiden door hun ijdelheid' en via de televisie hun meningen spuien. Bourdieu betoogde afgelopen zaterdag dat de media veel te veel invloed hebben gekregen op het intellectuele debat. Hij beschuldigt de media ervan de intellectuele wereld te verdelen om deze te kunnen beheersen. Via het nu opgerichte schrijversparlement wil hij een eigen forum creëren. Bourdieus ideaal, zo zei hij, is een groep intellectuelen en schrijvers bijeen te brengen, die elkaar herkennen aan hun 'intellectuele kwaliteit' en die ongehinderd door tijd- en ruimtegebrek of geldzorgen met elkaar van gedachten kunnen wisselen over de problemen van deze tijd.

Toni Morrison wees er op dat er sinds de tijd van de Vietnamacties veel veranderd was. “In de Vietnamtijd namen intellectuelen standpunten in die verder niet vertaald hoefden te worden. Maar nu kunnen weloverwogen en eerlijke activiteiten niet meer zonder de media. De vraag die nu altijd meespeelt is of iets 'goede kopij' oplevert. Dat kan positief werken, maar vaak is het griezelig en destructief.”

Op de persconferentie had Morrison aangekondigd dat de Nobelprijs haar niet van het schrijven zou afhouden. “De moeilijkheden die ik nu ervaar als bekende schrijver en ster zijn moeilijkheden waar ik nooit aan heb gedacht. Ik zal daar zelf een oplossing voor vinden. Ik zal proberen zo min mogelijk tijd te verliezen. Ik heb zes boeken geschreven, waarvan vijf in een tijd dat ik een volle baan had als docent en uitgever. Ik moet misschien wat harder gaan werken.”

Zondag werd het Carrefour des Littératures onverwacht bezocht door Salman Rushdie. Hij herhaalde nog eens zijn kritiek op de Japanse en Duitse regering die volgens Rushdie weigeren sancties te treffen tegen Iran, het land dat zijn doodvonnis steunt. Toen vorige maand een aanslag werd gepleegd op zijn Noorse uitgever William Nygard, wilde de Iraanse ambassade in Noorwegen geen veroordeling uitspreken. In de ogen van Rushie is Iran daardoor medeverantwoordelijk: “De aanslag is een aanslag die Duitse regering beloofde te helpen voorkomen” zei hij. “Waar zijn de politieke en economische gevolgen?” Hij laakte ook dat Duitsland het hoofd van de Iraanse geheime dienst voor een bezoek had uitgenodigd. “Deze man is de belangrijkste terrorist ter wereld en voor hem rollen de Duitsers de rode loper uit.” Rushdie sprak van een 'misdaad tegen Europa'.

    • Reinjan Mulder