Kok: voor extra banen in EG is geld het probleem niet

BRUSSEL, 8 NOV. Minister Wim Kok van financiën ziet niets in plannen om in de EG nog meer geld vrij te maken voor stimulering van de werkgelegenheid via grootschalige investeringsprogramma's. Er is momenteel geld genoeg beschikbaar, maar het probleem is de uitvoering van goede projecten.

Kok zei dat afgelopen zaterdag in Brussel op een verkiezingscongres van de socialistische partijen in Europa. De politiek leider van de PvdA zei dat hij “sceptisch” staat tegenover de gedachte dat met 'een grote pot geld op tafel in Brussel de groei van de werkgelegenheid vanzelf' komt.

Via Brussel nog meer geld pompen in de Europese economie komt volgens Kok neer op het volgen van de gemakkelijkste weg. In zijn ogen kunnen de twaalf lidstaten van de EG beter inzetten op “economische, sociale en ecologische vernieuwing”, zonder de “grondwaarden” van de verschillende sociale-zekerheidstelsels in Europa overboord te zetten. Hij hoopt dat het komende Witboek van voorzitter Jacques Delors van de Europese Commissie over economische groei, werkgelegenheid en concurrentiekracht juist op die terreinen aanzetten zal geven voor nieuw beleid.

Met zijn opmerkingen uit Kok impliciet kritiek op het voorstel van de Franse president Mitterrand om via een speciale Euro-lening 100 miljard ecu aan te trekken ten behoeve van grootschalige investeringen in de EG. Hoe serieus dat plan is, is nog niet duidelijk. Op de laatste Europese Top, ruim een week geleden in Brussel, kwam het voorstel niet op tafel. Maar afgelopen vrijdag zei de Franse premier Balladur, op bezoek in Lotharingen, dat hij de idee steunde.

Commissie-voorzitter Delors heeft al laten weten hij wel mogelijkheden ziet voor grootschalige investeringsprojecten in Europa. Delors zei op de jongste EG-top dat hij in zijn Witboek aandacht zal schenken aan grote 'Transeuropese netwerken' op het gebied van energie, vervoer en informatie en communicatie. In totaal heeft de Europese Commissie al voor ongeveer 135 miljard ecu aan belangrijke projecten geïnventariseerd die voor EG-financiering in aanmerking zouden komen.

Kok zet daar grote vraagtekens bij. Vorig jaar december en afgelopen zomer besloten de EG-regeringsleiders om in totaal 7 miljard ecu (ongeveer 15 miljard gulden) beschikbaar te stellen voor leningen aan investeringsprojecten. Dat zogeheten 'Europese groei-initiatief' was aanvankelijk een groot succes - er is voor 3,3 miljard ecu aan projecten goedgekeurd - maar de laatste maanden loopt de belangstelling wat terug, aldus sir Brian Unwin, president van de Europese Investeringsbank (EIB). Mede op zijn aanraden werd op de extra top in Brussel van eind vorige maand besloten de criteria daarom maar wat te verruimen. Naast infrastructurele en mileuprojecten komen nu ook projecten voor energieproduktie en stadsvernieuwing in aanmerking voor extra subsidie uit het 'groei-initiatief'.

De bevindingen van de EIB zijn voor minister Kok aanleiding te stellen dat voorlopig geen nieuw Europees geld beschikbaar hoeft te worden gesteld. Het gaat er nu vooral om “schoppen in de grond te krijgen”, aldus Kok.

Overigens meent Kok dat investeren om de economische structuur te versterken in de eerste plaats een verantwoordelijkheid is voor de individuele lidstaten. In haar bijdrage aan het Witboek van Delors zegt de Nederlandse regering dat zij de komende jaren 8 miljard gulden zal uittrekken voor investeringen in verkeer en vervoer, en voor de ontwikkeling van de Rotterdamse haven en van Schiphol. Het geld daarvoor komt uit aardgasbaten en onder andere uit verkoop van overheidsbedrijven. Nederland heeft een wat strakker begrotingsbeleid gevoerd dan Frankrijk, aldus Kok, en daarom hebben we de mogelijkheid die opbrengsten te gebruiken voor investeringen in plaats van ze te moeten aanwenden voor het terugbrengen van het overheidstekort.

Relatief gezien is die 8 miljard gulden voor Nederland meer dan 100 miljard gulden op Europese schaal waarover van Franse zijde wordt gesproken, aldus Kok. De investeringen die Den Haag op het oog heeft leveren niet onmiddellijk veel werkgelegenheid op, erkent hij. Maar, zegt de bewindsman: “Eén ding weet ik wel. Als we ons niet nu economisch versterken, missen we morgen de boot.” Investeringen zoals die in versterking van de Rotterdamse haven zijn van vitaal belang voor de overlevingskansen van de Nederlandse economie in de toekomst, aldus Kok. “Die versterking van de infrastructuur moeten we zelf doen. Daar hebben we Delors niet voor nodig.”

Kok mocht van veel socialistische collega's complimenten in ontvangst nemen voor het sociaal akkoord dat werkgevers en werknemers in ons land eind vorige week sloten. Vooral de Belgen zijn “stinkend jaloers”, aldus Kok. De Belgische rooms-rode regering probeert momenteel een ingrijpend plan op te stellen voor bezuinigingen in de sociale zekerheid, herstel van concurrentiekracht van het bedrijfsleven en banengroei. Pogingen om daarover een sociaal pakt op te stellen liepen twee weken geleden stuk op de weigering van de socialistische vakbond ABVV 'in te breken' in lopende CAO's.

Het akkoord over loonmatiging dat in Nederland is gesloten zal volgens Kok “een belangrijke mobiliserende werking” hebben. Het akkoord bewijst dat “we elkaar weten te vinden in Nederland als het echt moeilijk gaat”. Dat is misschien saai, maar ik vind het wel een goede eigenschap, aldus Kok. Het bewijst dat Nederland een stabiel land is, en dat heeft ook een belangrijke positieve uitstraling naar buitenlandse investeerders.

Kok gaat ervan uit dat de sociale partners in Nederland “ernstig zullen gaan kijken” of een deel van de al afgesproken loonsverhogingen in de bestaande CAO's niet alsnog zal worden gebruikt voor zaken als scholing en herverdeling van werk. In hun zaterdag aangenomen verkiezingsmanifest pleiten de Europese socialisten voor ingrijpende verkorting van de arbeidstijd, bijvoorbeeld door “een werkweek van 35 uur, een vierdaagse werkweek, educatief verlof, de vrijheid om voor deeltijd te kiezen, enz”.

Flexibilisering van de arbeidsmarkt is volgens Kok noodzakelijk om meer mensen aan het werk te krijgen. De grote uitdaging is volgens hem ervoor te zorgen dat die flexiblisering niet alleen economische voordelen oplevert (voor de ondernemingen) maar ook sociale voordelen (voor de individuele werknemers). Werknemers kunnen bijvoorbeeld in deeltijdbanen naar hun pensioen toe gaan. Ook moet het mogelijk zijn om na de pensioenleeftijd van 65 jaar in deeltijd door te gaan met werken, aldus de PvdA-leider.