Israel is geen taboe meer in Jordanië

AMMAN, 8 NOV. Niemand stoorde zich er zaterdagavond aan dat de televisie in het Intercontinental Hotel in Amman op Israel-2 stond afgestemd. Desgevraagd antwoordde de ober met een grote grijns dat 'Turkije' aanstond. De knop werd niet omgedraaid en het Hebreeuws uit de luidspreker vermengde zich vrolijk met het gebabbel in de bar.

Dergelijke voorvallen zijn symptomatisch voor de verdwijning van het 'Israel-taboe' in Jordanië. Daaruit kan echter niet worden afgeleid dat de vredeskrachten in de Jordaanse politiek bij de vandaag te houden algemene verkiezingen ook aan het langste eind zullen trekken. Met een hese stem heeft koning Hussein in een televisierede zijn onderdanen opgeroepen voor 'gematigdheid' te stemmen. Doorzichtiger had hij de 1,5 miljoen Jordaanse kiesgerechtigden niet kunnen vragen het sterke Islamitische Afwijzingsfront een nederlaag toe te brengen. In dat opzicht hebben de verkiezingen in Jordanië, met minstens vijftig procent van de bevolking van Palestijnse origine, het karakter van een referendum over het vredesproces in het Midden-Oosten - in de eerste plaats over het akkoord tussen Israel en de PLO, de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, maar ook over een mogelijke Israelisch-Jordaanse vrede.

Deze verkiezingen zijn evenzeer belangrijk omdat ze, met de nodige Jordaanse slagen om de arm, door koninklijke woordvoerders ook “de eerste echte democratische krachtmeting sedert veertig jaar” worden genoemd. Koning Hussein heeft de politieke arena opengesteld voor twintig partijen, die met meer dan vijfhonderd kandidaten naar tachtig zetels in het Lagerhuis dingen. (Van achttien zetels is de bestemming wettelijk vastgelegd - drie voor Circassiërs, negen voor christenen, en zes voor bedoeïenen.)

Zoals alleen de koning dat kan doen, heeft Hussein ervoor zorggedragen dat het IAF, het Islamitische Arabische Front, zijn in 1989 begonnen stormachtige politieke opmars niet kan voortzetten. “Pas eind oktober kregen we door tussenkomst van de rechter toestemming om politieke bijeenkomsten te beleggen”, beklaagt zich Ishaq Farhan, de secretaris-generaal van deze islamitisch-fundamentalistische partij. “Ook in de moskeeën mogen we geen politiek bedrijven”, voegt hij er snel aan toe.

Het regime bedacht nóg een verkiezingstruc om het IAF de voet dwars te zetten. Tijdens deze verkiezingsronde kunnen de kiezers in kiesdistricten slechts op één kandidaat stemmen en niet op een veelvoud, zoals in 1989 mogelijk was. De verkiezingsstrategen van koning Hussein veronderstellen dat deze recente wijziging van de kieswet de groei van het IAF zal stoppen.

Pag.4: 'Jordanië is geen Algerije'

Jordaanse politicologen daarentegen geloven dat het IAF zo diep in de Jordaanse maatschappij is geworteld dat in het staat moet worden geacht door zijn superbe organisatie en discipline op de huidige politieke sterkte in het parlement blijven. “Als de IAF achteruitgaat, schrijf ik dat toe aan het verdelend effect van het akkoord tussen Israel en de PLO op de Palestijnen in Jordanië”, zegt Ishaq Farhan tijdens een vraaggesprek op zijn kantoor in Amman. “Palestijnen die traditioneel voor het IAF stemden zouden ons nu kunnen verlaten, omdat wij tegen het akkoord tussen de PLO en Israel zijn”, zegt hij. “Als we wat terrein verliezen, zit het verlies in deze hoek”.

Misschien hebben de kiezers ook doorgekregen dat het IAF in het parlement de afgelopen jaren jammerlijk heeft gefaald om de islamitische wetgeving door te drukken. Wetsvoorstellen om het gebruik van alcohol te verbieden en om jongens en meisjes te scheiden op de scholen, liepen vast op de door de koning benoemde meerderheid in het Hogerhuis of werden in een eindeloze administratieve molen opgenomen.

Het Islamitisch Arabisch Front heeft in de verschillende kiesdistricten in totaal 36 kandidaten gesteld. In 1989 sleepte het Front 22 zetels in de wacht. Met tien geaffilieerde parlementariërs heeft het IAF de afgelopen vier jaar, met vijf ministers in de regering van koning Hoessein, zijn positie in Jordanië vooral op organisatorisch niveau weten te versterken.

Wegens zijn diepgelovige islamitische inslag en de historische machtspositie van de Moslim-broederschap in Jordanië zijn de spanningen tussen het regime en het IAF de afgelopen jaren niet te hoog opgelopen. “De situatie in Jordanië is anders dan in Algerije”, zegt Ishaq Farhan. “De moslimbeweging in Jordanië is redelijk, en vóór nationale eenheid”.

Die 'redelijkheid' wordt ook afgedwongen door het sterke binnenlandse veiligheidsapparaat van het hasjemitische koninkrijk, dat de islamitische krachten weinig kansen geeft ondergronds te gaan. Een vredesverdrag met Israel, voorafgegaan door een economische overeenkomst met de joodse staat, kan echter wel tot grote spanningen in de Jordaanse maatschappij leiden. Het terugdringen van het Islamitische Arabische Front vandaag bij de stembus is daarom van groot belang voor koning Hussein om met een 'gewillig' parlement achter zich vrede met Israel te kunnen sluiten. “Wij zijn daar radicaal tegen”, zegt Ishaq Fahran. Ongevraagd voegt hij daaraan toe: “In dat geval verwachten wij geen onrust in de straten van Amman. Ons land is stabiel. Natuurlijk zullen we niet gelukkig zijn als koning Hussein en Rabin elkaar de hand drukken.”

Wat betekent het als Ishaq Farhan zich laat ontvallen dat “een Israelisch-Jordaanse vrede geen lang leven zal zijn beschoren?”. Denkt hij toch aan ander dan parlementair verzet?

Het verbluffende van deze toch vrij rustig verlopen verkiezingscampagne is dat het vredesproces er geen hoofdrol in heeft gespeeld. “Vrijwel geen spandoeken met leuzen voor of tegen de vrede”, zei deze week een hoge Jordaanse ambtenaar om dat opmerkelijke verschijnsel nog eens te benadrukken. Jordaanse politici speelden verstoppertje met dit hete hangijzer in de Jordaanse politiek. Zij begrepen dat het spelen met vuur was om de vredesproblematiek in het brandpunt van de Jordaanse verkiezingscampagne te plaatsen. Van hogerhand is dit land eraan gewend geraakt te geloven en te denken in termen van nationale eenheid, die diepe scheuringen in de Jordaanse maatschappij tussen bij voorbeeld Palestijnen en Jordaniërs moeten verbloemen. Het 'vredesproces' heeft in deze verkiezingscampagne van hogerhand min of meer dezelfde behandeling gekregen. Naar buiten toe lijkt het pas na de sociaal-economische problematiek te komen, na de werkloosheid van ongeveer 25 procent, na de opvang van 340.000 Palestijnse Jordaniërs uit de Golfstaten.

Het vredesdebat brandt echter in de harten van veel Jordaniërs. Vandaag krijgen zij de kans in de stemhokjes hun gevoelens over het vredesproces in het Midden-Oosten te uiten. In zijn paleis wacht koning Hussein met evenveel spanning op de uitslag als de Israelische leiders in Jeruzalem. Als zijn oproep om gematigde kandidaten te kiezen gehoor vindt, kan hij zijn vredespolitiek met steun van het parlement uitvoeren. Dat is legitiem en democratisch. Als het Islamitisch Weigeringsfront vandaag echter voor een nieuwe verrassing in de stembus zorgt, zal de hasjemitische koning, zoals hij zo vaak heeft gedaan, om het parlement heen zijn buitenlandse politiek moeten voortzetten.