Het gezelschapsdier heeft gewonnen van het trainingsbeest

DEN BOSCH, 8 NOV. Ondeugend zet zijn vrouw een bakje dipsaus naast het schaaltje chips. In combinatie met de pilsjes die hij dorstig naar binnenslaat, vormen de topsport-vijandige consumpties op de kantinetafel een demonstratie van de nieuwe sportbeleving van judoka Anthonie Wurth.

Anderhalf jaar geleden was hij nog de bezeten middengewicht die alles in zijn lichaam in dienst stelde van een olympische triomf. Een obsessie die slechts ontgoocheling oogstte. Na een periode van bezinning en besef dat alle bezieling voor niets is geweest, viert hij nu ruim tien kilo vetter als halfzwaargewicht het succes van de recreatieve topsporter.

Talent en basistechniek verloochenen zich nooit, vechtlust zeker niet. Wurth kan er tweede mee worden in het Nederlands kampioenschap, na slechts een maand van nauwelijks intensieve training. Zijn armspieren zijn pijnlijk gezwollen na de krachtmetingen met erkende zware jongens. Anders gezwollen dan zijn gezicht, dat de sporen verraadt van de geneugten des levens, meer van een afkickperiode.

Zijn gezicht draagt de lach en de vergetelheid. De lach was er al. Destijds was er dat vuur in zijn vrolijke ogen, toen hij Europees kampioen was en vastbesloten op weg ging naar de gouden olympische medaille. De ogen lijken zachter geworden. Het mag niet meer zoals vroeger worden. Het kan niet meer. De bezetenheid met de duivel op de hielen is geweken. Hij heeft een goede baan en is sinds kort getrouwd. Maatschappelijke verantwoordelijkheden bepalen zijn leven, sport is geen hoofdzaak meer.

Dat hij zou terugkeren wist hij zeker. De post-olympische depressie knevelde hem een half jaar. Maar rondom Kerstmis drong het tot hem door dat hij zich binnen een jaar weer moest laten gelden op zoiets als het nationale kampioenschap. Hij mocht niet nog langer het contact met het topjudo missen. Te lange stilstand betekent te grote achteruitgang.

In welke gewichtscategorie hij zou terugkeren was niet van het grootste belang. Hij voelde dat iets in zijn lichaam knaagde, smeekte om de laatste sprong. Daarom was hij ook als jongetje gaan judoën. Om het uiterste uit je lichaam te halen. Niet om kampioen te worden, niet om beroemd te worden, niet om aandacht te krijgen, niet om rijk te worden. Je bent nu 26 jaar en je kent nog niet de mogelijkheden van je lichaam.

Een jonge man die als afgestudeerd HTS'er werktuigbouwkunde probeert geestelijke uitputting te compenseren door lichamelijke uitputting. Sinds hij een intensieve baan heeft als schade-expert is hij de intensiteit van de topsport gaan missen. Dat komt er nog bij. Een symbiose is niet mogelijk.

Of zijn tweede plaats perspectieven biedt voor een nieuwe aanloop naar de ultieme prestatie, is afhankelijk van het gesprek dat hij wil aangaan met de bondscoach en diens richtlijnen. Over condities, verminderde trainingsarbeid en trainingskampen die hij niet meer kan en wil volgen. En over zijn schuldgevoel dat hij vorig jaar zomaar - voor niemand officieel - uit de topsport is gestapt.

Die tweede plaats, die hij gisteren in Den Bosch veroverde, is hem overkomen. Hoe hij nu verder moet met zijn hang naar tweestrijd, naar het gevecht, vraagt om bezinning. Een maand geleden las hij tijdens zijn huwelijksreis in Maleisië dat de judoka die hem op de Olympische Spelen in Barcelona had beroofd van zijn olympische illusie op de wereldkampioenschappen successen vierde. Dat raakte zijn eergevoel.

Hij belde meteen naar Nederland met het verzoek hem in te schrijven voor de disctrictskampioenschappen, de kwalificatie voor de nationale titelstrijd. Hoeveel hij woog - het moet tegen de honderd kilo geweest zijn - wist hij niet. Maar met een beetje aftrainen zou hij op z'n minst in de klasse tot 95 kilo kunnen uitkomen. Zijn successen had hij altijd in de klasse tot 78 kilo gevierd, maar dat had hem altijd veel inspanning en fobieën gekost, besefte hij.

In feite lag zijn normale gewicht altijd rondom de 86 kilo. In die gedaante had hij zich buiten de arena altijd het meest voldaan gevoeld, maar de drang naar de triomf van het uiterste dwong hem zijn lichaam te teisteren met methoden die gewichtsafname bevorderden. Uit angst te zwaar te worden depte hij zelfs 's avonds voor de wedstrijden bij dorst zijn tong met een nat washandje.

Nu voelt hij zich lekker. Door zich weer in te schrijven voor kampioenschappen heeft hij zichzelf gedwongen zijn lichaam te onderhouden. Al een wapen tegen vetzucht als onderdeel van een rouwproces. Als een stok achter de deur. Het gevoel dat hij zijn energie niet kwijt kon, is verdwenen. Hij judoot ook omdat hij wil laten zien dat hij heel goed kan judoën, dat hij ook de beste zwaargewichten aankan, al is het met voorlopig maar drie keer per week trainen.

Anthonie Wurth heeft talent. Daarmee onderscheidt hij zich van de meeste andere judoka's. Hij zou het beschamend voor het judo hebben gevonden wanneer hij kampioen was geworden, zegt hij. Langzaam dringt het tot hem door dat obsessie wordt opgeroepen door de duivel. Dat talent zoiets als een hemelse gave is, dat niet te vereffenen valt door topsportvijandige versnaperingen als bier en chips met dipsaus. Het gezelschapsdier heeft het gewonnen van het trainingsbeest. Hij heeft zich voorgenomen te blijven lachen. Lachen als opluchting. Dat de boze herinnering is verdrongen.

    • Guus van Holland