Gedistingeerd heer met een warm hart; Profiel van F. HOUBEN

Besturen zit de Brabantse commissaris der koningin, mr. F. Houben, in het bloed. “Het zal misschien verbazing wekken, maar ik kan er nog steeds enthousiast over worden.” En in Brabant is hij nog lang niet op het bestuur uitgekeken. “Brabant heeft ondanks alle tegenslagen met Philips, DAF en NedCar een uitstekende uitgangspositie.” Als bestuurder, zo vindt hij, moet je je van tijd tot tijd ook kwetsbaar durven opstellen. “De zorg over de tweedeling in de samenleving loopt als een rode draad door mijn gedachten.”

In de antichambre staat een stoel met een grijs kussentje erin. Daar leunt hij tegen, want hij heeft bij het zitten rugklachten. Waar een van zijn burgemeesters, mr. G. Brokx van Tilburg voor 28.000 gulden een ergonomische zetel in zijn dienstauto liet inbouwen, behelpt de 54-jarige Brabantse commissaris der koning mr. F. Houben zich met een eenvoudig kussentje.

Het is typerend voor deze gedistingeerde heer met een warm hart. “Ik vind”, zegt hij, “dat ik de taak heb me actief op te stellen vooral als het om groepen gaat in een achterstandspositie”. Zo gaat hij op eigen initiatief naar gokverslaafde jongeren in de Eindhovense wijk Woensel-West, naar asielzoekers in het Beatrixoord in Eindhoven en zat hij in februari van dit jaar met bedreigde DAF-ers thuis bij een werknemer van de Eindhovense vrachtauto-fabrikant nadat het faillissement was uitgesproken. “Je moet je als bestuurder van tijd tot tijd kwetsbaar durven opstellen door ook eens een kijkje te nemen aan de andere kant. De zorg over de tweedeling in de samenleving loopt als een rode draad door mijn gedachten.”

Daarom kijkt hij kritisch naar wat de steden doen. “Op zichzelf is het goed dat ze werken aan de uitstraling van hun centra, maar dat moet je parallel laat lopen aan de sociale vernieuwing in de wijken. Ik ben bang dat de balans wel eens wat te veel doorslaat naar de prestigekant. Als straks de geldstroom van het rijk voor de sociale vernieuwing stopt, dan moeten de gemeenten geld opzij hebben liggen om de zaak over te nemen.”

In 1987 werd hij commissaris der koningin als opvolger van mr. A. van Agt, die als EG-ambassadeur naar Tokio vertrok. Anders dan de flamboyante Van Agt liet Houben zich bij zijn blijde intrede niet als een zonnekoning bij Cuyk over de Maas zetten. Hij begon zijn werk even eenvoudig als hij er als burgemeester van Etten-Leur mee was opgehouden.

Slechts een aantal malen zocht hij de aandacht: in zijn verzet tegen de aantasting van het landschap door een tracé van de TGV in West-Brabant en toen hij op een smog-dag per fiets op werkbezoek ging om het goede voorbeeld te geven. Fietsen doet hij nog steeds graag en veel. Hij laat een provinciaal plan zien, Brabant op de fiets!, dat beoogt het fietsgebruik met 40 procent te bevorderen om een deel van de milieu- en mobiliteisproblemen op te lossen. Bovendien was hij voorzitter van een commissie die de basis van de reorganisatie van het openbaar vervoer in Nederland voorbereidde.

Onlangs nog was hij aan het hoofd van een economische delegatie in het fietsgrage China, met name in de provincie Jiangsu. In zijn bagage had hij het boek Wilde Zwanen, drie dochters van China van de Chinese schrijfster Jung Chang. Waar het mogelijk was bezocht hij plekjes waarover in het boek wordt geschreven. “Je gaat er door een landschap dat nogal dor en onherbergzaam is, waar nog met ossen en de hak wordt gewerkt. Maar de Chinezen zijn uitermate vriendelijk en gastvrij. Die mensen hebben humor.” Hij verzucht dat Brabant een voetballer zou moeten hebben met wereldfaam. “Als je erop doorvraagt dan kennen ze allemaal de namen van Cruijff en van Koeman. Dat zijn ambassadeurs van jewelste.”

Terug in Nederland was er genoeg gelegenheid om een van zijn levenskunsten - het relativeren - in praktijk te brengen. “De provincie Jiangsu heeft 68 miljoen inwoners, dus als je er met de gouverneur praat dan praat je met iemand van het kaliber van een Mitterrand. De hoofdstad Nanjing heeft 2,2 miljoen inwoners, net zoveel als de hele provincie Brabant. Onze provincie is met haar 5000 vierkante kilometer maar een speldeprik, maar of je nu een verbindingskabel hebt met een groot of een klein gebied, dat doet er niet zoveel toe. Als je de netwerken maar weet op te bouwen. Ik denk dat dat heel belangrijk is voor Brabant. Als je nu wat over China wilt weten pak je gewoon de telefoon, want je kent er mensen met wie je hebt gesproken.”

Hij is een werker in de luwte. Als zijn functioneren al wordt gekritiseerd, dan komt dat van een man als Brokx die hem in het openbaar kapittelde omdat hij voor de vijfde keer niet was ingegaan op een verzoek in Tilburg aanwezig te zijn bij een feestelijke gelegenheid. “Dat was een storm in een glas water”, zegt Houben. “Dat incident is voor mij al lang voorbij.”

Op de vraag of het voor de provincie niet moeilijk opboksen is tegen zware jongens als Brokx en burgemeester Nijpels van Breda, beiden oud-bewindslieden in Den Haag, antwoordt Houben: “Natuurlijk. Er bestaat altijd een zekere spanning tussen de grote steden en de provincie. De grote steden hebben ruimte nodig. Die krijgen ze van mij en van het college van GS ook zodat ze de eerste 25 jaar vooruit kunnen. We zijn bezig met een gemeentelijke herindeling waarbij als het goed is straks van de 131 Brabantse gemeenten nog maar 81 over blijven.”

Bij het daarop volgend exposé over besturen gaat hij eens even recht op de stoel zitten, want besturen zit deze telg van een familie van bestuurders in het bloed. Zijn vader was gouverneur van Limburg, zijn broer is burgemeester van Maastricht, een andere broer ambassadeur in Rome. Zelf begon hij als burgemeester in Luyksgestel.

“Het zal misschien verbazing wekken, maar ik kan over besturen enthousiast worden. Met besturen kun je de kwaliteit van een provincie beïnvloeden. En dat ligt me bijzonder na aan het hart: de kwaliteit van de provincie Noord-Brabant. Dit is de meest geïndustrialiseerde provincie van Nederland, evenwel met een groene rand. Er is nog ruimte voor andere dingen dan alleen werken, de wegen zijn nog niet dichtgeslibd. Wil je dat zo houden, dan moet je ervoor zorgen dat de kwaliteit overeind blijft. Het mag niet zo zijn dat Brabanders straks tijdens hun wandeling opeens op woonwijken of industrieterreinen stuiten waar die niet mogen zijn. Om die ruimtelijke indeling van een provincie goed te sturen heb je een provinciaal bestuur nodig dat met een zekere afstand de belangen tegenover elkaar kan afwegen en daar de plannen voor kan maken.”

Regionaal bestuur, mogelijk een vierde bestuurslaag? Daar is hij wat voorzichtiger mee dan minister Dales (binnenlandse zaken) of de burgemeesters van de grote steden. “Mijn pleidooi en dat van GS is steeds dat als je dat wil, er een grote mate van overeenstemming moet zijn van de gemeenten in zo'n regio. De minister vindt dat het kabinet en de Kamer daarover moeten kunnen beslissen. Ik zeg: Breng iets dergelijks van de grond en evalueer het over vier jaar en besluit dan of er een rechtstreeks bestuur van een regio moet worden gekozen, want als de trein eenmaal loopt kun je er nog maar moeilijk uitspringen. Het Nederlands bestuur zit nu eenmaal zo in elkaar dat je 't wel kunt vergeten als je er van vandaag op morgen ingrijpende veranderingen in aanbrengt zonder je de vraag te hebben gesteld omtrent het maatschappelijk draagvlak.”

Over maatschappelijke beroeringen maakt hij zich wel degelijk zorgen. Daarom was hij bij de asielzoekers in het Beatrixoord, omdat er een probleem speelt met de opvang van asielzoekers beneden de achttien jaar. Hun opvangplaats in Nunspeet zit vol. Daar is één hulpverlener op de twintig jongeren. In Eindhoven zijn er er één of twee op de honderd. “Het gaat echt om afschuwelijke problemen van kinderen uit het voormalige Joegoslavië die hun ouders onder hun ogen vermoord zagen worden en die daaraan trauma's en nachtmerries hebben overgehouden. Daar ben ik vreselijk van geschrokken. Die kinderen hebben als het ware een ouderhand nodig.”

Over het asielbeleid in het algemeen heeft hij geen hoge dunk. “Je kunt niet zoals minister d'Ancona zonder meer zeggen dat de opvang meer naar de gemeenten toe moet als je er van tevoren niet terdege over hebt gesproken met de groeperingen die erbij zijn betrokken. Dat is onverstandig van de minister. Je kunt niet in de rijksbegroting zetten dat er 25.000 vluchtelingen zullen komen terwijl het wellicht 40.000 worden. Het ontbreekt aan een visie op de langere termijn en aan zekerheid.”

Corruptie - ook weer zoiets wat een integer bestuurder als Houben pijnsteken in het hart moet bezorgen. Maar eerst een anekdote, want de boog kan niet altijd gespannen zijn. Een van zijn voorgangers, mr. A.E.J. baron van Voorst tot Voorst (1884-1928), grootvader van zijn huidige collega in Limburg, werd tijdens een werkbezoek aan een Westbrabantse gemeente eens door de gemeentesecretaris apart genomen. De man bekloeg zich erover dat de burgemeester strijk en zet haantjes en eieren aannam. De burgemeester kreeg flink op z'n donder. Toen Van Voorst vier jaar later terugkwam en vroeg hoe het er nu mee zat, hoorde hij dat de burgemeester zijn gedrag niet had veranderd. Toen zei Van Voorst: Burgemeester, u gaat naar de pastoor en laat die zondag in de preek zeggen dat niemand u meer haantjes en eieren mag aanbieden. Dat deed de pastoor. “Ik wil maar zeggen dat corruptie van alle tijden is, alleen missen we nu de pastoor om dit soort zaken op te lossen.”

“Maar nu de serieuze kant van de zaak. Ik ga langs alle burgemeesterskringen om daar een verhaal te houden over de integriteit van het bestuur. Dan gaat het natuurlijk veel verder dan die fles wijn. Het gaat vooral om het juist toepassen van de bepalingen in de bestemmingsplannen in het buitengebied, want daar gebeurden dingen mee die niet door de beugel konden. Dan zegt de burger al vlug: 'In dit bestuur heb ik geen vertrouwen meer.' Op de langere termijn kan een dergelijke overheid zich niet handhaven. Als bestuurder pur sang gaan de berichten over de vermeende corruptie in Limburg, maar ook elders in het land, je natuurlijk aan je hart. Maar ik ben blij dat de zaak in de publiciteit komt en niet onder de deken wordt geveegd. Het is een probleem. Maar niet alleen in het bestuur. Als je de discussie aangaat dan moet je het niet hebben over één sector, maar over de integriteit in onze maatschappij in het algemeen.”

Het commissariaat in Brabant bevalt hem nog steeds uitstekend. Verkassen, zegt hij, is niet aan de orde. “Brabant heeft ondanks alle tegenslagen met Philips, DAF en NedCar een uitstekende uitgangspositie. Er is veel positiefs te melden. De Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg kwam bij een enquête als nummer één uit de bus. De DAF is overeind gebleven. Deze provincie wordt steeds belangrijker als distributieland. Dat kan ons misschien wel tien- tot vijftienduizend arbeidsplaatsen opleveren. De Efteling trok dit jaar een record van 2,7 miljoen bezoekers, de Groote Peel werd een nationaal park, er heeft zich een aantal nieuwe bedrijven gevestigd en het Industrieterrein Moerdijk werkt na jaren van problemen met een positief saldo. Met Vlaanderen zijn goede gesprekken op gang gekomen over de grensoverschrijdende milieuproblemen en over de rampenbestrijding. Zelf word ik door deze baan met de dag vitaler, want ze geeft zoveel energie aan impulsen aan jezelf.” En dan, om toch maar vooral niet te zeer op de voorgrond te treden: “Je doet het natuurlijk allemaal niet alleen, je bent een instrument met z'n allen.”

    • Max Paumen