Fonds Raad van Europa in opspraak

PARIJS, 8 NOV. Bij het Sociaal Fonds van de Raad van Europa zijn ernstige onregelmatigheden aan het licht getreden. Miljoenen, die bestemd waren voor de opvang van vluchtelingen in Europa, zijn zonder voldoende controle besteed. Volgens geruchten zelfs aan wapens in Turkije en de bouw van wegen en hotels in Italië. De gouverneur van het fonds, de Belg Roger Van den Branden, heeft voor zichzelf en zijn staf een weelderig arbeidsvoorwaarden-pakket in het leven geroepen.

De ongecontroleerde gang van zaken is opgespoord door het accountantskantoor Ernst & Young. Italië en Turkije, waar tweederde van het geld van het Fonds naar toe gaat, hebben regelmatig grote bedragen getoucheerd waar nog geen project voor was geformuleerd. De twee landen hebben samen zeven miljard gulden uit het Fonds gekregen. Alleen in 1992 al ging 1,5 miljard gulden naar Turkije, waar volgens het onderzoek op 30 juli van dat jaar nog geen enkele bestemming voor was geformuleerd.

De accountants komen met zware kritiek op Van den Branden, sinds 1979 de hoogste man bij het Sociaal Fonds. Hij zou een personeelsbeleid voeren dat de voor Europese ambtenaren gebruikelijke normen ruim te boven gaat. Hij zou zichzelf daarbij niet over het hoofd zien. Volgens het onderzoek zou Van den Branden zijn hele jaarsalaris van 1991 in januari vast hebben laten overmaken. Hij gunde zichzelf een ruime, vaste reiskostenvergoeding op grond van een eigenhandig opgestelde schaal. De ware omvang van de uitbetaalde onkostenvergoedingen voor de gouverneur en zijn naaste medewerkers, waar zij betrekking op hadden en op welke grond zij noodzakelijk werden geacht, is volgens de accountants niet vast te stellen.

Pag.4: Voortijdig pensioen

Het meest origineel lijkt de pre-pensioenvoorziening die door de gouverneur is opgezet. Deze biedt medewerkers de mogelijkheid al na tien jaar dienstverband het hele opgebouwde oudedagspensioen op te nemen, ook als men in dienst blijft. Aan die regeling ten bate van de gouverneur en enkele medewerkers is ten tijde van het onderzoek in totaal 7,5 miljoen gulden uitgegeven. Bijna de helft daarvan kwam Van den Branden persoonlijk ten goede.

Het accountantsrapport werd opgesteld in opdracht van het dagelijks bestuur van het in Parijs gevestigde Fonds, maar wordt al een jaar in de doofpot gehouden door het hoogste orgaan van het Fonds. Dat is een Raad van Toezicht, die bestaat uit de in Straatsburg geaccrediteerde ambassadeurs bij de Raad van Europa van de 21 landen die deelnemen aan het Sociaal Fonds. De meeste Europese landen horen bij deze 21. Nederland ook, maar Den Haag heeft al enige jaren zijn ambassadeur in Straatsburg uit deze raad teruggetrokken. In plaats daarvan nemen ambtenaren van het ministerie direct namens de minister deel in dit bestuur.

Parlementariërs die toezicht houden op het Sociaal Fonds dringen al geruime tijd aan op openbaarmaking van het pijnlijke rapport. Het Nederlandse Tweede Kamerlid Eisma (D66) is rapporteur van die commissie uit de Assemblée van de Raad van Europa. Hij heeft onlangs, met drie andere parlementariërs een vertrouwelijke samenvatting van het 400 pagina's dikke accountants-rapport gekregen. Op grond daarvan heeft hij donderdag in Straatsburg voorgesteld dat voor de per 1 januari vrijkomende drie hoogste posten bij het Fonds niemand benoemd kan worden die op enige wijze betrokken is geweest bij het tolereren van de aan de kaak gestelde praktijken.

Gebleken is dat in de Assemblée veel landen voor een dergelijke lijn terugschrikken. De Raad van Toezicht heeft tot nu toe geredeneerd dat het aanzien van de Raad van Europa geschaad zou worden door een schandaal. Na de top van de Raad in Wenen wil men de hulp meer op Oost-Europa richten. Door stille vervanging van Van den Branden en andere hoge functionarissen, wilde men schoon schip maken en een nieuw beleid gaan voeren.

Waarom alle regeringen, die via de Raad van toezicht verantwoordelijkheid dragen voor de gewraakte gang van zaken, niet eerder hebben ingegrepen, is tot nog toe niet in het openbaar uitgelegd. Duitsland, de grootste geldschieter van het Fonds, zou veel van de bouwprojecten in Zuid-Italië hebben uitgevoerd. Andere landen zouden andere personele of zakelijke belangen de voorrang hebben gegeven.