Flipperkast

Jan Pronk had het op de radio over de opvang van vluchtelingen uit oorlogsgebieden. Nederland is nog lang niet vol, zei hij. En dat het toch zo wordt ervaren, voegde hij er streng aan toe, is meer een sociaal-psychologisch gevoel. Ik reed op dat moment toevallig in de Europoort.

Een sociaal-psychologisch gevoel - laten we aannemen dat zoiets bestaat, het klinkt in elk geval pompeus genoeg. Dan zou ik weleens willen weten hoe het vol-zijn van Nederland ánders kan worden ervaren. Je praat niet over een fles met wijn, of een schip met containers, of een stadion met voetbalsupporters. Je praat over een land met de mensen die er leven, en leven is een subjectieve bezigheid.

Ik heb mijn naaste heus wel lief, alleen niet steeds, niet overal. Ik zie hem soms met liefde ook een tijdje niet. Maar je kunt niet altijd in huis blijven zitten. En dan moet je in Nederland je neus eens buiten de deur steken.

Je bent hier net zo'n stalen knikker in een flipperkast. Het rinkelt, belt en toetert als een oordeel om je heen. Je knalt aan alle kanten ergens tegenop.

Volgens mijn sociaal-psychologische gevoel is Nederland hartstikke vol.

Maar als je naar de wereld kijkt: er zijn nu eenmaal ergere dingen dan de volte van Nederland.

    • Koos van Zomeren