Een nieuwe koers?

DE RUST IS terug in de sociaal-economische vijver van Nederland. Nadat de vertegenwoordigers van de werkgevers en werknemers vorige week een sociaal pact hadden afgesloten dat verregaande loonmatiging voor 1994 belooft, heeft het kabinet het dreigement van een omstreden looningreep ingetrokken. De eensgezindheid in de overlegeconomie is met gewichtige formuleringen hersteld. Volgend jaar wordt het pas op de plaats wat de CAO-salarissen betreft.

De combinatie van een harde gulden, lage inflatie en een milde recessie met oplopende werkloosheid hebben in het sociale overleg hun werk gedaan. Het Nederlandse bedrijfsleven moet zich internationaal niet uit de markt laten prijzen door loonstijgingen nu andere EG-landen het voordeel hebben van een gedevalueerde munt en de concurrentie uit lage-lonenlanden toeneemt. Bovendien komt het sociaal pact de overheid goed uit: voor 1994 staan de ambtenaren op de nullijn en als de marktsector toch aanspraak zou maken op een reële loonstijging, zouden de ambtenarenbonden in opstand kunnen komen.

De begroting voor 1994 is wat ambtelijke loonkosten betreft derhalve veilig gesteld. Tegelijkertijd kunnen sterke ondernemingen met de verruimde mogelijkheden voor bedrijfsspecifieke beloningen in de vorm van winstuitkeringen de nullijn van het sociaal pact omzeilen. Dat biedt ruimte voor differentiatie.

Minister De Vries (sociale zaken) heeft met zijn sociaal-economische diplomatie succes geboekt. Zijn dreigement van een looningreep was waarschijnlijk nooit uitgevoerd omdat deze zowel bij de Raad van State als in het parlement op fundamentele bezwaren stuitte. Maar het heeft geholpen om de sociale partners te masseren en nu hebben ze vrijwillig afgesproken wat de minister wenste. De intrekking van de looningreep door het kabinet was dan ook een fraaie vorm van gespeelde grootmoedigheid.

Het sociaal akkoord bevat overigens enkele welkome aanzetten voor versoepeling van de arbeidsmarkt. Ook daar kan De Vries tevreden zijn. Weliswaar wil de minister nog steeds zijn handen niet branden aan versoepeling van de gewoonte om CAO's 'algemeen verbindend' te verklaren voor een hele bedrijfstak, hij gaat ondanks verzet van de vakbeweging wel door met andere stappen naar grotere flexibiliteit op de arbeidsmarkt.

ALLES IN ORDE? Het akkoord, dat de prikkelende naam 'Een nieuwe koers' draagt, bestendigt de lijn van sociaal-economische consensus in Nederland. In een bestek van recessie getuigt het van gezond verstand bij de sociale partners dat ze kiezen voor loonmatiging. Dat gebeurde na het befaamde 'akkoord van Wassenaar' in 1982 eveneens. Noch voor werkgevers noch voor werknemers en hun organisaties zijn bedrijfsafslankingen of -sluitingen aangenaam. Maar de hoge loonkosten in Nederland zijn niet in de eerste plaats het gevolg van hoge netto-lonen. In vergelijking met omringende EG-landen zijn die gematigd en vooral zonder veel differentiatie. Nederland loopt wat bruto loonkosten betreft uit de pas. Die worden veroorzaakt door de hoge premielasten voor werknemers en werknemers en daar is aanpassing niet in zicht.

Daarnaast is loonmatiging geen recept voor economische innovatie. Loonmatiging helpt de nationale exportsector, waarin snijbloemen, varkensvlees, tulpebollen en tomaten een onevenredig groot aandeel hebben. De Nederlandse economie is sterk in activiteiten met een lage kennisgraad. Lage lonen zijn welkom aan de onderkant van de arbeidsmarkt, maar hoogwaardige, kennis-intensieve sectoren trekken geen personeel aan met internationaal gematigde netto-lonen. Een te lang voortgezet beleid van loonmatiging, ingegeven door de politieke prioriteit om de inkomensverschillen beperkt te houden, komt zichzelf vroeg of laat tegen.