Derby-sfeer bestaat in Milaan en Katwijk, niet in Rotterdam

ROTTERDAM, 8 NOV. Het was gistermiddag eindelijk weer eens druk op Spangen, 13.500 toeschouwers bij Sparta-Feyenoord (3-4), bijna uitverkocht. De derby leeft weer, klonk het hier en daar op het gerenoveerde Kasteel. Dat is helaas voor het voetbal in Rotterdam een foute conclusie.

De drukte op de tribunes werd alleen veroorzaakt door het succes van Feyenoord en had helemaal niets met Sparta te maken. De populaire koploper wordt zowel thuis als door veel supporters gesteund. En aangezien Spangen om de hoek ligt was het aantal volgers nu nog groter dan bij andere wedstrijden op vreemd terrein. Dat was het beste te zien bij de vier doelpunten van de gasten. Het leek wel of het hele stadion voor Feyenoord was.

Dus is de Rotterdamse derby in zijn oude vorm dood en begraven. Vroeger was Spangen minstens in tweeën gedeeld, een Feyenoord-helft en een Sparta-helft. Maar die tijden zijn voorbij. De clubs zijn in alle opzichten uit elkaar gegroeid. Het is de mug tegen de olifant. Feyenoord is op sportief gebied terug aan de top, Sparta heeft alleen nog maar oog voor het behoud van het eredivisieschap.

Feyenoord werkt met een begroting van 16,5 miljoen, Sparta met één van 3,8 miljoen. Feyenoord heeft een weer groot gegroeide supportersschare, Sparta's aanhang wordt alsmaar kleiner.

En met name dat laatste zorgt ervoor dat de derby de derby niet meer is. De sfeer bij dergelijke stads- of streekgevechten wordt voornamelijk bepaald door de supporters. De stemmingmakerij in de week voor het treffen, de dreigende confrontatie op de wedstrijddag en het elkaar overschreeuwen en overzingen tijdens het voetballen. Het komt in grote mate voor bij de zinderende derby's in Milaan, Madrid en Manchester en op amateurniveau in Nederland in gemeenten als Katwijk, Spakenburg en Groesbeek.

In Rotterdam is het niet meer. Het was er wel zo, Feyenoord-Sparta en Sparta-Feyenoord. Vroeger waren het fantastische derby's. Met het mes op tafel werd er gestreden. Het is de jaren vijftig zelfs een keer voorgekomen dat de scheidsrechter alle spelers voor de aftrap in de middencirkel bijeenriep en ze waarschuwde zich rustig te houden. Zo hoog waren in de aanloop de gemoederen al opgelopen.

De derby's werden als de belangrijkste wedstrijden van het seizoen beschouwd. Op de maandagmorgen voor de grote botsing lagen de supporters dan op de stoep bij de sigarenboer om een kaart te bemachtigen. Het kwam voor dat binnen een paar uur alles was uitverkocht en dat velen teleurgesteld naar huis of werk gingen. Ook de schuttingen in de stad moesten het in die dagen ontgelden. 'Weg met Feijenoord', 'Rot Sparta'. Een brutale supporter die toen zijn tijd al ver vooruit was schreef: 'Sparta dood'.

Zelfs op het beschaafde niveau van de besturen werd er strijd geleverd, was men af en toe flink boos op elkaar. Zoals bij de transfer van Tinus Bosselaar in 1955. Hij was Spartaan in hart en nieren. Maar toen hij van zijn club niet mocht meedoen aan een jeugdinterland in Turkije vroeg hij verbolgen overschrijving aan naar Feyenoord. Hij hield het anderhalf jaar “aan de overkant, op Zuid” uit en keerde vooral onder druk van zijn vader terug naar Sparta. Bosselaar, gisteren één van de toeschouwers, is daarna niet meer weggeweest.

De besturen gaan tegenwoordig goed met elkaar om. Ook de spelers hebben geen problemen met elkaar. En zelfs de supporters niet. De Feyenoorders op de tribune lijken medelijden met de stadgenoot te hebben. Bij elke andere uitwedstrijd werd de afgelopen maanden de tegenpartij getreiterd, uitgejoeld en uitgelachen. Sparta gisteren niet. Het bleef stil op Spangen. Het is ook eigen belang. Als Sparta degradeert zullen de Feyenoord-fans de enige thuiswedstrijd buiten De Kuip moeten missen. Maar medelijden is waarschijnlijk het ergste dat een voetbalclub en zijn aanhang kan treffen. Dat hoort niet bij het stoere voetbal. Dan moet het wel heel slecht met je gaan.

Natuurlijk is Sparta niet dood. Er loopt een elftal rond dat gisteren bewees best aardig te kunnen voetballen. Even hing het zelfs in de lucht dat Sparta voor het eerst sinds 1985 weer van Feyenoord zou gaan winnen. De grote broer, nog murw van de klap van FC Porto, wankelde.

Voor een klein deel van de toeschouwers zou een zege van Sparta een feest hebben betekend. Want er lopen nog Spartanen rond die hun club nooit in steek zullen laten en die zeggen alleen naar De Kuip te gaan als het stadion in brand staat. Ze sterven alleen langzaam uit. Voor de ontmoeting tegen Feyenoord was het gemiddeld toeschouwersaantal dit seizoen 3.183 per wedstrijd, het laagste van de hele eredivisie. Zelfs als de toegang gratis is, komen de mensen niet meer kijken.

Daarom heeft commercieel directeur Charles van der Steene de noodklok geluid. Hij opperde verleden week in een interview tot een fusie met lot- en stadgenoot Excelsior te komen. Het is hem door sommigen niet in dank afgenomen. Dat moet dan maar, vindt Van der Steene. Hij heeft het goed met Sparta voor en denkt dat de club alleen op die manier van de ondergang kan worden gered. In het verleden liepen plannen om tot een samenwerking te komen met Feyenoord, Excelsior, Xerxes en SVV, op niets uit. Van der Steene wil een nieuwe poging wagen.

De trouwe Spartaan Tinus Bosselaar huivert bij de gedachte aan een fusie. Hij beseft echter ook dat er waarschijnlijk geen andere uitweg is voor zijn club. Daarom heeft hij eigenlijk nog maar één belangrijke eis. De naam Sparta mag, na 105 jaar, niet verdwijnen. Sparta Excelsior dus maar? Fortuna Sittard kon toch ook.