De leuke stress van trainer Leo Steegman

AMSTERDAM, 8 NOV. Na een nachtelijk telefoongesprek met Fritz Korbach, twee weken geleden, kon Leo Steegman niet zo gemakkelijk de slaap vatten. Woelend en draaiend in zijn bed maakte hij een moeilijke afweging: terug naar het oefenveld om de naar Cambuur vertrekkende crisistrainer op te volgen, of achter een bureau blijven zitten op de post van technisch directeur in het verwarmde kantoortje van Volendam.

De volgende ochtend in de auto, na een paar slokken koffie, besefte hij dat de keuze eigenlijk niet zo moeilijk was. Had hij de muren rondom zijn bureau al niet vaak genoeg op zich af zien komen? Miste hij niet de buitenlucht, daar aan de boorden van het IJsselmeer? En was het spelletje niet veel te mooi om dat van een afstand allemaal gade te slaan, zonder spanning, zonder emotie? Nadat voor Korbach het sein op groen werd gezet om naar Leeuwarden af te reizen, restte Steegman nog twintig minuten om bij de materiaalman een trainingspak uit te zoeken. Vervolgens leidde hij z'n eerste training na ruim een jaar. En nu, twee weken later, weet hij waar hij aan begonnen is. Veel blessures, een onevenwichtige selectie en opnieuw een nederlaag, dit keer tegen Ajax (3-1), maken zijn positie weinig benijdenswaardig.

Leo Steegman loopt al ruim twintig jaar mee in het betaalde voetbal. De ex-voetballer van Feyenoord en RCH begon zijn trainerscarrière bij de amateurs van Zilvermeeuwen waarna hij als assistent-trainer bij Heracles het profmetiér binnenstapte. Die taak had hij aanvankelijk ook bij Sparta, tot hij in 1972 op Het Kasteel de eindverantwoordelijkheid kreeg. De man uit Zandvoort ging vervolgens in 1976 voor een jaar aan de slag bij Volendam en kwam via MVV en FC Den Haag weer terug in het vissersdorp. Hij onderbrak zijn trainerscarrière drie jaar voor een cursus journalistiek.

Heeft Leo Steegman, vandaag vijftig jaar geworden, door de eindverantwoordelijkheid bij Volendam weer op zich te nemen zijn nek in een strop gestoken? Het zou best kunnen, want de meesters van de techniek in het oranje shirt zijn het spoor in de eredivisie volledig bijster. De selectie is te armzalig om nog een geweldige opleving te verwachten. Sinds de intrede van het betaalde voetbal degradeerde Volendam zes keer naar de eerste divisie. Te groot voor het servet, te klein voor het tafellaken dus eigenlijk. Op de werf van oud-bestuurslid Hein Schilder schijnt de befaamde 'Heen en Weer' al vast een verfje te krijgen. Manager Jan Brouwer liet weliswaar in 1987 voor de feestelijke rondgang van toen de woorden 'en weer' op de botter afplakken, maar dat was alleen goed voor het bijgeloof. Eens zal Volendam toch weer aan de beurt zijn.

Na een korte inventarisatie weet Steegman precies waar de tekortkomingen zitten in zijn selectie. Met name in de defensie mist hij een paar steunpilaren. Tom Sier vertrok naar Heerenveen, Robert Molenaar heeft zijn kniebanden gescheurd. Daar kwam gisteren nog eens het wegvallen van Martin Koorn bij. De verdediger liep na een botsing met Seedorf een gebroken jukbeen op. Het zijn tegenslagen die een club met een begroting van slechts 3,2 miljoen gulden moeilijk kan opvangen. Tegen Ajax moesten aanvallende middenvelders als Steur en Wasiman in het centrum van de verdediging opereren. Steegman: “Voordat Sier naar Heerenveen vertrok, hadden we al twee nieuwe verdedigers moeten hebben. Er is een lijstje met namen voor versterkingen. We kunnen nu niet meer met amateurs gaan werken. De nieuwkomers moeten wel iets toevoegen aan wat we al hebben. Anders is het middel erger dan de kwaal.”

De groep van zestien Volendammers bestond gisteren onder anderen uit ex-amateurs, jeugdspelers en een paar krachten van het tweede elftal. Logisch dat het Korbach-effect dit jaar niet meer werkte, vindt Steegman. “Zonder kwasten kun je niet schilderen. Trouwens van termen als 't Korbach-effect en crisistrainer, krijg ik zo langzamerhand braakneigingen. Mijn taak is simpelweg het elftal weer op de rails zien te krijgen.”

Dat deze opdracht in Volendam, dat toch een hechte levensgemeenschap is, extra zwaar kan zijn door de morrende vijfde kolonne die de spelersgroep onder druk zet, bestrijdt Steegman. “Dat hele verhaal heb ik altijd erg overtrokken gevonden. Stamt uit de periode-Beenhakker. Bij ons kunnen de spelers nog gewoon hun auto parkeren voor het stadion. Maar die 25.000 mensen die in Volendam en Edam wonen, zijn nu eenmaal kieskeurig. Ze eten alleen heel verse vis, houden in alles van het crême de la crême. Ook op voetbalgebied. Dan ontstaat er weleens een kritische stroming als het wat minder gaat. Maar dat zie je bij elke club. Ik heb die druk van buitenaf bij MVV veel extremer meegemaakt.”

Nog niet zo lang geleden moest Steegman een maand rust houden. In zijn hoofd waren twee bloedvaten verstopt geraakt. Een gedeelte van zijn kaak werd langzaam gevoelloos. Doktersbehandeling zorgde voor herstel. Maar hij moest stress vermijden, mocht niet meer roken en na een rustperiode alleen nog halve dagen werken. Van dat laatste kwam in Volendam al niets meer terecht en in het Ajax-stadion moesten de sigaretten er ook nog aan te pas komen. Steegman, die al eens een nekhernia opliep, kan zich in goede gemoede afvragen of hij er wel zo verstandig aan heeft gedaan zijn kostuum te verruilen voor het trainingspak.

Zelf weet hij toch maar al te goed hoe kwetsbaar een voetbaltrainer kan zijn. “Als het misgaat ben je het mikpunt. Als het goed gaat krijg je alle lof toegezwaaid, terwijl soms andere mensen op de achtergrond voor het goede werkklimaat hebben gezorgd. Toch vind ik het baantje van veldtrainer de leukste functie in het betaalde voetbal. Spanningen vind je overal. Vergeleken met wat iemand op kantoor of in een fabriek meemaakt, geeft het werk van een voetbaltrainer nog wel de leukste stress.”

    • Erik Oudshoorn