Blunder mag blijven

“Meneer Blunder”, zo versprak de Amsterdamse PvdA-wethouder van huisvesting Louis Genet zich afgelopen week tijdens het raadsdebat over de zogeheten 'splitsingsaffaire'. “Ik bedoel..meneer Spit! Als ik al heb geblunderd dan heeft u méé-geblunderd.”

Honderden, zo niet duizenden woningen onttrokken aan de toewijzing van herhuisvesting. Een ware dijkbreuk in de regelgeving waarmee Amsterdam probeert om nog een minimum aan greep op zijn woningbestand te houden. Een opeenstapeling van flaters en bestuurlijke fouten waarover Genet zelf zei: “ongelukken komen nooit alleen.”

In grotenmensenland dient een wethouder voor een schandaal van deze omvang af te treden, zo vond meneer Spit van het CDA. Hoe vervelend dat ook is. “Dat je voor een blunder wordt weggestuurd, kan ik ook niet helpen”, zei het raadslid vol spijt. Hij mocht hem wel die Genet. Als lid van de commissie huisvesting heeft hij zich altijd collegiaal opgesteld. Maar dit, zo vond Spit naar alle eer en geweten. Dit ging toch echt te ver.

Een wethouder is politiek verantwoordelijk voor de fouten van zijn ambtenaren, had hij ooit ergens gelezen. En fouten zijn er gemaakt. “Alles geregeld”, zeiden de juristen van de Bouw- en woningdienst toen ze in de bouwverordening een wijziging invoerden waarvan ze dachten dat die het splitsen en samenvoegen van woningen zou tegengaan. Een circulaire van de Vereniging Nederlandse Gemeenten waarin hiertegen werd gewaarscghuwd werd niet ingekeken, een alarmtelefoontje van de collega's uit Rotterdam werd niet doorgegeven, en toen was daar op 9 september opeens de uitspraak van de Raad van State: in de Amsterdamse regelgeving zat wel degelijk een lacune, zo stelde de Raad.

En wat deed de Amsterdamse gemeente? Niets. Sterker nog: Genet ontkende dat er een hiaat was. Inmiddels spoorden makelaars hun cliënten aan om massaal te gaan splitsen. De Amsterdamse ring van de notariële broederschap toonde meer dan het vereiste fatsoen door op verzoek van Genet te weigeren aan het splitsen mee te werken. Toen er echter processen dreigden van cliënten deelde de ring op 16 oktober mee niet meer als schild te kunnen dienen voor de fouten van de gemeente. “Je leert wel je vertrouwen niet meer op bepaalde beroepsgroepen te stellen”, klaagde Genet woensdag voor de raadszitting begon.

Wie is er nu eigenlijk verantwoordelijk, wilde Spit weten. Waarom moest er bijna anderhalve maand overheen gaan voordat Genet eindelijk een noodverordening maakte? En waarom ging er later nog eens een kostbare dag verloren, doordat de ambtenaar die de verordening moest ophangen het sleuteltje van de aankondigingenvitrine kwijt was? “Je hebt bestuurders die zijn zo slecht dat ze geen deuk in een pakje boter kunnen slaan, maar je hebt er dus ook die geen ruitje kunnen intikken”, constateerde Spit.

Hoe verbijsterd moet hij geweest zijn over de verdediging van Genet: “U zit in de raad, dus u bent medeverantwoordelijk”, beet de wethouder hem toe. “We hebben met elkáár de zaak niet goed onderkend.” Van de PvdA en Groen Links mocht Genet blijven, omdat hij misschien wel geblunderd had, maar niet bewúst. De VVD vond hoogstens een 'motie van knulligheid' op zijn plaats. En D66 vroeg zich af of misschien niet Genet maar de Raad van State het mis had. En zo was het uiteindelijk meneer Spit die had geblunderd doordat hij -zoals Genet het formuleerde “als buitengewoon constructief raadslid, nu toch iets teveel afstand heeft genomen.”

Heeft het veel bekritiseerde 'wantrouwen van de burgers in de politiek' dan toch iets te maken met de manier waarop die politiek gevoerd wordt? “Het streven van Amsterdam het percentage koopwoningen van tien tot 25 procent op te krikken wordt in één klap gehaald”, zo streek Genet zelf in één keer zijn fouten glad. “Van ons mag hij de rit tot de verkiezingen uitzitten”, zeiden de partijen die op mandaat van de burgers in de raad zitten.

    • Marjon van Royen