Bassey, Charles èn Minelli!

Galaconcert 1993: Shirley Bassey, Ray Charles en Liza Minelli; symfonie-orkest en big band van de Slowaakse radio. Gehoord: 6/11, Prins van Oranjehal, Utrecht.

“Een unieke wereldpremière”, zo noemde presentator Willem Duys het galaconcert van de ECI voor boeken en platen. Dat was het inderdaad, en wel in verschillende opzichten. Ten eerste was het voor het eerst dat Shirley Bassey, Ray Charles en Liza Minelli in één concert optraden, al zongen ze niet één liedje samen. Ten tweede was het voor het eerst dat zij werden begeleid door het symfonieorkest en de big band van de Slowaakse radio, die de dag tevoren per bus uit het verre Bratislava waren aangevoerd. En ten derde was dit het eerste concert dat werd gegeven in de nieuwe Prins van Oranjehal van de Utrechtse Jaarbeurs, de “grootste hal van Europa” volgens Duys.

Groot was de hal zeker, te groot zelfs. Want veel van de ongeveer 10.000 voor het merendeel in avondkleding gestoken boeken en platenliefhebbers zaten zo ver van het podium, dat ze niet meer konden zien dan dwergachtige verschijningen of het achterhoofd van degene die voor hen zat. De twee videoschermen konden dit ongemak niet wegnemen; voor slechte tv-beelden gaat men tenslotte niet naar een concert. Toch was van gemor niets te bespeuren. Integendeel, steevast als het laatste liedje van een concertonderdeel had geklonken, gaf het publiek uiting aan zijn enthousiasme door onmiddellijk als één man op te staan.

Shirley Bassey deed wat ze altijd goed doet: keihard zingen. In elk liedje, van Goldfinger tot Big Spender, zat een galmende climax, al klonk het orkest in dit eerste deel nog iel en leek het concert nog het meest op een generale repetitie voor de vier optredens die nog zullen volgen in Duitsland. Echt vol en rijk klonken de Slowaakse muzikanten pas bij het laatste onderdeel, toen Liza Minelli aan de kleine honderd orkestleden op het podium nog eens haar eigen band van elf man had toegevoegd. Het was een wijs besluit om haar als laatste te laten optreden: zo hard zingen als Shirley Bassey kan ze niet, maar haar repertoire van musicalliedjes en nummers als Roy Orbisons Crying (het hoogtepunt van de avond) is veel gevarieerder.

Minelli maakte zich er niet gemakkelijk vanaf, iets dat helaas niet kan worden gezegd van Ray Charles die zich futloos door een luchthavenrepertoire heen worstelde. Hij speelde rommelig piano, zong ongeïnspireerd en vlak en wist zelfs Georgia On My Mind, een nummer dat eigenlijk alleen met een groot orkest tot zijn recht komt, om zeep te helpen. Lachen deed hij wel voortdurend en het hoog opzwaaien van de benen tijdens het pianospel beheerst hij nog steeds, maar het had veel weg van een parodie op zichzelf.

Maar het beschamendste optreden was dat van Willem Duys. Toen Ray Charles iets langer op zich liet wachten dan gepland, wist hij niets anders te verzinnen dan malle praatjes over de oude tennissers Okker en Nastase en de 'grap': “Ik hoop dat Ray Charles het podium kan vinden.”

    • Bernard Hulsman