Andriessens vijfde colonne

De ministerraad vergadert over een bepaald onderwerp, besluit en vervolgens dienen de ministers dat vastgestelde beleid uit te dragen.

Zo wil althans de grondwet het. Het heet dan dat de regering “door één mond dient te spreken”. Maar wat te denken van minister Andriessen van economische zaken? Hij streeft niet eens eenheid van het regeringsbeleid na, maar geeft in de Tweede Kamer toe gehoopt te hebben dat een hem onwelgevallig wetsvoorstel wel door de Eerste Kamer getorpedeerd zou worden. Wat dan ook is gebeurd. Het betreft de wet bodemsanering die door de Tweede Kamer werd aanvaard, maar waarvan de meerderheid van de senatoren vindt dat bedrijven niet aansprakelijk kunnen worden gesteld voor vervuiling van hun grond die vóór 1975 is opgetreden. Eerder had de Hoge Raad zich al in dezelfde zin uitgelaten.

Woensdag gaf Andriessen in de Kamer toe de bezwaren te delen van de tegenstanders van de wet van zijn collega Alders van milieu. Na herhaaldelijk vragen van het VVD-Kamerlid Rempt erkende Andriessen wel te kunnen “leven met de uitspraak van de Hoge Raad”. Doodgemoedereerd voegde hij er aan toe: “Er is uitvoerige wetgeving in de Tweede Kamer geweest. Ik heb toen gedacht: er komt nog wel iets in de Eerste Kamer. Dat is ook gebeurd.”

Een minister die er op hoopt dat de wetten van zijn collega's in de Eerste Kamer zullen sneuvelen, hoor je niet elke dag. Maar in de Tweede Kamer bleef het woensdag stil na de onthutsende openhartigheid van Andriessen. Het gebeurde tijdens de behandeling van de begroting van economische zaken. Kortom economen in de zaal en geen staatsrechtgeleerden. Dat is wellicht de redding voor Andriessen geweest. (MK)