Amsterdamse woede om moord

AMSTERDAM, 8 NOV. “Bedankt Nederlandse regering en justitie en vooral meneer van Tijn voor jullie a-sociale beleid. Half A'dam is al gevlucht.” Bij de sigarenzaak op de hoek van de Molukkenstraat en de Valentijnkade hangt op de deur een brief van de buurtcommissie. Op de stoep staan kaarsen en emmers met bloemen. Een groepje vrouwen houdt de handen in de zakken, de blik op de grond. Ze kunnen er niet over uit. Zaterdag werd aan het eind van de middag de sigarenboer in zijn zaak neergeschoten door een nog onbekende man.

“En waarvoor”, zegt een buurtbewoonster. “Voor niks. Hij heeft niks meegenomen, nog geen sigaret.” De vrouw naast haar kan het maar niet van zich afzetten. Ze zou hier wel de hele dag op de stoep willen staan, gewoon omdat ze het zo erg vindt. Een schat van een man was het. Altijd belangstellend, altijd een snoepje voor de kinderen. Zijn hele leven hard gewerkt en dan zo aan zijn eind komen. “Tien kilometer kippevel heb ik op mijn arm staan. En dat is niet van de kou.”

In het pamflet op de deur eist de buurtcommissie de doodstraf voor de “laffe, vuile moordenaar”. De doodstraf en niks minder, vinden ook de vrouwen. In de Bijlmerbajes kunnen ze tegenwoordige kiezen uit vijf menu's, weet een vrouw. “Vijf menu's. Het lijkt wel een hotel. Oprotten ermee.” De vrouw weet in ieder geval waar ze op stemt. “Op de CD. Allemaal eruit. En dan mogen ze mij gerust een vieze, gore racist noemen. Maar je moet toch wat? Je moet toch ergens op stemmen.” De dader is een buitenlander, dat staat voor de vrouwen buiten kijf.

“Ik heb hem gezien”, zegt een man aan de bar van het koffiehuis ernaast. “Negentig procent van dit soort gevallen gebeurt toch door buitenlanders”, zegt een andere man. Achter een broodje warm vlees leest hij de krant. “Ik word er emotioneel van”, zegt hij. “Maar voor mijn partij is het goed.” De man is actief lid van de Centrum Democraten. Ook hij is van mening dat de doodstraf moet worden ingevoerd. “Een oog voor een oog; zo staat het toch in de Bijbel?”

Volgens de man heeft het weinig zin de pers te woord te staan. “Het wordt toch allemaal gecensureerd.” De kranten mogen alleen schrijven wat Den Haag toelaat, denkt hij. “De kranten zijn namelijk afhankelijk van subsidies uit Den Haag. Je denkt toch niet dat ik achterlijk ben?”

Buiten houden de vrouwen nog altijd hun wake. Een busje van de gemeente stopt. Een Marokkaanse man stapt uit, zet een pot met anjers neer en rijdt weer weg. Een bewoonster van de Valentijnkade heeft zich bij het gezelschap gevoegd. Ze heeft de dader zien wegrennen, vertelt ze. Althans, ze mag aannemen dat het de dader was, die rond half vijf met een revolver liep te zwaaien. Wat voor man dat was? “Nou, één zonder kleurtje in ieder geval.”