ZWENDELAAR MET ZWAK VOOR VROUWEN

Opkomst en ondergang van een onweerstaanbare oplichter. Siegfried Wreszynski (1893-1954). Een zedenschets door Igor Cornelissen 206 blz., geïll., De Arbeiderspers 1993, ƒ 36,90 ISBN 90 295 1235 0

Toen ik haar begin dit jaar ontmoette, bleek Eva Busch een formidabele dame te zijn die niet met zich liet spotten. Tachtig was ze, maar fel als een jonge meid, onwankelbaar trots op haar wapenfeiten als chansonnière en nog onverminderd verontwaardigd over het feit dat de nazi's haar hadden opgesloten in het vrouwenkamp Ravensbrück. Ondanks alles was ze overeind gebleven - of, zoals de titel van haar pas in Duitsland verschenen memoires luidde: Und trotzdem. En wee degene die haar tegen de haren instreek.

Blijkens zijn nieuwe boek Opkomst en ondergang van een onweerstaanbare oplichter kreeg Igor Cornelissen de volle laag, toen hij haar belde. Het was hem, zei hij, opgevallen dat er van alle personen in haar memoires slechts één onder een initiaal figureerde. Dat was de geheimzinnige W., die haar in 1938 had meegenomen naar Amerika - onder het voorwendsel dat ze in de nieuwe wereld contacten zou kunnen leggen voor het cabaret-ensemble van haar toenmalige werkgever Rudolf Nelson. Een vergeefse en eigenlijk a priori al onzinnige onderneming, die in het leven van Eva Busch tot dusver een mysterieus intermezzo vormde. Maar omdat Cornelissen op het spoor was gekomen van de man achter het initiaal, meende hij de voormalige chansonnière om nadere bijzonderheden te kunnen vragen. Ze schold hem de huid vol over zijn Unverschämtheit, dreigde met 'de beste advocaat die ik kan krijgen' en legde de hoorn op de haak. Een overgevoelige snaar geraakt, kennelijk.

Cornelissen, specialist in de petite histoire van deze eeuw, heeft het dreigement gelukkig genegeerd. Ook zonder haar medewerking wist hij al meer dan genoeg over de Pools-joodse avonturier Siegfried Wreszynski, een wereldreiziger in grootse stijl die eind jaren dertig in Nederland belandde en er door een mengeling van charme, bluf en bedrog in is geslaagd de Amsterdamsche Bank de verbluffende somma van 20 miljoen gulden afhandig te maken. 's Mans zwakke stee blijkt Eva Busch te zijn geweest; hij aanbad haar, trachtte haar te paaien met een bontjas, een japon in petit gris naturel en dagelijks bezorgde orchideeën en liet haar schaduwen toen ze bleek te verkeren met de cabaretier Willy Rosen, een collega-concurrent van Nelson. De rapporten van het detective-bureau, dat hem ƒ 3 per uur in rekening bracht, vormen bij elkaar een fraai beeld van het mondaine Amsterdam uit die jaren: Hirsch, Schiller, Tuschinski, Carlton, l'Europe, Parkhotel - de plekken waar Wreszynski zijn gasten fêteerde en Eva Busch zich ten onrechte onbespied waande.

Hun gezamenlijke reis naar Amerika blijft ook in dit boek een mistige episode, maar de afloop staat vast: Eva Busch kwam alleen terug en wilde niets meer van Wreszynski weten. 'Ze speelt met me als een elastieken bal,' klaagde de afgewezen aanbidder, 'maar al ga ik er aan ten gronde, ik moet haar hebben.' En hij ging er inderdaad aan ten gronde, want hij wilde Eva blijven imponeren, leefde op veel te grote voet en viel door de mand. In april 1939 stond Wreszynski terecht. Hij werd wegens twee kleinere oplichterijtjes veroordeeld tot twee jaar met aftrek van voorarrest. De voor miljoenen getilde Amsterdamsche Bank diende, ondanks een hartstochtelijk pleidooi van de officier van justitie, geen aanklacht in. 'Achter de vergulde schijn van de grote geldwereld gaat een hoop verrottenis schuil,' concludeerde Het Volk. Alleen de goedgelovige bankdirecteur Van Nierop moest het veld ruimen; verder werd 'de grootste bankoplichting in de Nederlandse geschiedenis' in de doofpot gestopt.

WESTERBORK

Toen de kleurrijke meester-oplichter in 1941 uit de gevangenis werd ontslagen, was hij volgens Cornelissen 'een vrije jood in bezet Nederland'. Al snel werd Wreszynski opgepakt en naar Westerbork gestuurd. Maar in juli 1942 slaagde hij erin te ontsnappen, waarschijnlijk op een verlofpasje, en in Amsterdam een onderduikadres te vinden. Daar hing het gastgezin aan zijn lippen als hij vertelde over zijn contacten aan het Engelse hof, zijn wereldreizen en over de haute finance. Hij stuurde er zelfs iemand op uit om bij een dure herenmodezaak een nieuw kostuum te laten maken. 'Een prachtig blauw kostuum van driehonderddertig gulden,' aldus de betrokkene. 'En dat in die tijd! Ik droeg een pak dat nooit meer dan vijfentwintig gulden kostte.' Ook maakte hij zich, nota bene als onderduiker, opnieuw aan oplichting schuldig, bijvoorbeeld door familieleden van gevangen verzetsstrijders te beloven dat hij hun zonen vrij kon kopen. Toen hij in 1950 wederom terecht stond, werd Wreszynski door de openbaar aanklager 'een gewetenloze handelaar in mensenlevens' genoemd. Hij kreeg vier jaar zonder aftrek. Kort nadat hij in 1954 vrijkwam, is de zwendelaar gestorven. 'Hij was een man die het slachtoffer is geworden van zijn eigen grenzeloze fantasieen,' heette het bij zijn dood.

Cornelissen reconstrueert dat levensverhaal met veel gevoel voor dramatiek en met een aanstekelijke fascinatie voor zijn onderwerp. Hij dwaalt wel eens af, vervalt hier en daar in herhalingen en springt een beetje verwarrend heen en weer in de chronologie, maar het voordeel daarvan is dat de lezer zijn speurtocht op de voet kan volgen - en zich soms zelfs, net als de schrijver, gespannen kan afvragen of er nog weer wat nieuwe informatie over Wreszynski naar boven zal komen. Meer dan een wonderlijke voetnoot in de geschiedenis is dit natuurlijk niet. Maar in zulke details herleeft de geschiedenis vaak heel wat levendiger dan in de grote lijnen.

    • Henk van Gelder