Regie Witsenkade

Sinds Rottenberg en Vreeman in maart 1992 aantraden als partijvoorzitters van de PvdA woedt in lokale afdelingen van de partij een guerrilla. Overal hebben bijltjesdagen plaats waarbij zittende wethouders en raadsleden worden vervangen door nieuwkomers. Donderdag trok de slachting in Amsterdam de aandacht, waar de lokale lijst via een referendum werd vastgesteld. Van de twaalf huidige raadsleden staan zes bij de eerste twaalf, van wie vier op een verkiesbare plaats.

De aandacht van de partijleiding, die het proces vanuit de hoofdstedelijke Nicolaas Witsenkade nauwlettend in de gaten houdt, concentreert zich op de grotere steden. 'Er zijn 55 gemeenten met meer dan 50.000 inwoners. Daar moet de PvdA sterk blijven'', zegt J. Monasch van het Centrum voor Lokaal Bestuur van de partij. 'Daarvoor moeten we niet met een verkiezingskaravaan de oude wijken in trekken met spiegels en ballonnen. Dat is kansloos. Om terug te komen moeten we aanhaken bij bestaande contacten en vooral vermijden dat onze vroegere kiezers op de Centrum Democraten gaan stemmen of niet gaan stemmen.'' De electorale terugkeer van de PvdA verwacht Monasch niet in 1994, maar vier jaar later.

Vernieuwing van de partijcultuur is het belangrijkste doel. Rottenberg en Vreeman reizen het land af om de vaart erin te houden. Openheid is het sleutelwoord. Regionale teams van lokale partijleden (Team '94) zijn opgezet om de problemen in werkgelegenheid, volkshuisvesting en leefbaarheid in kaart te brengen. Strategieën voor verbetering worden ontwikkeld. Een nationale blauwdruk bestaat niet, zegt Monasch. 'De problemen in groeisteden als Zoetermeer en Almere zijn van een geheel andere orde dan die in Amsterdam of Rotterdam.''

Anderhalf jaar na het aantreden van Rottenberg en Vreeman en een half jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen, levert een eerste tussenstand een divers beeld op. In Amsterdam ging de vernieuwing zo rigoreus dat de PvdA-afdeling de laatste weken een terugslag beleefde. Wethouder P. Jonker die aan de kant is gezet, beschuldigde Rottenberg deze week van een staatsgreep en kwalificeerde de nieuwelingen als 'yuppig en D66-achtig'. In Rotterdam en Deventer verliepen de veranderingen geruislozer. De komst van Simons en Kombrink naar Rotterdam werd door de zittende garde in de havenstad verongelijkt, maar niet met opstand begroet. Deventer was een van de weinige plaatsen waar het verlies van de PvdA in 1990 beperkt bleef en waar wethouder J. Bugter tijdig nieuwe gezichten bij de plaatselijke politiek betrok.

Soms stokte de opmars der vernieuwers echter. Vooral in kleine afdelingen bleek vers bloed schaars. In Wijk bij Duurstede kon de afdeling aanvankelijk niemand voor de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen vinden waarop de partijleiding de stervende afdeling moest reanimeren. In Ammerzoden 'doet'' de helft van de afdeling 'niet meer aan de PvdA'' meldt ex-bestuurder De Groot, die twintig jaar activisme in de PvdA afsloot. De afdeling in Ouder-Amstel meldde onlangs dat ze zichzelf wil opheffen uit gebrek aan belangstelling voor de kandidatenlijst.

De macht van het partijbestuur om het tij te keren en vernieuwers te steunen, mag gegroeid zijn, hij is nog steeds beperkt. Voor een 'staatsgreep' waarvan Jonker gewag maakte, is die te klein. De federatieve opbouw van de partij-organisatie maakt dat onmogelijk. Rottenberg kan met interviews en spreekbeurten management by speech bedrijven en daarmee wind in de zeilen van plaatselijke 'vernieuwers' blazen. Voor de rest moet hij hopen op het beste.

Op het moment dat impasses tussen oude garde en vernieuwers ontstaan, kan de leiding aan de Witsenkade zich als organisatie-adviseur bewijzen. Als staatssecretaris Simons twijfelt of hij terug zal gaan naar Rotterdam, kan ze het beslissende duwtje geven. Wanneer partijleden in Leiden elkaar voor 'Harry Mens' uitschelden, komt Rottenberg de zaak sussen. Vernieuwing is eerder een naam voor betrekkelijk toevallige uitkomsten van plaatselijke processen dan een blauwdruk voor verandering.

Ten slotte kunnen landelijke maatregelen gemakkelijk een bedreiging worden voor het proces van lokale vernieuwing. 'De landelijke en lokale politiek sluiten lang niet altijd op elkaar aan'', zegt Monash. 'Nationaal vindt men subsidies inmiddels iets slechts, terwijl ze lokaal nodig zijn om bijvoorbeeld een goed huisvestingsbeleid te kunnen voeren.'' De PvdA heeft daar volgens hem meer last van dan andere partijen omdat dergelijke bezuinigingen de oude achterban in de wijken treffen. Veel lokale PvdA-afdelingen vrezen dan ook dat zij bij de raadsverkiezingen volgend jaar de prijs betalen voor de problemen waarin de landelijke PvdA is terechtgekomen, zegt Monash.