Privacy en verzorging

HET INDIVIDU HEEFT recht op privacy en recht op een menswaardig bestaan. Dat lijkt een open deur, maar dat is in de praktijk bepaald niet het geval.

Nu het geleidelijk aan gemeengoed is dat de sociale voorzieningen te duur zijn geworden en er ook behoorlijk misbruik van wordt gemaakt, zint de overheid terecht op maatregelen en al gauw blijkt dan de spanning tussen privacy en verzorging. De bijstand is daarvan op het ogenblik het meest sprekende voorbeeld. De bijstandsuitgaven zijn het afgelopen decennium volledig uit de pas van de overige uitgaven gaan lopen en het recente rapport van de commissie-Van der Zwan heeft vastgesteld dat met de bijstand alom de hand wordt gelicht. Verbijsterend was het om vast te stellen dat sommige sociale diensten amper wilden weten wie er voor het loket stond, er werd gewoonweg betaald.

Om de bijstand te saneren zijn er, extreem gesteld, twee mogelijkheden. Of de uitkeringen worden dermate verlaagd dat mensen gedwongen worden naar andere inkomstenbronnen om te zien, in te schikken en de tering naar de nering te zetten. Desnoods door de etage maar met anderen te delen om de kosten verder te drukken. Het andere uiterste is een volledige, fijnmazige controle van de bijstandstrekker, inclusief de toegang tot computerbestanden die levenswandel en kleine lettertjes van elk individu blootleggen. De totale rechtsstaat versus de totale verzorgingsstaat.

VOORDEEL VAN het eerste is dat het recht om met rust te worden gelaten maximaal tot gelding kan komen. Overheidsinstanties hoeven niets te weten want ze hoeven met allerlei persoonlijke omstandigheden geen rekening te houden. Nadeel is dat het in deze extreme vorm maar heel weinig overeind laat van het waardevolle uitgangspunt dat een samenleving er ook is om de allergrootste vormen van maatschappelijke pech - liefst tijdelijk - op te vangen.

Voordeel van het tweede is dat sociaal recht wordt gedaan aan zoveel mogelijk betrokkenen. Iemand met een ordelijke levenswandel heeft niets te vrezen, want ook al heeft hij of zij geen privacy meer, daar staat een op maat gesneden verzorging tegenover. Nadeel is dat in deze extreme vorm het individu door de maatschappij wordt verstikt, zodra in centrale meld- en regelkamers elke stap van de burger kan worden gevolgd met automatisch gekoppelde bestanden van alle mogelijke instellingen.

Tot nu toe heeft de overheid, maar ook de publieke opinie, de vingers niet willen branden aan dit lastige onderwerp. Er kwamen tal van regels en voorzieningen om iedereen een op maat gesneden bijstandsarrangement te kunnen aanbieden en tegelijkertijd werd de privacy als een onaantastbaar goed beschouwd. Het gevolg is inmiddels genoegzaam bekend en varieert van gesjoemel met adressen, woonomstandigheden en even pijnlijke als hulpeloze regels om vast te stellen of iemand met een uitkering het bed met iemand deelt en zo ja op welke basis.

IN FEITE IS HIERMEE tot nu toe steeds ontkend dat er tussen een volledig, individueel rechtvaardig verzorgingssarrangement en een bescherming van de privacy per definitie spanning bestaat. Wie niet wenst te kiezen voor de ene of de andere extreme vorm, kan niet anders dan erkennen dat compromissen aan beide kanten onvermijdelijk en zelfs gewenst zijn. Privacy is geen absoluut goed, verzorging evenmin en elk heeft een prijs. Tussen privacy en verzorging bestaat altijd een balans, die van de omstandigheden afhangt. Tussen de dementerende bejaarde in het verzorgingstehuis en de student met een OV-jaarkaart ligt een wereld van gradaties als het gaat om de vraag: hoeveel moeten instanties van iemand weten. En zo is het ook wanneer de burger voor het loket staat en zijn medeburgers om financiële ondersteuning vraagt.

Het gaat niet aan en is voor een rechtsstaat ook eroderend, wanneer achter dat loket mensen staan die met een druk op de knop iemands hele doopceel kunnen lichten. Een automatische koppeling van allerlei bestanden op databanken vooraf tast de vrijheid van het individu aan, niet alleen het recht op privacy maar ook het recht om te falen en weer opnieuw te beginnen, het recht op originaliteit, op onvoorspelbaarheid, op verrassing.

EVEN BIZAR IS HET om een bijstandsuitkering te verstrekken zonder naar zoiets eenvoudigs als een geldig indentiteitsbewijs te vragen. Het is niets teveel gevraagd wanneer een aanvrager van bijstand een geldig identiteitsbewijs (paspoort of - straks - gemeentelijk identiteitsbewijs) moet laten zien alvorens kans te maken op een willig oor. Vervolgens moet een ambtenaar ook rustig de fiscus, de bank en de burgerlijke stand kunnen raadplegen om elementaire gegevens te controleren. Desnoods ook de rijksdienst voor het wegverkeer. Wie aan de gemeenschap om financiële steun vraagt, levert wat meer privacy in dan degene die dat niet doet. Daar is niets op tegen, mits het zorgvuldig, tijdelijk en doorzichtig gebeurt. Voorwaarde is ook dat het individueel en niet volgens het principe van het sleepnet gebeurt.

Maar omgekeerd is het ook aanvaardbaar dat de uitkeringen minder op maat worden gesneden en dus - dat moeten politici er in alle eerlijkheid gewoon bij vertellen - minder rechtvaardig zijn. Het voorstel van staatssecretaris Wallage (sociale zaken) om bijstandsuitkeringen in beginsel te reduceren tot vijftig procent van het bestaansminimum voor een gezin is daar een treffend voorbeeld van. Het betekent dat de aanvrager deze vijftig procent krijgt. In ruil daarvoor blijft gesnuffel tussen de lakens achterwege. Minder geld dus en meer privacy. Mocht de aanvrager wel degelijk een volledige eigen woonruimte benutten, dan moet hij dat bewijzen en rekeningen van gas, licht en dergelijke overleggen. Meer uitkering betekent minder privacy. En omgekeerd.

DE SPANNING tussen privacy en verzorging is steeds onderworpen geweest aan een heftige, ideologische polarisatie. Dat was en is geforceerd. De absolute rechtsstaat bestaat evenmin als de volmaakte verzorgingsstaat en het is altijd de kunst om het dilemma tussen beide niet op de spits te drijven. Wie het dilemma ontkent, ondermijnt allebei - hoe groter de privacy hoe geringer de rechtvaardigheid, hoe groter de rechtvaardigheid hoe geringer de privacy.

Kortom, er is ruimte te over voor zinvol en gewetensvol pragmatisme. Mits de ideologen een stapje terug doen.