POPPENMETHODE

Op 30 oktober schreef Marten Brouwer in NRC Handelsblad over twee uitspraken van de Colleges van Toezicht en van Beroep van het Nederlands Instituut van Psychologen over de toepassing van de 'Poppenmethode'. Brouwer citeert het stuk dat Van den Dungen schreef in de Psycholoog over het in de collegebank zetten van het NIP-hoofdbestuur. De verklaring van het hoofdbestuur uit 1989 over de poppenmethode zou aanzetten tot misverstanden voor de argeloze psychologen.

Van den Dungen en Brouwer willen echter uit de uitspraken van de colleges meer halen dan erin zit en de lezers doen geloven dat het hoofdbestuur wordt verweten destijds de poppenmethode niet totaal afgewezen te hebben (“er is geen plaats voor concessies van welke aard ook als een methode niet aan minimale eisen voldoet”). Dit verwijt krijgt het echter niet in de uitspraken. Wel dat de bedenkingen tegen de poppenmethode niet op een meer prominente eerste plaats in de verklaring zijn gezet. Overigens is er wel degelijk kennisgenomen van alle overwegingen uit de verklaring van het hoofdbestuur. En dat is niet zo verwonderlijk: ook de media wisten in 1989 precies datgene te halen uit de verklaring wat het NIP-bestuur duidelijk wilde maken: de poppenmethode kan nooit een zelfstandige beslissingsgrond zijn bij een ernstige zaak als seksueel misbruik omdat de methode daartoe onvoldoende is ontwikkeld.

    • Verenigingssecretaris Nip
    • R.F. Baneke