Oostvoorne

Op de parallelweg over de Haringvlietsluizen, streng verboden voor gemotoriseerd verkeer, worden we bijna aangereden door een maniak met een Volkswagen. Met een ruk aan de riem bewaar ik Rekel voor de dood. Hij kijkt mij schuldig aan. Wat heb ik nou weer fout gedaan?

Aan de overkant staat de Volkswagen stil. Een grote vent, een jaar of vijfenvijftig oud, is uitgestapt. Samen met zijn vrouw (een dienstreis is het niet geweest) maakt hij een praatje met een andere man.

Ik denk hem uit het veld te slaan. Ik vraag of hij vergunning heeft om mensen bijna aan te rijden. Maar hij zegt jazeker wel. Rijkswaterstaat meneer. Al de schuiven in het Haringvliet, die vallen onder hem. Hij roept mij ook zijn naam nog na, en dat ik toch geen been heb om op te staan.

Van Ouddorp naar Oostvoorne. Het laatste strand. De wind zet Rekels beide oren overeind. Hij heeft een medehond ontdekt en gaat er kwispelend op af. Zo is het al sinds Sluis - wanneer was dat ook weer? Geen hond zo groot of ver, of Rekel moet erheen en stelt zich netjes voor en wint wat informatie in. De hond is op tournee. Rekel for president.

De laatste duinen in. De zon doet mooie dingen in een herfstig bos. We zijn die dingen echter moe en van het bos meen ik te weten dat het hier niet hoort.

Nu morgen nog, eerst Brielle dan Maassluis, de trein, naar huis.

    • Koos van Zomeren