Na jaren van conflict nu weer een dialoog tussen China en de Verenigde Staten; VS zwalken altijd ten opzichte van China

WASHINGTON, 6 NOV. In de eerste negen maanden van Clintons presidentschap heeft het Amerikaanse beleid ten aanzien van China een volledige ommezwaai gemaakt. De Amerikaanse regering heeft de diplomatieke isolatie van China opgegeven en is overgegaan tot een beleid van engagement. Dat betekent niet dat de kritiek op China wordt opgegeven, maar dat er op hoog niveau contacten worden onderhouden.

Voor het eerst sinds de onderdrukking van de studentenopstand op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989 heeft een Amerikaanse onderminster van defensie, Charles Freeman, Peking bezocht om te overleggen over Chinese wapenverkopen, handel en mensenrechten en over Chinese deelname aan VN-vredesmissies. Het bezoek verliep in harmonie, al bleef er grote onenigheid over onder andere wapenleveranties. Bij de economische conferentie van de landen aan de Stille Oceaan over twee weken zal president Clinton uitgebreid met zijn ambtgenoot Jiang Zemin overleggen over alle aspecten van de Chinees-Amerikaanse betrekkingen. Vice-minister van buitenlandse zaken Liu Huaqiu was deze week in Washington om de besprekingen voor te bereiden.

Clinton is niet de eerste zwalker tegenover China. Sinds het eerste bezoek van president Nixon aan China in 1973 is de relatie tussen de hele en de halve wereldmacht heen en weer geslingerd tussen dooien en vriezen. De Chinezen, inmiddels gewend aan deze fluctuatie, wachten altijd geduldig op de afloop van de diplomatieke vorstperiode in plaats van hun beleid aan te passen aan Amerikaanse wensen. Vlak na de gebeurtenissen van 1989 hadden president Bush en het Congres sancties opgelegd en de relaties met China bevroren. Toch zond Bush zijn veiligheidsadviseur, Brent Scowcroft, op een geheime missie naar China. Maar hij werd in zijn plannen tot opening sterk gebonden door een kritische Senaat, die elk jaar dreigde om China de handelsstatus van meestbegunstigde natie af te nemen. China is een belangrijke exporteur naar de Verenigde Staten en heeft een jaarlijks handelsoverschot van 20 miljard dollar. Bijna alle landen, op Rusland en een aantal andere naties na, vallen onder de meestbegunstigingsclausule, die toegang verschaft tot de laagste Amerikaanse importtarieven.

Tijdens zijn presidentiële campagne vorig jaar had Clinton felle kritiek op de toenmalige president Bush, die volgens hem de stok van het wegnemen van de meestbegunstigingsclausule te weinig hanteerde in zijn contacten met China. President Clinton begon met harde kritiek op China maar de resultaten bleven uit. China leverde M11-raketten aan de heimelijke kernmacht Pakistan, liet dissidenten arresteren en weigerde toe te geven op sommige handelsvraagstukken.

Een paar weken geleden heeft Clinton besloten dat China te groot is om te negeren en dat het onderhouden van contacten veel beter is. Hij wordt daarin in tegenstelling tot Bush vroeger gesteund door het Democratische Congres. Wel blijft hij kritiek leveren. Dinsdag eiste een hoge Amerikaanse handelsfunctionaris belangrijke tariefconcessies. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, zei donderdag bij een hoorzitting in de Senaat dat hij belangrijke verbeteringen wil op het gebied van de mensenrechten. Eigenlijk zou hij prijs stellen op enkele gebaren van de Chinese leiders, zodat de wet over intrekking van de meestbegunstigingsclausule bij mensenrechtenschendingen niet in werking treedt. Er zijn ook grote Amerikaanse zakelijke belangen bij het in stand houden van de meestbegunstigingsclausule.

Volgens James Liley, voormalig Amerikaans ambassadeur in Peking, is China Amerika aan het uittesten door te kijken hoe ver het kan gaan. Amerika staat volgens hem te weinig op de onafhankelijkheid van Taiwan en geeft te gauw toe aan de raketverkoop aan Pakistan. “We moeten economisch betrokken zijn bij China maar ons niet verlegen voelen om voor democratie te pleiten” zei hij.

Azië-specialist Alan Choate van de Harvard-universiteit onderscheidt in de Amerikaanse betrekkingen met China militaire, economische en met mensenrechten verbonden kwesties. Handelsvraagstukken moeten apart benaderd worden. Militaire misstappen moeten worden bestraft met verlaging van de ontwikkelingshulp en investeringen. Mensenrechtenkwesties kunnen het beste worden aangepakt door een Aziatische mensenrechtenraad, waar Amerika niet eens lid van hoeft te worden. Een dergelijke raad, die door Indonesië is voorgesteld, krijgt meestal een eigen krachtstuwing.

    • Maarten Huygen