Minister De Vries haalt bakzeil na sociaal pact; Kabinet ziet af van looningreep in 1994

DEN HAAG, 6 NOV. Het kabinet heeft de looningreep voor het volgende jaar definitief ingetrokken. Na overleg met werkgevers en werknemers liet minister De Vries (sociale zaken en werkgelegenheid) gisteravond weten genoeg vertrouwen te hebben in het akkoord dat de sociale partners donderdagavond overeen kwamen.

In dit akkoord staan loonmatiging en werkgelegenheid centraal. “De sociale partners hebben hun verantwoordelijkheid genomen en een krachtige aanbeveling aan hun onderhandelaars gedaan. Het is daarom niet nodig de loonmaatregel boven de markt te laten hangen”, aldus de minister. Het overleg tussen kabinet, werkgevers en vakbeweging duurde nauwelijks twee uur.

Eerder had De Vries met een ingreep in de lonen gedreigd indien de werkgevers en de werknemers niet uit eigen beweging tot vergaande loonmatiging en afspraken over werkgelegenheid zouden komen. De Vries eiste een bevriezing van de lonen in het volgende jaar, de zogenoemde nullijn. In het akkoord van de sociale partners wordt niet gesproken over de nullijn, maar is de ruimte voor initiële loonsverhoging “uiterst beperkt en soms zelfs nul”.

De fracties van CDA en PvdA hebben positief op de afspraken gereageerd. De oppositiepartijen reageren verdeeld op het akkoord over loonmatiging dat werkgevers en werknemers hebben gesloten en de reactie van het kabinet. Het Kamerlid Linschoten (VVD) is teleurgesteld en spreekt van een “speelkwartierakkoord”. Er zouden geen keuzes worden gemaakt. “Het is een beleid van pappen en nathouden. De decentrale onderhandelaars zijn volstrekt vrij om te doen wat ze willen.”

D66-woordvoerder Tommel is blij met het akkoord maar vindt de afspraken “wel wat bleekjes”. De afspraken tussen werkgevers en werknemers sluiten een stijging van de koopkracht niet uit en “dat had gezien de ernst van de economische situatie wel gemoeten.” Groen Links is niet ontevreden. De intenties zijn goed, meent woordvoerder Willems, “maar je vraagt je af wat het waard is”. Ook hij onderstreept dat in de bedrijfstakken en ondernemingen de “echte onderhandelingen” plaatsvinden.

De Vries zei verder het Algemeen Verbindend Verklaren (AVV) van collectieve arbeidsovereenkomsten voorlopig intact te laten. Door een CAO algemeen verbindend te verklaren, legt een minister van sociale zaken de gemaakte afspraken aan een hele bedrijfstak op, dus ook aan bedrijven die niet zijn aangesloten bij een contractpartij. De Vries: “In de Kamer zullen we hierover een fundamentele discussie voeren, maar met dit akkoord is het niet noodzakelijk hierop een voorschot te nemen.”

Met name de vakbeweging had gehoopt dat de bewindsman zijn overige voorstellen over de beperking van de ontslagbescherming, flexibelere arbeidstijden en het afschaffen van het vergunning-stelsel voor beginnende uitzendbureau's van tafel zou halen.

Maar zover wilde De Vries gisteravond niet gaan. De bewindsman legde gisteren zelfs zijn plan om de preventieve ontslagtoets geleidelijk af te schaffen voor advies aan de Sociaal-Economische Raad voor. Als dit plan wordt uitgevoerd, hoeven werkgevers arbeidsbureaus niet meer vooraf om ontslagvergunning te vragen. Een werknemer kan dan alleen achteraf zijn ontslag bij de rechter laten toetsen.

De Vries kondigde deze versoepeling van het ontslagrecht al eerder aan, als onderdeel van een reeks van maatregelen om de werking van de arbeidsmarkt aan minder regels te onderwerpen. De vakbonden zijn fel tegen de afschaffing van de preventieve ontslagtoets; de werkgevers juichen het plan juist toe. De bedoeling van De Vries is het voorstel volgend jaar naar de Tweede Kamer te sturen. Wel zei de minister toe dergelijke maatregelen te toetsen op de mate waarin ze meer mensen aan het werk helpen en tevens de rendementspositie van het bedrijfsleven versterken.

De besturen van de vakcentrales FNV en CNV bespreken aanstaande maandag het centraal akkoord. Als enige vakbond heeft de Voedingsbond FNV afstand van het akkoord genomen. De bond typeerde het gisteren als een “waspoederakkoord”. J. Mooren, CAO-coördinator van de bond, vindt dat het “veel oud beleid in een nieuw jasje” bevat. De bond onderhandelt over CAO's waarvan de automatische prijscompensatie dikwijls nog onderdeel uitmaakt. De bond vindt dat deze koopkrachtgarantie in de CAO's voor 1994 moet worden gehandhaafd. Dat zou neerkomen op een loonsverhoging van bijna 3 procent.

De voedingsbond is niet bereid de loonsverhogingen in CAO's die volgend jaar doorlopen (onder meer land- en tuinbouw) om te zetten in “anderssoortige afspraken”, zoals in het akkoord staat. Minister De Vries zei gisteravond te hopen dat de onderhandelaars bereid zijn bestaande CAO's open te breken en “verstandiger afspraken te maken dan nu het geval is”.