Met zakenlieden moet je het ook over God kunnen hebben

HILVERSUM, 6 NOV. Bij het transportbedrijf Bonnema in Hilversum wordt liever niet gevloekt. Directeur G. Bonnema wil het niet hebben. In zijn kantoor hangt een houtsnijwerk met de tekst: “He who has no vision of eternity, will not get a true hold of time”.

Bonnema is sinds maart van dit jaar bestuursvoorzitter van het Comité Christen Zakenmensen, een vereniging van driehonderd Nederlandse ondernemers en tweeënhalfduizend sympathisanten die het evangelie in het bedrijfsleven trachten te verbreiden. Onder de leden bevinden zich directeuren en kaderpersoneel (onder anderen een pluimveehouder en een slager) en vertegenwoordigers van vrije beroepen als artsen en advocaten, “kortom een dwarsdoorsnede van de zakelijke maatschappij”, aldus Bonnema.

Het Comité Christen Zakenmensen is een afdeling van de internationale organisatie CBMC die in 1938 door zakenlieden in Chicago werd opgericht en inmiddels 750 comités ter wereld kent. “Onze persoonlijke opdracht ligt op het terrein waar we ons beroepshalve bewegen”, aldus een wervingsfolder. “Dat kan zijn als jurist, vertegenwoordiger, accountant, tandarts, directeur... Paulus was bijvoorbeeld tentenmaker (Hand. 18:2-3): in de tentenhandel lag zijn persoonlijke invloedssfeer.”

Vandaag en morgen houdt de Nederlandse tak haar jaarlijkse conferentie in het Overijsselse Dalfsen met als thema 'Uit de verf komen'. Vorig jaar was het thema 'Kleur bekennen'. De vereniging wil dat managers tonen wat hen beweegt, en onderling meer spreken over de “allesbepalende relatie met God”. Daar rust nu nog te veel een taboe op. “Je mag in het Nederlandse bedrijfsleven de gekste dingen doen maar als je elke dag in de Bijbel leest ben je een softie, zit er een steekje aan je los”, zegt de vorige voorzitter L. Helmus, werkzaam in het bankwezen. Bonnema: “Als je met zakenrelaties over vrouw en kind kunt spreken, kun je ook over je relatie met God spreken.” Helmus vindt zakenlieden over het algemeen “sophisticated struisvogels” wanneer het gaat om het geloof in het eeuwig leven. “We moeten durven praten over het leven na de dood en de vraag stellen: Waar zul jij de eeuwigheid doorbrengen?”

Uitgangspunt voor de christelijke zakenmensen is de Bijbel, die zij zien als een middel om het geweten te scherpen. Helmus: “Je hoeft geen doemdenker te zijn om in te zien dat het economisch niet 'crescendo' gaat. Je kunt in de verleiding komen op oneerbare wijze het hoofd boven water te houden. Denk aan het verschepen van drugs. Aan steekpenningen. Hoe geef je zwart geld een plaats. Er staat in de krant dat een kwart van alle bedrijven in Nederland te maken heeft met fraude. Welnu, als de Bijbel zo duidelijk de vinger op de wonde plek legt, dan ben je bijna schuldig als je daar niet op gezette tijden naar verwijst.” Bonnema: “Ook zonder de Bijbel kunnen zakenmensen gewetensvol zijn, maar de inspiratie om het steeds weer na te streven haal je toch uit de Bijbel.” Helmus: “Je zou hier de tien geboden aan de muur kunnen hangen.”

De vereniging telt veel zakenmensen afkomstig uit midden-Nederland en weinig uit het katholieke zuiden, maar staat voor alle gezindten open. Van de leden wordt verwacht dat zij elke week deelnemen aan plaatselijke ontbijtbijeenkomsten waar gediscussieerd en gebeden wordt, en ook dat zij de rest van de ochtenden wat vroeger opstaan om tijd aan God te besteden. “Als je God het eerste stukje van de dag geeft, is daarmee de dag bepaald”, zegt voorzitter Bonnema. Verder wonen de leden de bijeenkomsten met sprekers in restaurants bij en introduceren zij relaties. Het is niet de bedoeling dat arbeiders lid worden. “Als een van mijn chauffeurs zich zou aanmelden, zou ik hem dat afraden”, aldus Bonnema. “Hij zou zich er niet thuisvoelen. Maar ik zou wel proberen hem de kerk binnen te krijgen.”

Het Comité beschouwt het eigen werk als een ondersteuning van de kerk. Bonnema: “Zakenmensen zijn slechte kerkbezoekers. Vroom op zondag en Dreesmann op maandag. Zakenmensen komen pas tot hun recht als ze met meer bezig zijn dan alleen met zakendoen en winst maken.”