Live! In De Krokodil

Wat hebben Willem Breuker, Sieuwert Verster en Marco Leander met elkaar gemeen? Het zijn alle drie kleine CD-producenten, en ze hebben deze week alledrie wat te vieren. Verster ontving gisteren de Hogenbijl Prijs voor zijn onvermoeibare pogingen om ontoegankelijk geacht klassiek repertoire voor tijdgenoten en het nageslacht te ontsluiten. Breuker mocht eergisteren een dagje verzuimen bij de BV Haast, om zijn 49ste verjaardag te vieren. En Marco Leander presenteert vanavond in eetcafé Milord zijn tweede CD met levensliederen.

Met de laatste raakte ik in toevallig gesprek over de voordelen van de zondag als 'stapavond', en dat het een drukke week gaat worden: “Komende zaterdag moet ik bij mij in de zaak mijn nieuwe CD indraaien.”

“Nieuwe CD indraaien”, laat ik deze aanwinst van mijn vocabulaire nog even hardop rondgaan op mijn tong. “Ja, ik ben ook zanger. Wacht, ik zal je een uitnodiging geven, mijn naam is overigens Marco.”

Een slemforcing bod, waar je niet op mag passen, weet ik als bridger. Binnen vijf minuten weet ik bijna alles over het in eigen beheer maken van CD's. Voor een mille of tien heb je 500 plaatjes, die je weer verkoopt bij optredens 'in het land'. Voor 25 gulden ben je bij 400 verkochte exemplaren ongeveer uit de kosten, want “de eerste 100 zijn allemaal voor de noppes, die geef je weg aan café-relaties, want je moet zorgen dat je overal gedraaid wordt. En dan natuurlijk de publiciteit: de Horecakrant, de Echo, de lokale omroepen. Horeca-Treffen, wat heb je nog meer”. “NRC Handelsblad”, plaats ik een transfer-bieding. “Nee, ik denk niet dat die over me schrijven”, remt Marco af. “Nou, ik weet het wel zeker. Komende zaterdag al!” bepaal ik het contract op zes harten.

En zo fietste ik na Besiktas-Ajax (0-4) naar het Europaplein om een hapje te eten in 'Milord', waar Marco werkt als kelner. Als er even niet aan de tafels bediend behoeft te worden, pakt hij de microfoon en wordt de muziekband gestart. Een groot deel van het publiek komt hier kennelijk vaker, want het refrein van 'Dan is alles okee, ik zit nergens meer mee' wordt luidkeels meegezongen. Bij het gevoelige 'Dromen zijn mooi' gaan de voetjes van de vloer, of liever gezegd: Marco plukt wat dames van achter uit de zaak en koppelt ze aan een paar heren die bij het raam zitten te eten, terwijl hij gewoon doorzingt. 'Dromen zijn mooi, zolang ik maar droom over jou en mij, maar in elke droom zet je mij opzij.' Het is opmerkelijk te zien hoe Marco het zingen combineert met het kelneren. Brengt hij het ene moment nog een tafeltje in vervoering, door gehurkt 'Ach was ik maar een gigolo' te zingen, een minuut later zie je hem alweer met een stapel vuile borden in de keuken verdwijnen.

Als het wat rustiger is geworden in Milord heeft Marco Leander even tijd om bij een tweede kopje koffie ('van het huis') de pers te woord te staan. Over de valse start van zijn carrière in het radioprogramma LosVast, waar twee liedjes van Barry Manilo “gigantisch de fout ingingen”, over zijn bazen Anneke en Ger, die hem altijd vrijaf geven voor optredens, en over het schrijven van de liedteksten: “Ik hou zelf vooral van Duitstalige nummers, maar dat ligt in Amsterdam weer erg gevoelig, dus ben ik eigen teksten bij die nummers gaan maken. Ik ben een fan van Vicky Leandros, daar heb ik mijn artiestennaam ook van geleend. Tegenwoordig schrijf ik vaak eerst een tekst, en daar wordt dan een melodie bij gemaakt. Zo'n CD neem ik stukje bij beetje op. Als de muziek klaar is, huur ik een studio, de State of Mind in Amsterdam of de Stairway in Den Helder. En op mijn nieuwste CD, 'Vlucht in de nacht', staat mijn vorige single 'Morgen is morgen', dat is live opgenomen in café De Krokodil.”

De onderwerpen voor zijn liedjes haalt Marco niet alleen uit zijn eigen 'turbulente' leven, soms hoort hij bruikbare verhalen aan de bar. Het liefst schrijft hij liedjes die vrolijk beginnen, met een omslag naar bespiegeling op het eind: “Hoewel dat de meeste mensen ontgaat. Verder schrijf ik altijd een paar liedjes met houtje-touwtje-teksten, leuk voor de piratenzenders. Ik heb alle vrijheid, ook om over narigheid te zingen. Ik zeg wel eens: één jaar narigheid en je hebt weer een CD.” Ook in andere sectoren van ons muziekleven is de CD aan het democratiseren, en hoeven musici niet langer te wachten op een contract van de muziekindustrie. Ab Baars, drie jaar geleden winnaar van de Boy Edgar-Prijs, bracht in het voorjaar de CD '3900 Carol Court' uit. “Dat kost een gulden of 7.000, je hoeft ook niet meer de studio in, met een DAT-recorder heb je al een perfecte live-opname. CD's zijn ook handige dingen om naar clubs en festivals te sturen. Dat levert weer optredens op, waar je dan als een marktkoopman vier of vijf plaatjes kunt verkopen. Zo bedruipt het zichzelf.”

Vorige week presenteerde Ig Henneman met haar tentet in De Unie in Rotterdam haar CD 'Dickinson', waar 581 exemplaren van geperst zijn, omdat het bij zulke kleine oplages moeilijk is de machine op tijd te stoppen. “Je maakt zo'n plaat vooral om te documenteren wat je gedaan hebt, niet om er rijk van te worden, want afgezien van het geld dat je kwijt bent aan opname, hoesontwerp, de plastic doosjes en de bottom-card, ben je er twee maanden mee bezig. Maar gelukkig ben je dat snel weer vergeten als het CD'tje er eenmaal is.”

Ig Henneman heeft het geluk dat haar CD gedistribueerd wordt door Willem Breukers BV Haast, die al 20 jaar platen in kleine oplage produceert, en inmiddels wereldwijd een naam heeft opgebouwd. De BV Haast wordt overstelpt met dergelijke aanvragen, want het is gemakkelijker een plaatje te laten maken dan te verkopen. Van hun serie Acousmatrix, een serie met elektronische muziek van Berio, Koenig en Konrad Boehmer, worden er in Nederland, ondanks de Edison-bekroning, misschien vijftig verkocht, maar alle muziekbibliotheken in de wereld moeten hem hebben.

In de klassieke sector verricht het Attaca-label van Sieuwert Verster baanbrekend werk: “Wij nemen wèl in de studio op, dat maakt mijn CD's wat duurder. En we betalen vrij veel rechten aan componisten als Xenakis of Isang Yun, zodat ik er 10.000 gulden bij inschiet, ook als een plaat uitverkocht raakt. Maar je hoort mij niet klagen. Bij het Orkest van de 18de Eeuw verdien ik goed, en dit is de mooiste hobby die ik me denken kan. Ik kan me ook volhangen met juwelen of het geld vergokken.”

Anton Witkamp van Phonogram staat verrassend positief tegenover de zelfwerkzaamheid aan de onderkant van de CD-markt: “Een devaluering van het medium, hoe komt u daarbij? Als er maar goede muziek op staat. Op een totale markt van 35 miljoen verkochte CD's in ons land zal dit soort initiatieven altijd een fractie blijven, maar we houden het zeer nauwlettend in de gaten. Als het een succes is, dan wordt het qua distributie te ingewikkeld, en komen ze vanzelf bij ons. We hebben net het Rosenberg Trio gecontracteerd. En ook een man als Reinbert de Leeuw is begonnen met klassieke platen te maken bij Harlekijn. Dat kun je toch geen kleine jongen noemen.”