Kunstenaar Georg Herold maakt politiek werk, maar heeft geen boodschap; Ik doe een voorstel tot nuchter kijken

De eerste Nederlandse tentoonstelling van de van oorsprong Oostduitse kunstenaar Georg Herold is gisteren geopend in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Er zijn beelden van kaviaar te zien en sculptuurtjes van onderbroeken.

Tentoonstelling: Georg Herold: 'Mach' Dir doch Deine Bilder selber', t/m 9 januari in het Stedelijk Museum Amsterdam. Catalogus: ƒ 47,50

AMSTERDAM, 6 NOV. Kaviaar, bakstenen, cacteëen, ondergoed, asfalt, pannelappen en aardolie: deze en nog meer vreemdsoortige materialen gebruikt de Duitse kunstenaar Georg Herold in zijn werk dat vanaf gisteren in het Amsterdamse Stedelijk Museum te zien is. Voor Herold, geboren in 1947 in het voormalige Oost-Duitsland, is het zijn eerste tentoonstelling in Nederland. Georg Herold paart enthousiasme aan een bedachtzaam soort ironie bij het praten over zijn werk. Op de vraag of hij de pannelappen die regelmatig opduiken op de expositie zelf gehaakt heeft (het antwoord is nee) troont hij me mee naar een paar Knoopbeelden: “De knopen heb ik stuk voor stuk met de hand op het doek genaaid - vijftig werken in een paar weken tijd. Dan raak je in een soort trance, een toestand van beheerste waanzin. Zo moeten al die op hun ridders wachtende vrouwen in de Middeleeuwen zich ook gevoeld hebben terwijl ze maar dóór handwerkten.”

Hij haalt een doekje van de wand en draait het om. Een wirwar van draden (verbindingslijnen van de ene knoop naar de andere) blijkt schuil te gaan achter het op het oog ordentelijke patroon van ronde knopen. “Chaos en orde lopen op een niet vast te stellen punt in elkaar over. Dat fascineert me, het komt overal in mijn werk terug.”

In de haakwerkjes zijn soms molecuul- of atoomstructuren herkenbaar die een macrostructuur suggereren, terwijl de vrolijke kleurtjes ons herinneren aan de praktische functie van de lapjes. Die moedwillige verstoring van de orde der dingen, een 'Umwertung aller Werte' zoals Herold het zelf aanduidt, strekt zich ook uit tot de wetten en het vocabulaire van de kunst. Twee ruwhouten daklatten - hij gebruikt graag materialen die je zó bij de doe-het-zelf-zaak kunt kopen - heeft hij in een hoek van ongeveer negentig graden tegen de muur gehangen onder de titel Afschaffing van de derde dimensie. De kijker weet niet goed hoe hij dit ding nu moet bezien: als twee lijnen, als een wandobject?

Het wordt een balk in het oog die het kijken de weg verspert.

In een van de vijf zalen heeft de kunstenaar vier hoekkasten laten maken, formaat bezemkast, zodat de bezoeker het gevoel heeft op de schoonmaakafdeling van het museum beland te zijn.

Eén ervan, Mental Hall, bevat stukjes kandij die aan draadjes boven ons hoofd hangen. Ze glinsteren uitnodigend maar je kunt er net niet bij. Het lijkt een spirituele variant op het koekhappen, een reiken naar de betekenis van het hogere, gesymboliseerd door een stukje suiker.

“Ik haat het als dingen op een sokkel gezet worden of een aura krijgen dat ze gewoon niet hèbben. In mijn werk doe ik een voorstel tot nuchter kijken, zonder dat je je enthousiasme en je nieuwsgierigheid verliest. Het moet mogelijk zijn om kunst op allerlei manieren tegelijk te bezien, ook op huis-tuin-en-keuken niveau. Zo wint ze aan dimensie.”

Een andere dimensie waarvan Herolds oeuvre doordrenkt is, is de politieke. Op een schilderij heeft hij een absurde grafiek getekend waarin 'Massa' en 'Ras' met elkaar worden vergeleken maar hoe we de uitkomst van het pseudo-onderzoek moeten lezen, blijft onduidelijk. Georg vecht hier aan dat grafieken 'de feiten' weergeven: die feiten kun je manipuleren en zo aantonen wàt je maar wilt. In één van de 'bezemkasten' staat een stofzuiger die tot cassetterecorder is omgebouwd en waaruit een stukje van de redevoering klinkt die Hitler in 1937 hield bij de opening van de tentoonstelling Entartete Kunst.

Herold zelf neemt het woord van hem over en spreekt in Saksisch dialect het vervolg van de huiveringwekkende lezing uit. “Mijn stem met die dictie zou door kunnen gaan voor de stem van Erich Honecker, de voormalige DDR-partijleider. Luttele jaren geleden was het heel goed mogelijk geweest dat hij een dergelijke tekst over kunst had uitgesproken.”

Herold, die op zijn 25ste uit zijn vaderland vluchtte, vermijdt echter het poneren van een 'boodschap' in zijn werk. “Juist door mijn ervaringen in het verleden wil ik de mensen niets opdringen, ik bewaar een kritische distantie. Als ik politiek wilde bedrijven, had ik beter ecoloog kunnen worden of iets dergelijks.” Nuchter en een beetje malicieus voegt hij eraan toe: “Politiek heeft ook Unterhaltungswert, daar maak ik gebruik van.”

Daarin onderscheidt hij zich van Joseph Beuys, wiens geest nu en dan over deze tentoonstelling zweeft. Bijvoorbeeld bij het bekijken van de vitrines met onooglijke 'tweedehands' voorwerpen als een stukje zeep, vier gedroogde worstjes, een half opgerookte sigaret etc.; ze wekken associaties met de overlevingskitten van Beuys, maar Beuys was een onderwijzer, een utopist en een politicus. Herold daarentegen voelt wel voor de typering van zijn werk en attitude als practical joke. Sigmar Polke, een leerling van Beuys, was Herolds belangrijkste docent in het Westen.

Herolds Kaviar-bilder, prachtige organische vormen samengesteld uit die kostbare bruine korreltjes, lijken rechtstreeks te herleiden tot Polke's alchemistische aanpak. Herold hing ze in een stenen bouwsel dat middenin de erezaal van het Stedelijk prijkt en dat de functie heeft van een museumpje binnen het museum. Hier toont hij een 'retrospectieve' van zijn eigen werk; in het midden staat een grote oven van baksteen, alweer een verwijzing naar de alchemistische transformatieprocessen, maar ernaast prijken sculptuurtjes die, heel prozaïsch, gemaakt zijn van onderbroeken. Alle zijn, heel suggestief, tot heuveltjes gemodelleerd maar platvloersheid wordt vermeden doordat ze esthetisch vorm zijn gegeven - één onderbroek is zelfs in zilver gevat.

De meest typerende Herold is misschien het fraai gekleurde abstracte schilderij dat als in een atelier op de vloer is gezet. Ernaast hangt een kartonnen bordje met daarop de tekst: Ben even sigaretten halen. Dat bordje ontkracht meteen het schilderij ernaast: als een bouwvakker is de maker even gaan schaften, in het ongewisse latend of het schilderij nu af is of niet. Georg Herold lacht als ik die vraag aan hem voorleg: “Dat denk je toch bij alle kunst: is het nou af? Is dit het nou?”