'Het is een vieren, het is feest'

Geloven heeft altijd een belangrijke rol in hun leven gespeeld, maar de afgelopen tien jaar vond een ware kentering plaats in hun religieuze beleving. Hun vijf kinderen willen er nooit met hen over praten, niet over de alternatieve katholieke stromingen en al helemaal niet over het traditionele geloof. 'Soms zit ik toch met schuldgevoelens dat we het allemaal niet goed hebben doorgegeven'', vertelt mevrouw J. van de Loo-Van der Putt (71). 'Wij zijn nu nogal alternatief bezig'', zegt haar man. 'De oude vrienden uit onze bloedgroep zijn veel behoudender dan wij; ze zijn wel behoorlijk van ons geschrokken.''

De boekenkast bevat naast moderne literatuur onder meer De zen van het zien, Open brieven aan paus Johannes Paulus II en Geest en drift van Hanneke Korteweg-Frankhuizen, waarover de achterflap meldt: 'Zij beschrijft hoe seksuele energie bij vol bewustzijn kan worden ingezet, zodat het hoogste weten en de laagste wensen samenkomen in een oorspronkelijk en creatief bestaan.'' Ir. W. van de Loo (71): 'Daar zijn wij ook erg mee bezig.''

Beiden komen uit een niet streng maar wel traditioneel rooms-katholiek milieu. Voor hem was God een 'tastbaar' fenomeen. 'Het verheerlijken van God in het jubelend gebed van de Gloria, de ere aan God, daar kon ik met overtuiging...'' Hij zwijgt kortstondig. Dan: 'Vooral het naar boven kijken, naar de God die daar hoog zit. Later in mijn leven is dat vereren juist een breekpunt geworden. Toen was ik het ineens kwijt.''

Zijn vrouw denkt met plezier terug aan 'het blijmoedige' ten aanzien van het geloof dat ze van haar ouders meekreeg. 'Het was een goede God, een vader.'' Maar dat kwam bepaald niet altijd tot uiting in de alledaagse praktijk van het katholicisme uit haar jeugd. Zo moest ze de catechismus uit haar hoofd leren, die door haar moeder werd overhoord 'in een donkere kamer, met de gordijnen dicht''. Tien jaar lang zat ze op een nonnen-kostschool. 'De regels, de angst en de omzichtigheid waarmee alles werd benaderd, benauwde me.''

Al op jonge leeftijd had ze moeite met de dogma's van de roomse kerk. 'Wij leerden dat kinderen die ongedoopt stierven in het voorgeborgte van de hemel terecht kwamen. Dat vond ik onrechtvaardig, dat kon nooit de bedoeling zijn geweest.'' Haar man: 'Ja en dat verblijf in zo'n zijkamertje van het hiernamaals duurt nog eeuwig ook. Die zullen dus nooit de hemel bereiken.''

Mevrouw Van de Loo-Van der Putt meent dat de katholieke kerk 'te veel beelden' van God heeft gemaakt. 'God is één in drieën, dat is bij mij nooit zo aangeslagen.'' Toch heeft ze wel een voorstelling van de Heilige Geest: 'Vuur. Inspiratie. Creativiteit.'' Haar man vindt de heilige drieëenheid nu ongeloofwaardig. 'Daar waar we zo weinig van God weten is dat beeld me te concreet'', zegt hij. 'De kerk zegt dat Jezus de zoon van God was maar ook God zelf is. Daar ben ik helemaal niet zeker van. Ik neig meer om Jezus als een geweldig goed mens te zien, van wie God liet blijken: deze man is het.'' Aan God zelf heeft hij nooit getwijfeld. 'De evolutie van de mens, dat kan ik allemaal nog volgen. Maar de menselijke liefde is van een andere orde. Die is zo machtig, die moet wel van God zijn.''

Mevrouw Van de Loo bidt vaak tot God. 'Ik had altijd een goede verhouding met Onze Lieve Heer en dat is nog steeds zo'', zegt ze. 'Ik zie het als een soort intieme vriendschap maar het instituut kerk verkilde de warmte ervan. Niet tijdens liturgieën en feesten maar in het algemeen vond ik wat ik van binnen voelde niet terug in de kerk. Tegenwoordig ervaar ik God niet meer boven me maar in ons midden, zodat Hij invloed heeft op mijn dagelijks leven, mijn kinderen, mijn kleinkinderen.'' Geen van hen is gedoopt. Eerst vond ze dat 'heel moeilijk' maar sinds haar religieuze ommekeer niet meer. 'Voor God maakt het geen verschil. Zo zie ik dat nu.''

Mevrouw Van de Loo was aanvankelijk optimistisch gestemd over de veranderingen in de katholieke kerk. Het Tweede Vaticaans Concilie van paus Johannes de XXIII sprak haar sterk aan. 'Dat was zo iets bevrijdends. En bisschop Bekkers zei voor het eerst dat het huwelijk een sacrament was, niet alleen gericht op voortplanting maar ook op liefde.''

Tot dan toe hadden ze zich voorbeeldig aan de regels van de moederkerk gehouden. 'Alleen periodieke onthouding mocht, al moest je ook daarvoor toestemming hebben van je biechtvader'', vertelt mevrouw Van de Loo. Lachend: 'Maar die p.o. werkte bij mij niet zo erg: iedere keer kregen we er weer een kind bij.'' Niet alleen voorbehoedsmiddelen waren uit den boze, ook orgasmes. 'Onbewust, 's nachts, dat kon gebeuren'', zegt haar man. 'Maar mééwerken mocht niet, dat was een doodzonde. Ik zat wat dat betreft veel vaster dan mijn vrouw.'' Het zit hen nog altijd hoog, dat is duidelijk. Zij: 'Het was heel frustrerend, want spontaniteit is toch het belangrijkste wat er is. We hebben het allemaal overleefd maar er is zo veel vreugde verloren gegaan.''

De 'kilte' van de kerk, haar kinderen die zich totaal niet aangesproken voelden door hetgeen de kerk hun te bieden had, het werd haar allemaal te veel. 'De kentering die dat concilie teweeg bracht is weer teruggedraaid. Nu is alles weer zoals honderd jaar geleden.'' Vijftien jaar geleden hield ze het kerkbezoek voor gezien. Haar man bleef gaan. Hij was zelfs secretaris van het kerkbestuur. 'Niet uit overtuiging. Maar ik zag de kerk leegstromen en dacht: je moet trouw blijven.''

Twaalf jaar geleden kwam de grote ommekeer. De heer Van de Loo verloor zijn baan. 'Het was een onheus ontslag.'' Het echtpaar raakte emotioneel, religieus en financieel 'in een diep dal'. Mevrouw Van de Loo kon troost putten uit haar geloof. 'Ik had nog toegang'', zegt ze. 'God bleef aanwezig, daar heb ik me heel erg aan opgetrokken.'' Maar haar man raakte ook in een religieuze crisis. 'Ik twijfelde niet aan God, maar ik kon niet meer goed bidden. Ik probeerde het wel, maar het was loos. Ik kreeg geen contact meer met mijn God.''

Hij denkt dat het 'een sturing vanuit de hemel' is geweest. 'Het gebeurde zo plotseling. We kwamen op een spoor.'' Het spoor leidde naar 'Ervaring en Geloof', een religieuze ontmoetingsgroep onder leiding van een jezuïet en een psycho-therapeute. 'Voor mij was het een enorme bevrijding'', vertelt mevrouw Van de Loo. 'Ik had me al losgemaakt van de kerk, maar in mijn eentje. Nu werd ik bevestigd in mijn vrije denken.'' Even overwoog ze zelfs zich uit de registers van de kerk te laten verwijderen. Uiteindelijk besloot ze die stap niet te zetten. 'Al heb ik dan veel tradities afgezworen, bij mijn overlijden wil ik toch als een gelovig mens begraven worden.''

Meer nog dan bij haar bracht de deelname aan de ontmoetingsgroep bij haar man een totale verandering teweeg. 'Ik was altijd introvert, rationeel en contactarm'', zegt hij. 'Opeens kreeg ik een geweldige behoefte mezelf open te gooien. Ik bloeide helemaal op.'' Zijn persoonlijke verandering had ook religieuze implicaties. 'God staat nu veel dichterbij, verstandelijk maar vooral ook gevoelsmatig.''

De trouwdag van het echtpaar Van de Loo is op 2 juli, de dag van de Maria-visitatie. De priester die het huwelijk destijds inzegende gebruikte Het Hooglied - dat op 2 juli deel uitmaakt van de liturgie van de Heilige Mis - om uit te wijden over de verhouding tussen Christus en de kerk. 'Maar dat was helemaal onze bedoeling niet geweest.''

Onlangs stuitte het echtpaar op een toelichting op Het Hooglied door de jezuïet Ernst Thuring. 'Hij beschrijft het als een lofzang op de liefde tussen man en vrouw, waarbij hij in herinnering brengt hoe tijdens vakanties zijn ouders op de hei een kleed drapeerden en daarop gingen liggen, met de gezichten naar elkaar toe en met de armen om elkaar heen.'' Thuring schreef: 'Pas later werd me duidelijk hoe erotisch zo'n houding is.''

De Van de Loo's besloten contact met Thuring te zoeken. Hij bleek initiator te zijn van een huisgemeente, waar het echtpaar inmiddels regelmatig te gast is. Van de Loo: 'Thuring en de andere leden van zijn huisgemeente ontvangen jaarlijks misschien wel duizend mensen die belast zijn en beladen en die daar verkwikking vinden.''

Uit diverse ontmoetingsgroepen ontstonden later maandelijkse 'bezinningsavonden'. Als Van de Loo daarover wil vertellen en het woord eucharistieviering in de mond neemt, valt zijn vrouw hem in de rede. 'Nee, zo mag je dat niet noemen. Het is een vieren, het is feest.'' Hij: 'De kerk heeft de rituelen van het Laatste Avondmaal heel concreet opgevat. In die parochies gebeurt dat allemaal heel afstandelijk, ieder bidt voor zichzelf en haalt de hostie. Voor ons is het daar koud. Maar op die bezinningsavonden delen we gezamenlijk brood en wijn, en ook elkaars zorgen. Dat is essentieel.''

Soms bekruipt mevrouw Van de Loo een gevoel van onzekerheid. 'Maar dat is niet erg, het vormt onze beproeving. Dan vraag ik me af: wat is de zin van het leven?'' Het bestaan van oorlogen kan ze nog duiden, het kwaad komt tenslotte altijd van de mens. Maar hoe kan God toelaten de mensen van de honger te doen sterven? Haar man: 'We zijn zoekende naar God. Toch heb ik alle vertrouwen in Zijn rechtvaardigheid, dat het uiteindelijk allemaal goed komt, dat er duidelijkheid zal zijn. Nu zijn we nog beperkt maar als we ooit zullen overgaan naar het volgende leven, stel ik me voor dat we God zullen zien. Ellende doet ons nooit twijfelen. Juist omgekeerd. Het diepe dal waarin we zelf waren beland, heeft ons tot betere mensen gemaakt. We zijn gelukkiger nu, andere mensen. Dat is toch ook een wonder?''

    • Alfred van Cleef