GETOETER UIT HET NOORDEN

Hans Wiegel en het spel om de macht door Jan Hoedeman 244 blz., uitg. Elsevier 1993, ƒ 29,90 ISBN 90 5546 002 8

Pragmaticus, causeur en bourgondiër die wars is van intellectuele diepgang en ideologische bevlogenheid - dat is het eenvormige beeld van Hans Wiegel bij al zijn mede- en tegenstanders die in het boek van Elsevier-redacteur Jan Hoedeman aan het woord komen. De commissaris van de koningin in Friesland - maar hoe lang nog? - houdt van een goed glas wijn, een gezellig gesprek en moet niets hebben van dikke rapporten. 'Lui is niet het juiste woord,' zegt de fractievoorzitter van het CDA, Elco Brinkman, 'maar hij had een broertje dood aan het lezen van dossiers'. Brinkman was eind jaren zeventig een rijzende ster op het ministerie van binnenlandse zaken, bij minister Wiegel.

Prettige omgang werd Wiegels belangrijkste wapen in de vorming van het kabinet met Van Agt in 1977. Van Agt had maandenlang onderhandeld met de PvdA over het tweede kabinet-Den Uyl, maar was zo geprikkeld door de harde bejegening van de PvdA in het debat over de oorlogsmisdadiger Menten, dat hij een bijna intense afkeer van zijn gesprekspartners koesterde. De verademing bij Van Agt was groot toen hij met Wiegel aan tafel schoof. 'Wij zijn geen van beiden gedreven, bevlogen of fanaat. Wij missen allebei het verblindend geloof in eigen gelijk. Hans en ik kunnen relativeren en lachen, ook om onszelf.'

TIJDGEEST

Het aardige van de 21 gesprekken is dat er in de loop van het boek een gemêleerd beeld van Wiegel ontstaat, die de VVD in de jaren zeventig tot grote partij maakte. De 'tijdgeest' speelde hem in de kaart. De PvdA ging uit van polarisatie; Wiegel werd de tegenhanger van het kabinet-Den Uyl (1973-1977). Toenmalig Kamerlid en later CDA-fractieleider W. Aantjes moest niet veel van de VVD-leider hebben. 'Wiegel stelde ideologisch niets voor. Hij vond het spel mooi.' In 1978 kwam Aantjes ten val op grond van zijn oorlogsverleden. Van Agt beloofde hem nog een 'mooie functie' maar regelde niets. 'Hij was in dat kader ook bereid om je zonder scrupules te beduvelen als dat van pas kwam,' zegt Aantjes. Wiegel speelde, zo meent hij, in op de behoefte van Van Agt aan een 'gezellige' sfeer. 'Ze hebben gewoon feest gevierd samen. Zo zou ik niet kunnen omgaan met een door God opgelegde verantwoordelijkheid, maar Dries en Hans hadden daar geen last van.' Van Wiegels tegenpolen uit de jaren zeventig komt alleen Ed van Thijn, toen fractieleider, aan het woord. Van Thijn moest tegen Wiegel debatteren en was bang het onderspit te delven. Hij speelde als oefening een rollenspel met Marcel van Dam, PvdA-staatssecretaris voor volkshuisvesting, in de rol van Wiegel. 'Hij hakte me volledig in mootjes, het ging van kwaad tot erger.'

PUINRUIMER

Wiegel etaleerde zich in die tijd als puinruimer, maar volgens de minister van financiën in het kabinet-Van Agt/Wiegel, Frans Andriessen, (die in 1980 zou aftreden) kwam daar niets van terecht. 'Het verhaal van Wiegel achteraf dat het kabinet Van Agt/Wiegel zo geweldig zijn best heeft gedaan de rotzooi van het kabinet-Den Uyl op te ruimen, is apert onjuist,' zegt Andriessen. Onder Van Agt/Wiegel liep de staatsschuld flink op en steeg het aantal ambtenaren ook sterk. Andriessen trad af maar VVD-fractieleider Rietkerk had hem steun toegezegd. Wiegel wilde echter geen val van het kabinet, Van Agt/Wiegel reed de koers uit. Wiegel vindt dat hij het 'prima' heeft gedaan, maar voor een belangrijk deel van zijn omgeving is 'puinruimer-Wiegel' een mythe.

Interessante fragmenten uit het boek betreffen Wiegel na het VVD-leiderschap. Tien jaar, van 1972 tot 1982, leidde hij de VVD en sprak met populisme 'het volkse deel' van het electoraat aan. Maar dat ging niet zonder tegenstand. Al in 1973 had VVD-coryfee Geertsema openlijk kritiek op de stijl van Wiegel en een jaar later viel ook Vonhoff hem aan. De twee liberalen vonden dat Wiegel 'te polariserend' was. 'De kritiek van Geertsema en Vonhoff stak mij niet alleen zeer, ik vond het ook gevaarlijk,' zegt Wiegel nu. 'Het ondermijnde mijn positie.' Het is juist opmerkelijk dat Wiegel zèlf na zijn aftreden voortdurend 'orakelde' en 'toeterde' over de gang van zaken in de VVD en de positie van zijn opvolgers in gevaar bracht. Vonhoff laat niet na Wiegel daarop te wijzen. Wiegel is, zo meent de huidige commissaris van de koningin in Groningen, ideologisch 'volstrekt onthecht'. Vonhoff: 'Ik vond dat een liberale partij geen éénmanswagen moet zijn.'

De VVD bleef na 1982 in de schaduw van Wiegel staan; zijn mogelijke terugkeer werd een hypotheek op elke VVD-leider. Zelfs zodanig dat ex-fractieleider J. Voorhoeve niet aan het boek wilde meewerken. Nijpels zegt regelmatig last te hebben gehad van Wiegels interventies uit Friesland. Wiegel onderhield nog altijd intensief contact met prominente VVD'ers en als hij orakelde ontstond er onrust in de partijgelederen. In 1984 kwam minister van economische zaken en vice-premier Van Aardenne hevig onder vuur te liggen bij de RSV-enquête. Volgens Nijpels werd de positie van Van Aardenne onhoudbaar. 'Maar Hans vond dat Van Aardenne onder geen voorwaarde moest aftreden. Hij bleef.' Volgens Nijpels heeft het 'RSV-virus' de hele VVD aangevreten.

Het is ook opvallend hoe intensief Wiegel zich met de landelijke VVD bezighield. Twee jaar later kwam staatssecretaris van financiën Henk Koning in opspraak omdat hij zich persoonlijk had beziggehouden met de belastingaangifte van de journalist Wibo van der Linde. De VVD wilde Koning offeren. Maar Wiegel belde Nijpels dat hij Koning niet mocht laten vallen. Koning bleef.

TERUGKEER

Het enige punt dat in het boek niet duidelijk wordt, is de mogelijke terugkeer van Wiegel in 1986, nadat toenmalig minister van binnenlandse zaken Rietkerk was overleden. Premier Lubbers wilde Wiegel in het kabinet halen en Wiegel wilde tijdelijk naar Den Haag. Nijpels voelde er weinig voor en uiteindelijk is het misgelopen. Het voorval wordt van diverse zijden (Lubbers, Wiegel, Nijpels en partijvoorzitter Kamminga) belicht, maar het is niet duidelijk of de terugkeer bewust is verijdeld door de voortijdige bekendmaking van Nijpels. Kamminga wijt het aan het 'chaotische mismanagement van Nijpels'. Nijpels had zijn bedenkingen tegen de come back van Wiegel en spreekt over een misverstand. 'Het is een van de weinige dingen geweest tussen ons die nooit goed zijn uitgesproken.'

Toen Nijpels in 1986 als politiek leider werd gevloerd door een coup die werd geleid door Bolkestein deed Wiegel niets om de jeugdige VVD-leider te redden. 'Ik dacht: misschien moet het zo dan maar gebeuren,' aldus Wiegel. In 1988 begon Wiegel actief met het ondermijnen van Voorhoeve: 'Voorhoeve, die ken ik alleen van televisie.' Maar in 1990 werd Wiegel zelf, op het VVD-congres in Zwolle, door de achterban weggehoond. Miskend verliet hij Zwolle. En dit jaar strafte de VVD-top hem voor al het orakelen door zijn gewenste come back te verijdelen. Uiteindelijk vat Vonhoff het 'Wiegel-complex' het meest treffend samen: 'Wat Wiegel deed was van de bok afstappen, doorlopend suggereren dat hij er misschien op terug zou komen en tegelijk een beetje doen alsof hij er weer op zat.' Hans Wiegel en het spel om de macht: een must.

    • Derk-Jan Eppink